|
|
|---|
door Joseph OLeary, in The Furrow van augustus
1995.
Opnieuw gepubliceerd met toestemming van de uitgever en de auteur.
Integriteit is een onderwerp dat niet eenvoudig in beeld te brengen is.
In tegenstelling tot moed, geduld of vriendelijkheid is het niet een bepaald
gedragsaspect, maar een algemeen formeel uitgangspunt van moraliteit, een
onvoorwaardelijk gebod, een ultiem moment waarop men een oordeel velt dat zelf
niet beoordeeld kan worden, het onophoudelijk alert en gewetensvol zijn
waardoor rechtvaardigheid beschermd wordt tegen aantasting door immoraliteit.
Is dit slechts een kwestie van goudeerlijk zijn in wat men zegt en in
geldzaken, en redelijk consequent wat principekwesties betreft? Kunnen wij
integriteit garanderen door simpelweg de basisvoorschriften van de moraliteit,
wereldlijke rechtschapenheid en kerkelijke rechtzinnigheid na te leven? Of is
het perfectioneren van rechtvaardigheid eerder een scheppende kunst dan een
gewoonte die men zich eigen maakt door een reglement te volgen, eerder een
deugd dan een klus, eerder een gewetenszaak dan een wet? Als dat het geval is,
kan integriteit niet méér gegarandeerd worden door regels te
volgen dan dat door gehoorzaamheid aan de wetten van harmonie de Mattheus
Passion gecomponeerd kon worden, of door bekwaamheid in de logica de
Critique of Pure Reason van Immanuel Kant, om maar twee zeldzame
monumenten en toetsstenen van integriteit te noemen. Voor integriteit is het
noodzakelijk initiatief te tonen, er actief mee bezig te zijn en de moed te
hebben gewaagde en onorthodoxe beslissingen te nemen. Het lijkt bedoeld om
ons geweten in een lastig parket te brengen, want er is geen standpunt dat wij
kunnen innemen dat vrij is van paradoxen, en zo kunnen wij er nooit zeker van
zijn dat wij een toestand van integriteit hebben bereikt, in welke bochten wij
ons ook wringen om die te bereiken. We kunnen deze paradoxen uitsluitend
soms in postume terugblik oplossen als wij integriteit leren zien als
een gratie, de gratie van vrijheid waarbij de menselijke geest in staat
wordt gesteld ongehinderd aanspraak te maken op zijn geboorterecht.
Het Praktiseren van Integriteit
Volwassenen verwerven integriteit door binnen de problemen in hun leven
keuzes te maken en verplichtingen na te komen. Als we dus beslissingen en
verplichtingen vermijden, ons maar beperkt bewust willen zijn van problemen of
het leven op een minder dan volledig volwassen manier benaderen, zullen we
slechts een schijnbeeld van integriteit verwerven. Het kan zijn dat we dan
beschermheer worden van moraliteit, orthodoxie of correcte handelswijzen en
bogen op een integriteit die slechts onbetwistbaar is omdat het niet de
integriteit van mensen is maar van een institutie die de overhand heeft
gekregen over het geweten. Als we op die manier een sociaal geaccepteerde
identiteit tot het bastion van onze rechtschapenheid hebben gemaakt, zijn we
dan niet een scherper vereiste uit de weg gegaan, één die het
onvoorwaardelijk zijn van welke rol of loyaliteit dan ook verbiedt en de onze
overtuigingen en meningen beoordeelt; één waarop voorschriften of
verwachtingen van buitenaf geen invloed hebben, maar die bepaald wordt door de
meest persoonlijke overtuigingen en twijfels die we hebben? Het wegnemen van
deze twijfels mag misschien blijk geven van een ijver voor integriteit, maar
dat zou een misplaatste ijver zijn, dat totalitaire soevereiniteit en
sektarisch kerkdom voortbrengt, Eichmannen en Torquemadas. Het kan ook
zijn dat we de gevestigde orde voortdurend gaan bekritiseren, aan de zijlijn
gaan staan schelden en alles wat er mis is in de wereld zien, maar onze handen
niet vuil willen maken aan het veranderen van deze situatie.
