OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Integriteit

Integriteit

door Joseph O’Leary, in The Furrow van augustus 1995.
Opnieuw gepubliceerd met toestemming van de uitgever en de auteur.

Integriteit is een onderwerp dat niet eenvoudig in beeld te brengen is. In tegenstelling tot moed, geduld of vriendelijkheid is het niet een bepaald gedragsaspect, maar een algemeen formeel uitgangspunt van moraliteit, een onvoorwaardelijk gebod, een ultiem moment waarop men een oordeel velt dat zelf niet beoordeeld kan worden, het onophoudelijk alert en gewetensvol zijn waardoor rechtvaardigheid beschermd wordt tegen aantasting door immoraliteit. Is dit slechts een kwestie van goudeerlijk zijn in wat men zegt en in geldzaken, en redelijk consequent wat principekwesties betreft? Kunnen wij integriteit garanderen door simpelweg de basisvoorschriften van de moraliteit, wereldlijke rechtschapenheid en kerkelijke rechtzinnigheid na te leven? Of is het perfectioneren van rechtvaardigheid eerder een scheppende kunst dan een gewoonte die men zich eigen maakt door een reglement te volgen, eerder een deugd dan een klus, eerder een gewetenszaak dan een wet? Als dat het geval is, kan integriteit niet méér gegarandeerd worden door regels te volgen dan dat door gehoorzaamheid aan de wetten van harmonie de Mattheus Passion gecomponeerd kon worden, of door bekwaamheid in de logica de Critique of Pure Reason van Immanuel Kant, om maar twee zeldzame monumenten en toetsstenen van integriteit te noemen. Voor integriteit is het noodzakelijk initiatief te tonen, er actief mee bezig te zijn en de moed te hebben gewaagde en onorthodoxe beslissingen te nemen. Het lijkt bedoeld om ons geweten in een lastig parket te brengen, want er is geen standpunt dat wij kunnen innemen dat vrij is van paradoxen, en zo kunnen wij er nooit zeker van zijn dat wij een toestand van integriteit hebben bereikt, in welke bochten wij ons ook wringen om die te bereiken. We kunnen deze paradoxen uitsluitend – soms in postume terugblik – oplossen als wij integriteit leren zien als een gratie, de gratie van vrijheid waarbij de menselijke geest in staat wordt gesteld ongehinderd aanspraak te maken op zijn geboorterecht.

Het Praktiseren van Integriteit

Volwassenen verwerven integriteit door binnen de problemen in hun leven keuzes te maken en verplichtingen na te komen. Als we dus beslissingen en verplichtingen vermijden, ons maar beperkt bewust willen zijn van problemen of het leven op een minder dan volledig volwassen manier benaderen, zullen we slechts een schijnbeeld van integriteit verwerven. Het kan zijn dat we dan beschermheer worden van moraliteit, orthodoxie of correcte handelswijzen en bogen op een integriteit die slechts onbetwistbaar is omdat het niet de integriteit van mensen is maar van een institutie die de overhand heeft gekregen over het geweten. Als we op die manier een sociaal geaccepteerde identiteit tot het bastion van onze rechtschapenheid hebben gemaakt, zijn we dan niet een scherper vereiste uit de weg gegaan, één die het onvoorwaardelijk zijn van welke rol of loyaliteit dan ook verbiedt en de onze overtuigingen en meningen beoordeelt; één waarop voorschriften of verwachtingen van buitenaf geen invloed hebben, maar die bepaald wordt door de meest persoonlijke overtuigingen en twijfels die we hebben? Het wegnemen van deze twijfels mag misschien blijk geven van een ijver voor integriteit, maar dat zou een misplaatste ijver zijn, dat totalitaire soevereiniteit en sektarisch kerkdom voortbrengt, Eichmannen en Torquemada’s. Het kan ook zijn dat we de gevestigde orde voortdurend gaan bekritiseren, aan de zijlijn gaan staan schelden en alles wat er mis is in de wereld zien, maar onze handen niet vuil willen maken aan het veranderen van deze situatie. Intellectuelen, waaronder theologen, lopen het risico dat zij in deze steriele positie vast komen te zitten, in het bijzonder binnen een gemeenschap of Kerk waarin men niet zit te wachten op hun kritische inmenging of deze überhaupt op prijs stelt. Of we worden “mooie zielen” met oprechte idealen, waarbij onze integriteit bestaat uit het in intact houden van deze idealen. Zowel reactionairen als revolutionaire puristen volgen deze formule.