Intellectuelen, waaronder theologen, lopen het risico dat zij in deze steriele
positie vast komen te zitten, in het bijzonder binnen een gemeenschap of Kerk
waarin men niet zit te wachten op hun kritische inmenging of deze
überhaupt op prijs stelt. Of we worden mooie zielen met
oprechte idealen, waarbij onze integriteit bestaat uit het in intact houden van
deze idealen. Zowel reactionairen als revolutionaire puristen volgen deze
formule.
Het praktiseren van integriteit begint van binnen, want integriteit kan
net als de waarheid niet verworven worden als we er niet constant
en hartstochtelijk naar streven. Dit streven zal er ongetwijfeld voor zorgen
dat we botsen met de rest van de wereld, want zelfs mensen in de meest eerbare
beroepen nemen hun eigen retoriek over integriteit zelden volkomen letterlijk,
en hoewel integere personen soms de carrièreladder op kunnen klimmen,
verloopt hun carrière zelden probleemloos. Om integriteit te hebben, is
weerstand bieden tegen het conformisme de grootste horde die we moeten nemen,
en we zijn wat dat betreft gehandicapt omdat we zeer grondig geschoold zijn in
het conformisme. Het enige wat we daarentegen over integriteit geleerd hebben,
bestaat uit vage en idealistische berichten, doorspekt met ideologische
vooroordelen. Het is waar dat we uit de maatschappij de fundamentele structuur
van waarden meekrijgen waarmee we moeten werken, maar diezelfde maatschappij
houdt ons tegen als wij er de extra, kritische draai aan willen geven die nodig
is om waarden effectief in de praktijk te brengen. Ons hele leven lang maken we
keuzes tussen de twee kanten van dit dilemma, en we moeten ons die keuzes niet
te eenvoudig voorstellen maar moeten hun complexiteit ook niet aangrijpen als
een excuus om niets te doen. We moeten bovendien duidelijk maken wat onze
keuzes zijn door ernaar te handelen. In alle beroepsgroepen zijn er grote
groepen mensen te vinden die denken dat ze vrij zijn, die zich liberaal of
zelfs radicaal noemen, maar die door hun handelen niet meer blijken te zijn dan
marionetten binnen een systeem, bang voor hun eigen veiligheid. Integriteit
zonder ernaar te handelen bestaat niet. Onze visie wordt door het praktiseren
van integriteit bepaald, kritisch gemaakt, verscherpt en geradicaliseerd. En de
verplichting tot actie vervalt niet nadat we onze integriteit hebben bewezen
door een uitgesproken standpunt in te nemen of moedig weerstand te bieden. Wij
worden altijd maar afgevoerd naar een comfortabel sociaal, kerkelijk of
academisch plekje waar we een gezapig leven kunnen gaan leiden en belangrijke
kwesties als vrede, rechtvaardigheid, mensenrechten en dergelijke rustig kunnen
beschouwen vanuit ons eigen werkveld. De reikwijdte van onze betrokkenheid
neemt vaak af tot op het niveau van onze enggeestige ambities. Wij zouden
dankbaar moeten zijn voor alles wat ons uit deze inertie kan loswrikken.
Een van de essentiële manieren waarop we integriteit in de praktijk
kunnen brengen, is ons erover uit te spreken. Er
zijn momenten waarop het geweten een heel duidelijk Nee! te horen
krijgt van de geest van Socrates. Het tot zwijgen brengen van deze stem, of het
meegaan met een algemeen geaccepteerde traditionele leugen in weerwil van deze
interne gewetensstrijd, is in strijd met de Heilige Geest. Er zijn velen die
ervoor hebben gekozen de dood onder ogen te zien in plaats van Ja!
te zeggen met alle anderen, toen hun geweten Nee! zei. Wij
bewonderen deze voorbeelden van verre en zijn blij dat wij niet toen en daar
leefden, terwijl we ons er niet van bewust zijn dat er in ons hier en nu net
zoveel redenen kunnen zijn voor een profetisch protest. De Katholieke Kerk van
tegenwoordig bijvoorbeeld zou duidelijk baat kunnen hebben bij veel meer
oprechtheid. Als het winter is in de Kerk (Karl Rahner, 1982), is
de reden daarvoor wellicht dat er zoveel mensen zijn die niet de moed hebben
gehad zich luid en duidelijk, en meerdere malen, uit te spreken tegen wat een
voortdurend verraad lijkt van de visie van het Tweede Vaticaanse Concilie.