Het praktiseren van integriteit begint van binnen, want integriteit kan – net als de waarheid – niet verworven worden als we er niet constant en hartstochtelijk naar streven. Dit streven zal er ongetwijfeld voor zorgen dat we botsen met de rest van de wereld, want zelfs mensen in de meest eerbare beroepen nemen hun eigen retoriek over integriteit zelden volkomen letterlijk, en hoewel integere personen soms de carrièreladder op kunnen klimmen, verloopt hun carrière zelden probleemloos. Om integriteit te hebben, is weerstand bieden tegen het conformisme de grootste horde die we moeten nemen, en we zijn wat dat betreft gehandicapt omdat we zeer grondig geschoold zijn in het conformisme. Het enige wat we daarentegen over integriteit geleerd hebben, bestaat uit vage en idealistische berichten, doorspekt met ideologische vooroordelen. Het is waar dat we uit de maatschappij de fundamentele structuur van waarden meekrijgen waarmee we moeten werken, maar diezelfde maatschappij houdt ons tegen als wij er de extra, kritische draai aan willen geven die nodig is om waarden effectief in de praktijk te brengen. Ons hele leven lang maken we keuzes tussen de twee kanten van dit dilemma, en we moeten ons die keuzes niet te eenvoudig voorstellen maar moeten hun complexiteit ook niet aangrijpen als een excuus om niets te doen. We moeten bovendien duidelijk maken wat onze keuzes zijn door ernaar te handelen. In alle beroepsgroepen zijn er grote groepen mensen te vinden die denken dat ze vrij zijn, die zich liberaal of zelfs radicaal noemen, maar die door hun handelen niet meer blijken te zijn dan marionetten binnen een systeem, bang voor hun eigen veiligheid. Integriteit zonder ernaar te handelen bestaat niet. Onze visie wordt door het praktiseren van integriteit bepaald, kritisch gemaakt, verscherpt en geradicaliseerd. En de verplichting tot actie vervalt niet nadat we onze integriteit hebben bewezen door een uitgesproken standpunt in te nemen of moedig weerstand te bieden. Wij worden altijd maar afgevoerd naar een comfortabel sociaal, kerkelijk of academisch plekje waar we een gezapig leven kunnen gaan leiden en belangrijke kwesties als vrede, rechtvaardigheid, mensenrechten en dergelijke rustig kunnen beschouwen vanuit ons eigen werkveld. De reikwijdte van onze betrokkenheid neemt vaak af tot op het niveau van onze enggeestige ambities. Wij zouden dankbaar moeten zijn voor alles wat ons uit deze inertie kan loswrikken.

Een van de essentiële manieren waarop we integriteit in de praktijk kunnen brengen, is ons erover uit te spreken. Er zijn momenten waarop het geweten een heel duidelijk “Nee!” te horen krijgt van de geest van Socrates. Het tot zwijgen brengen van deze stem, of het meegaan met een algemeen geaccepteerde traditionele leugen in weerwil van deze interne gewetensstrijd, is in strijd met de Heilige Geest. Er zijn velen die ervoor hebben gekozen de dood onder ogen te zien in plaats van “Ja!” te zeggen met alle anderen, toen hun geweten “Nee!” zei. Wij bewonderen deze voorbeelden van verre en zijn blij dat wij niet toen en daar leefden, terwijl we ons er niet van bewust zijn dat er in ons hier en nu net zoveel redenen kunnen zijn voor een profetisch protest. De Katholieke Kerk van tegenwoordig bijvoorbeeld zou duidelijk baat kunnen hebben bij veel meer oprechtheid. Als het “winter is in de Kerk” (Karl Rahner, 1982), is de reden daarvoor wellicht dat er zoveel mensen zijn die niet de moed hebben gehad zich luid en duidelijk, en meerdere malen, uit te spreken tegen wat een voortdurend verraad lijkt van de visie van het Tweede Vaticaanse Concilie. Van de vele ketenen waarin de vrijheid van meningsuiting gevangen zit, is het gebrek aan vertrouwen dat mensen hebben om hun eigen geweten te uiten een van de zwaarste. Naar mijn mening heeft wat dat betreft de Nederlandse lekengemeenschap een goed voorbeeld gegeven in hun dialoog met de paus. Als wij niet hetzelfde lef tonen, is dat niet omdat wij ons minder bewust zijn van de kwesties die spelen, maar omdat wij ons niet voldoende bewust zijn van het grote belang van ons geweten en zijn verantwoordelijkheid, en de plicht om in bepaalde omstandigheden openlijk te verklaren dat we ergens aan twijfelen of het er niet mee eens zijn. (De plicht die we hebben jegens de integriteit van een traditie werpt hierbij vele andere dilemma’s op). Mensen hebben altijd naar integriteit in hun leiders en rijksambtenaren verlangd, een verlangen dat ten grondslag ligt aan het Messiaanse vertrouwen van Israël in “De Heer onze Integriteit”. Mensen verlangen ook naar integriteit vanuit de Kerk, en wij plegen verraad aan deze integriteit als we onze kritische scherpzinnigheid laten varen of iets wat wij een bron van morele slavernij vinden, gewoon maar tolereren. Door te zwijgen houden wij een wreed ethos in stand waarvan de afgrijselijke aspecten op een beschamende manier op blijven duiken in onze rechtszalen.