Van de vele ketenen waarin de vrijheid van meningsuiting gevangen zit, is
het gebrek aan vertrouwen dat mensen hebben om hun eigen geweten te uiten een
van de zwaarste. Naar mijn mening heeft wat dat betreft de Nederlandse
lekengemeenschap een goed voorbeeld gegeven in hun dialoog met de paus. Als wij
niet hetzelfde lef tonen, is dat niet omdat wij ons minder bewust zijn van de
kwesties die spelen, maar omdat wij ons niet voldoende bewust zijn van het
grote belang van ons geweten en zijn verantwoordelijkheid, en de plicht om in
bepaalde omstandigheden openlijk te verklaren dat we ergens aan twijfelen of
het er niet mee eens zijn. (De plicht die we hebben jegens de integriteit van
een traditie werpt hierbij vele andere dilemmas op). Mensen hebben altijd
naar integriteit in hun leiders en rijksambtenaren verlangd, een verlangen dat
ten grondslag ligt aan het Messiaanse vertrouwen van Israël in De
Heer onze Integriteit. Mensen verlangen ook naar integriteit vanuit de
Kerk, en wij plegen verraad aan deze integriteit als we onze kritische
scherpzinnigheid laten varen of iets wat wij een bron van morele slavernij
vinden, gewoon maar tolereren. Door te zwijgen houden wij een wreed ethos in
stand waarvan de afgrijselijke aspecten op een beschamende manier op blijven
duiken in onze rechtszalen.
Er kan geen integriteit zijn zonder dat wij moeilijke en kostbare
keuzes maken, keuzes waarvan bij voorbaat niet kan worden gegarandeerd dat ze
juist zijn. Deze keuzes moeten voortdurend gezuiverd worden van gemengde
motieven, van het element van bizarre hoogmoed, van het zoeken van de
publiciteit, van opportunisme en hardnekkigheid ingegeven door eigendunk,
totdat zij zoveel mogelijk voortkomen uit ontegensprekelijke morele noodzaak.
Dit zijn geen overbodige scrupules, want zonder deze scrupules verwordt het
meest bewonderenswaardige motief tot cynische propaganda, en de integriteit
waarop zijn vertegenwoordigers kunnen bogen is dan een schertsvertoning. De
schertsvertoning van integriteit is een schaduw die de ware integriteit overal
volgt, een schertsvertoning die zelfs mensen van aanmerkelijke integriteit vaak
in weerwil van zichzelf opvoeren. Het is zo gemakkelijk om de juiste dingen te
zeggen; bij waarachtige integriteit gaat het echter ook, en misschien wel
hoofdzakelijk, om het zeggen van de verkeerde dingen. Het verlangen naar
betrouwbare leiders en een rechtvaardige maatschappij leidt er vaak toe dat
mensen de persoon die de voor die tijd juiste dingen zegt, uitroepen tot
integer persoon. Zo juichte katholiek Duitsland de goede
Hitler toe. Wij doen er goed aan niet te voorbarig te zijn in het vieren
van de triomf van de integriteit. Een integer persoon zal altijd de eerste zijn
die aan zichzelf twijfelt en zich ongemakkelijk voelt als hij of zij
uitgeroepen wordt tot integer persoon. Mensen die de reputatie
integer persoon krijgen, worden vaak lege karikaturen van
zichzelf; zij zeggen de dingen die van hen verwacht worden en worden zelfs
verliefd op zichzelf als media-ster. Net als mensen die de levende God zoeken
soms met Meister Eckhart zeggen: Ik bid tot God dat hij me verlost van
God, zo zijn mensen met een reputatie als integer persoon opgezadeld met
een opportuun schijnbeeld dat het eens zo moeilijk maakt ware integriteit te
bereiken. Als ze dit schijnbeeld werkelijk hoger schatten dan hun denkbeelden,
zullen ze hun bewonderaars in hun verwachtingen zeker met regelmaat
teleurstellen.