Er kan geen integriteit zijn zonder dat wij moeilijke en kostbare keuzes maken, keuzes waarvan bij voorbaat niet kan worden gegarandeerd dat ze juist zijn. Deze keuzes moeten voortdurend gezuiverd worden van gemengde motieven, van het element van bizarre hoogmoed, van het zoeken van de publiciteit, van opportunisme en hardnekkigheid ingegeven door eigendunk, totdat zij zoveel mogelijk voortkomen uit ontegensprekelijke morele noodzaak. Dit zijn geen overbodige scrupules, want zonder deze scrupules verwordt het meest bewonderenswaardige motief tot cynische propaganda, en de integriteit waarop zijn vertegenwoordigers kunnen bogen is dan een schertsvertoning. De schertsvertoning van integriteit is een schaduw die de ware integriteit overal volgt, een schertsvertoning die zelfs mensen van aanmerkelijke integriteit vaak in weerwil van zichzelf opvoeren. Het is zo gemakkelijk om de juiste dingen te zeggen; bij waarachtige integriteit gaat het echter ook, en misschien wel hoofdzakelijk, om het zeggen van de verkeerde dingen. Het verlangen naar betrouwbare leiders en een rechtvaardige maatschappij leidt er vaak toe dat mensen de persoon die de voor die tijd juiste dingen zegt, uitroepen tot “integer persoon”. Zo juichte katholiek Duitsland “de goede Hitler” toe. Wij doen er goed aan niet te voorbarig te zijn in het vieren van de triomf van de integriteit. Een integer persoon zal altijd de eerste zijn die aan zichzelf twijfelt en zich ongemakkelijk voelt als hij of zij uitgeroepen wordt tot “integer persoon”. Mensen die de reputatie “integer persoon” krijgen, worden vaak lege karikaturen van zichzelf; zij zeggen de dingen die van hen verwacht worden en worden zelfs verliefd op zichzelf als media-ster. Net als mensen die de levende God zoeken soms met Meister Eckhart zeggen: “Ik bid tot God dat hij me verlost van God”, zo zijn mensen met een reputatie als integer persoon opgezadeld met een opportuun schijnbeeld dat het eens zo moeilijk maakt ware integriteit te bereiken. Als ze dit schijnbeeld werkelijk hoger schatten dan hun denkbeelden, zullen ze hun bewonderaars in hun verwachtingen zeker met regelmaat teleurstellen.