Deze gevaren moeten ons echter niet van de opdracht weerhouden de
idealen van onze maatschappij duidelijk te maken en ons de retoriek van de
integriteit van deze maatschappij eigen te maken als wij daartoe opgeroepen
worden als burger of bekend figuur. Het mag dan slechts machiavellistische
fictie lijken dat politici en woordvoerders van bewegingen spreken en handelen
alsof zij zelf de incarnatie zijn van de idealen waarvoor zij staan, maar als
we voor een ideaal willen uitkomen, betekent dat niet dat we dat ideaal al
perfect tot uitvoer gebracht moeten hebben. Het is een gevaarlijke stunt om
zichzelf publiekelijk te presenteren als een model van integriteit, en als we
staan voor de idealen die door een maatschappij onderschreven worden, maar die
in die maatschappij nooit volledig in de praktijk gebracht worden, kunnen we
niet vermijden dat we het risico lopen hypocriet te zijn. Het is vernederend om
veroordeeld te worden door de idealen die men verkondigt. Ware hypocrisie doet
echter pas haar intrede als de idealen zo ver van ons verwijderd zijn geraakt
dat zij geen kritische en vormende invloed meer hebben op ons handelen.
Blijkbaar gaat het hier moreel gezien niet om het wegwerken van alle kloven
tussen idealen en handelen, maar om het garanderen dat idealen een opbouwende
functie vervullen in het handelen van individuele mensen en de maatschappij.
Als wij reeds naar idealen zouden leven, zouden zij eigenlijk niet meer idealen
genoemd kunnen worden en zouden zij elke ethische en hervormende kracht missen.
Maar er is een kritische drempel; als idealen die zijn gepasseerd, zijn ze
praktisch niet meer te verwezenlijken en worden ze moreel verlammend. Je kunt
je bijvoorbeeld afvragen of de neo-Tridentijnse idealen van het katholieke
ethos en de katholieke praktijk, die tegenwoordig aangehaald worden om de
veronderstelde errores et abusus van de jaren na het Tweede Vaticaanse
Concilie te logenstraffen, niet dit averechtse effect hebben, of dat de Ierse
maatschappij niet lijdt onder het feit dat zij een ideaal zelfbeeld
onderschrijft waardoor zij de weg kwijtraakt in haar zoektocht naar een
volwassen antwoord op haar morele en politieke beproevingen. In dit tijdperk
van mediacratie is idealistische retoriek natuurlijk steeds meer een kwestie
van schone schijn geworden, waardoor het moeilijk wordt onderscheid te maken
tussen de politici of predikers die echt hun best doet om de idealen van hun
gemeenschap uit te dragen en in de praktijk te brengen, ondanks het feit dat
zij zich volledig bewust zijn van de spanningen die er bestaan, en degenen die
voor wie het slechts PR-werk is dat ze perfect uitvoeren. Wij hebben nieuwe
toonbeelden van integriteit nodig. Toen de Amerikaanse bisschoppen hun
worstelingen met de ethische kwesties rond kernwapens openlijk in de
publiciteit brachten, hebben zij wellicht tegengif geleverd tegen de sinistere
macht van de mediacratie, die de kritische macht van het evangelie kan
reduceren tot een mediafantasie.
De Gratie van Integriteit
Wij denken dat de grote toonbeelden van integriteit, de mensen die
Nee! zeggen, vurige voorstanders van principes zijn, maar feit is
dat zij meer dan een beetje kattenkwaad lijken te hebben uitgehaald, wat een
teken is dat zij veel plezier hadden in het uitspreken van een waarheid die
lijnrecht tegenover een verstikkende en deprimerende sociale leugen. Zij gingen
volledig op in een innerlijke vrijheid waardoor de rol die zij geacht werden te
spelen, achterhaald raakte. Er is een schittering te zien in de ogen van
Socrates, Epictetus, Athanasius, Becket, Luther, More en Bonhoeffer, om maar
een paar zware voorbeelden te noemen. Integriteit is meer dan
een principekwestie, meer dan rechtvaardigheid; het is het vermogen vrij te
zijn. Het leven van Jezus, zoals weergegeven in de evangeliën, is niet
gericht op principes, of zelfs op het Nee! zeggen tegen leugens en
onrecht. Het is gericht op het radicaal van de wereld vrij zijn en op vrijheid
voor het Koninkrijk. Wij delen integriteit in starre morele en logische
categorieën in, waarbij we deze binnenste kern vergeten. Een integer
persoon kan optreden als rechter of bisschop, prediker van morele waarden of
veeleisend denker, activist of artiest. Maar de kern van zijn of haar
persoonlijkheid zal in overeenstemming zijn met het Rinzai Zen-ideaal van de
zuivere mens zonder rang of stand. Elke rol werkt corrumperend als
we de innerlijke vrijheid van onze natuur uit het oog verliezen. Een mens van
grote integriteit ontmoeten betekent weer voeling krijgen met deze innerlijke
vrijheid.