Deze gevaren moeten ons echter niet van de opdracht weerhouden de idealen van onze maatschappij duidelijk te maken en ons de retoriek van de integriteit van deze maatschappij eigen te maken als wij daartoe opgeroepen worden als burger of bekend figuur. Het mag dan slechts machiavellistische fictie lijken dat politici en woordvoerders van bewegingen spreken en handelen alsof zij zelf de incarnatie zijn van de idealen waarvoor zij staan, maar als we voor een ideaal willen uitkomen, betekent dat niet dat we dat ideaal al perfect tot uitvoer gebracht moeten hebben. Het is een gevaarlijke stunt om zichzelf publiekelijk te presenteren als een model van integriteit, en als we staan voor de idealen die door een maatschappij onderschreven worden, maar die in die maatschappij nooit volledig in de praktijk gebracht worden, kunnen we niet vermijden dat we het risico lopen hypocriet te zijn. Het is vernederend om veroordeeld te worden door de idealen die men verkondigt. Ware hypocrisie doet echter pas haar intrede als de idealen zo ver van ons verwijderd zijn geraakt dat zij geen kritische en vormende invloed meer hebben op ons handelen. Blijkbaar gaat het hier moreel gezien niet om het wegwerken van alle kloven tussen idealen en handelen, maar om het garanderen dat idealen een opbouwende functie vervullen in het handelen van individuele mensen en de maatschappij. Als wij reeds naar idealen zouden leven, zouden zij eigenlijk niet meer idealen genoemd kunnen worden en zouden zij elke ethische en hervormende kracht missen. Maar er is een kritische drempel; als idealen die zijn gepasseerd, zijn ze praktisch niet meer te verwezenlijken en worden ze moreel verlammend. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of de neo-Tridentijnse idealen van het katholieke ethos en de katholieke praktijk, die tegenwoordig aangehaald worden om de veronderstelde errores et abusus van de jaren na het Tweede Vaticaanse Concilie te logenstraffen, niet dit averechtse effect hebben, of dat de Ierse maatschappij niet lijdt onder het feit dat zij een ideaal zelfbeeld onderschrijft waardoor zij de weg kwijtraakt in haar zoektocht naar een volwassen antwoord op haar morele en politieke beproevingen. In dit tijdperk van mediacratie is idealistische retoriek natuurlijk steeds meer een kwestie van schone schijn geworden, waardoor het moeilijk wordt onderscheid te maken tussen de politici of predikers die echt hun best doet om de idealen van hun gemeenschap uit te dragen en in de praktijk te brengen, ondanks het feit dat zij zich volledig bewust zijn van de spanningen die er bestaan, en degenen die voor wie het slechts PR-werk is dat ze perfect uitvoeren. Wij hebben nieuwe toonbeelden van integriteit nodig. Toen de Amerikaanse bisschoppen hun worstelingen met de ethische kwesties rond kernwapens openlijk in de publiciteit brachten, hebben zij wellicht tegengif geleverd tegen de sinistere macht van de mediacratie, die de kritische macht van het evangelie kan reduceren tot een mediafantasie.

De Gratie van Integriteit

Wij denken dat de grote toonbeelden van integriteit, de mensen die “Nee!” zeggen, vurige voorstanders van principes zijn, maar feit is dat zij meer dan een beetje kattenkwaad lijken te hebben uitgehaald, wat een teken is dat zij veel plezier hadden in het uitspreken van een waarheid die lijnrecht tegenover een verstikkende en deprimerende sociale leugen. Zij gingen volledig op in een innerlijke vrijheid waardoor de rol die zij geacht werden te spelen, achterhaald raakte. Er is een schittering te zien in de ogen van Socrates, Epictetus, Athanasius, Becket, Luther, More en Bonhoeffer, om maar een paar “zware” voorbeelden te noemen. Integriteit is meer dan een principekwestie, meer dan rechtvaardigheid; het is het vermogen vrij te zijn. Het leven van Jezus, zoals weergegeven in de evangeliën, is niet gericht op principes, of zelfs op het “Nee!” zeggen tegen leugens en onrecht. Het is gericht op het radicaal van de wereld vrij zijn en op vrijheid voor het Koninkrijk. Wij delen integriteit in starre morele en logische categorieën in, waarbij we deze binnenste kern vergeten. Een integer persoon kan optreden als rechter of bisschop, prediker van morele waarden of veeleisend denker, activist of artiest. Maar de kern van zijn of haar persoonlijkheid zal in overeenstemming zijn met het Rinzai Zen-ideaal van de “zuivere mens zonder rang of stand”. Elke rol werkt corrumperend als we de innerlijke vrijheid van onze natuur uit het oog verliezen. Een mens van grote integriteit ontmoeten betekent weer voeling krijgen met deze innerlijke vrijheid.

Spreken over integriteit als kenmerk van innerlijke vrijheid lijkt misschien een pseudo-spiritueel zijspoor. Maar ik vind het belangrijk de aandacht te vestigen op de wezenlijke vrolijkheid die kenmerkend is voor integriteit in haar meest complete vorm. Wij lijden misschien aan een overmaat van negatieve integriteit. Ons westerse gevoel van principes en logica wordt ons schild en actiespandoek en genereert zo een retoriek van denunciatie. Deze morele ruggengraat van onze cultuur is ook een bron van haar gewelddadigheid. Wij beschouwen integriteit als iets wat gecultiveerd kan worden, zoals een reputatie of een bankrekening. Kijk eens naar twee figuren van uitermate grote integriteit, Rousseau en Nietzsche, van wie de avonturen wellicht een bekrompen eenzijdigheid in de westerse benadering van integriteit onthullen. Het calvinistische geweten van Rousseau is gefixeerd op het ideaal van volkomen transparantie; hij wil dat zijn leven een open boek is voor de hele wereld. Daarom stort hij de meest genante onthullingen over zijn publiek uit. Door zijn volkomen openhartigheid zuivert hij zichzelf, en de paranoïde motivering van die praktijk wordt steeds duidelijker. Het lutheraanse geweten van Nietzsche is gefixeerd op het radicaal en kritisch ontmaskeren van leugens en idolatrie; het vuur van de illusies roept tiranniek om meer en meer brandstof, en de aartsscepticus ontdekt dat hij gevangen zit in de onmogelijke spiraal waarin un pur trouve toujours un plus pur qui l’épure (Robespierre). Integriteit als werkstuk is een kwestie van op eigen kracht opklimmen. In Ierland lijken we op seks gefixeerd te zijn, ten nadele van algemene morele verantwoordelijkheid, en ook ten nadele van volwassen seksuele integriteit – een uitdrukking die het woord “kuisheid” wel zou kunnen vervangen. In de Joodse Torah wordt al deze eenzijdigheid gecorrigeerd door een algemene levensdiscipline vast te stellen die het verlangen naar integriteit van individuele mensen en gemeenschappen levend houdt en het bereiken van deze integriteit vergemakkelijkt. Onze morele principes zijn verstrooid, en daardoor worden wij geremd in ons streven naar integriteit, en wordt dit streven zelfs in de vuilnisbak van jeugddromen gedeponeerd. Bij het Tweede Vaticaanse Concilie begaf de Kerk, de moeder en leraar van allen die de gratie van de integriteit zoeken, zich op het pad van de dialoog met alle mensen van goede wil in de speurtocht naar waarheid en solidariteit met hen in het werk van vrede en gerechtigheid. Hiermee schetste de Kerk een Torah die uitvoerbaar was voor hedendaagse katholieken. Om integriteit te bereiken en behouden is het belangrijk dat wij deze visie niet uit het oog verliezen, dat wij niet terugvallen in de sektarische definities van identiteit en integriteit die zo invloedrijk waren in het verleden. De Katholieke Kerk zou kunnen floreren als een mediacratische secte, zoals de Verenigingskerk. Dat is tegenwoordig misschien wel de grootste verzoeking voor de Kerk. “Ga weg, satan”, was het antwoord van Jezus op deze verzoeking.

Als integriteit een gratie is en niet een werkstuk, kan geen enkel individu, en zelfs niet de meest voorbeeldige Torah-gemeenschap, er ooit zeker van zijn dat zijn of haar integriteit niet gecompromitteerd is. Er zijn tegenwoordig veel biechtvaders en martelaren, die de rest van ons een onbehaaglijk gevoel geven, maar kunnen zelfs zij ontsnappen aan de regel dat we, zolang we moeten leven te midden van de dubbelzinnigheden van het menselijk bestaan, nooit zeker kunnen zijn van onze eigen integriteit? Hoe waakzaam was onze Kerk in de jaren dertig en veertig voor het kwaad van het onanisme en de zonde van het polygenisme, maar hoe kansloos was zij in het optreden tegen de ware kwaden en zonden van die tijd? Als we alleen al niet goed op de hoogte zijn van het economische en politieke kwaad in onze wereld, kan dat ertoe leiden dat onze deugden niet meer voorstellen dan het bestormen van windmolens. Politiek bewustzijn is net zo moeilijk te cultiveren als spiritueel bewustzijn. Wij kunnen nooit alle factoren die daarbij betrokken zijn op een zodanige manier beheersen dat wij zeker kunnen zijn van onze individuele of gezamenlijke integriteit. Het is niet onredelijk dat iemand die “halverwege zijn levensreis” is gekomen, vreest dat hij “de rechte weg uit het oog is verloren”, dat hij of zij wellicht een onoprecht persoon is geworden, een van wie de innerlijke kern – om een ietwat mythologische en misleidende uitdrukking te gebruiken – niet meer intact is. Er is nogal wat moed voor nodig om het grootboek onder de loep te nemen waarin wat men heeft gezegd gesaldeerd staat tegenover wat men heeft gedaan. Zichzelf bestuderen als men een middelbare leeftijd heeft bereikt, kan een schokkende ervaring zijn. Maar het gevolg van deze schokkende ervaring kan zijn dat een ware integriteit, integriteit als gratie, wordt opgebouwd.

Zelfs de beste doelen kunnen dienst doen als schild tegen zelfkritiek en vereenvoudiging van de som van het leven, waardoor een onaangenaam mengsel van rechtschapen woorden en opportunistische daden ontstaat. Een doel kan ons boven onszelf verheffen, maar als wij ons intensief met een doel gaat bezighouden, betekent dat wel dat wij weer tegen de dubbelzinnigheden en problemen aanlopen die bij een volwassen integriteit nooit uit de weg gegaan kunnen worden. Het is onmogelijk de kant van de engelen te kiezen op een zodanige manier dat alle twijfels over onze rechtschapenheid uitgewist worden, en door elke poging die we hiertoe doen, worden we in een leugenachtige positie geplaatst. Voor een cultuur die zo ontwikkeld en reflectief is als die van ons moet de zoektocht naar integriteit een ingewikkeld proces zijn. Ik vraag me af of de pre-reflectieve integriteit van oudere samenlevingen ter beschikking staat van de huidige westerse mens. De strijd van D.H. Lawrence voor instinctieve integriteit was ingewikkeld en dialectisch genoeg om aan te tonen dat het voor ons onmogelijk is onze reflectieve jas af te leggen. De weg naar het eenvoudige is niet eenvoudig. Dit geldt ook voor het geloof, want onze geest kan alleen verheven en versterkt worden door gezag, indien dit gezag vrede heeft met de autonomie van denken en geweten en de vrijheid van meningsuiting die kenmerkend zijn voor de hedendaagse volwassenheid. Het geloof is vaak bij elkaar gehouden door een sektarisch instinct, een jaloers gevoel van culturele identiteit en diffuse en niet nader onderzochte gevoelens van vroomheid. Dit zijn wij geleidelijk aan het ontgroeien, maar wij zijn nog steeds niet voldoende betrokken bij het dialogische proces waarin er op een radicalere en meer open manier vraagtekens bij ons gezet worden en wij blootgesteld worden aan de waarheid. “Een doctrinaire dialoog vereist scherpzinnigheid, zowel in het eerlijk beschrijven van je eigen mening als in het overal herkennen van de waarheid, zelfs als die waarheid je te gronde richt, zodat je gedwongen wordt je eigen positie – theorie en praktijk - op zijn minst ten dele te heroverwegen” (Secretariaat voor de niet-gelovigen, Humanae personae dignitatem). Uit liefde voor de waarheid moeten wij bereid zijn te gronde gericht te worden door de waarheid. Doelen of overtuigingen waarbij dit ultieme gevaar van reflectie uitgesloten wordt, hebben de integriteit al vaarwel gezegd. Het heeft geen nut om hierin dwingend te zijn, want waarheid en rechtschapenheid zullen nooit afgedwongen kunnen worden.

Ierland staat bol van de vele – tegenstrijdige – doelen. Hieruit blijkt wellicht dat wij het vurig streven naar integriteit niet kwijt zijn. Maar wij zouden er goed aan doen des te meer na te denken over de gevaren die ik heb geprobeerd hier in beeld te brengen. Om de gratie van integriteit te vinden moeten wij alle overmatige zekerheid over de rechtvaardigheid van ons eigen doel loslaten. Het is een spirituele opgave van onschatbare waarde om de kern van de integriteit van degenen die doelen ondersteunen waarmee wij het vurig oneens zijn, in beschouwing te nemen en te bewonderen. Een dergelijke dialogische openheid mag dan verraad aan principes lijken, maar als we deze afwijzen, bevinden we ons dan niet reeds op de weg van het geweld? Mogen steeds meer Ieren luidkeels voor de waarheid zoals zij die zien, uitkomen, zonder opsmuk, maar mogen ze dit in liefde doen en zo een cultuur opbouwen van eenheid in verscheidenheid in plaats van steriele polarisatie.

Vertaling Mirjam Bonné

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


Join us  .  .  .  !

Als je je geroepen voelt priester te worden, sluit je aan bij ‘CIRCLES’!

‘Circles’ heeft een speciaal ‘forum’ en ‘chatroom’ opzij gezet voor vrouwen die zich geroepen weten tot het priesterambt, om elkaar wederzijdse steun te geven.

Join us  .  .  .  !

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research