Spreken over integriteit als kenmerk van innerlijke vrijheid lijkt
misschien een pseudo-spiritueel zijspoor. Maar ik vind het belangrijk de
aandacht te vestigen op de wezenlijke vrolijkheid die kenmerkend is voor
integriteit in haar meest complete vorm. Wij lijden misschien aan een overmaat
van negatieve integriteit. Ons westerse gevoel van principes en logica wordt
ons schild en actiespandoek en genereert zo een retoriek van denunciatie. Deze
morele ruggengraat van onze cultuur is ook een bron van haar gewelddadigheid.
Wij beschouwen integriteit als iets wat gecultiveerd kan worden, zoals een
reputatie of een bankrekening. Kijk eens naar twee figuren van uitermate grote
integriteit, Rousseau en Nietzsche, van wie de avonturen wellicht een bekrompen
eenzijdigheid in de westerse benadering van integriteit onthullen. Het
calvinistische geweten van Rousseau is gefixeerd op het ideaal van volkomen
transparantie; hij wil dat zijn leven een open boek is voor de hele wereld.
Daarom stort hij de meest genante onthullingen over zijn publiek uit. Door zijn
volkomen openhartigheid zuivert hij zichzelf, en de paranoïde motivering
van die praktijk wordt steeds duidelijker. Het lutheraanse geweten van
Nietzsche is gefixeerd op het radicaal en kritisch ontmaskeren van leugens en
idolatrie; het vuur van de illusies roept tiranniek om meer en meer brandstof,
en de aartsscepticus ontdekt dat hij gevangen zit in de onmogelijke spiraal
waarin un pur trouve toujours un plus pur qui lépure
(Robespierre). Integriteit als werkstuk is een kwestie van op eigen kracht
opklimmen. In Ierland lijken we op seks gefixeerd te zijn, ten nadele van
algemene morele verantwoordelijkheid, en ook ten nadele van volwassen seksuele
integriteit een uitdrukking die het woord kuisheid wel zou
kunnen vervangen. In de Joodse Torah wordt al deze eenzijdigheid gecorrigeerd
door een algemene levensdiscipline vast te stellen die het verlangen naar
integriteit van individuele mensen en gemeenschappen levend houdt en het
bereiken van deze integriteit vergemakkelijkt. Onze morele principes zijn
verstrooid, en daardoor worden wij geremd in ons streven naar integriteit, en
wordt dit streven zelfs in de vuilnisbak van jeugddromen gedeponeerd. Bij het
Tweede Vaticaanse Concilie begaf de Kerk, de moeder en leraar van allen die de
gratie van de integriteit zoeken, zich op het pad van de dialoog met alle
mensen van goede wil in de speurtocht naar waarheid en solidariteit met hen in
het werk van vrede en gerechtigheid. Hiermee schetste de Kerk een Torah die
uitvoerbaar was voor hedendaagse katholieken. Om integriteit te bereiken en
behouden is het belangrijk dat wij deze visie niet uit het oog verliezen, dat
wij niet terugvallen in de sektarische definities van identiteit en integriteit
die zo invloedrijk waren in het verleden. De Katholieke Kerk zou kunnen
floreren als een mediacratische secte, zoals de Verenigingskerk. Dat is
tegenwoordig misschien wel de grootste verzoeking voor de Kerk. Ga weg,
satan, was het antwoord van Jezus op deze verzoeking.
Als integriteit een gratie is en niet een werkstuk, kan geen enkel
individu, en zelfs niet de meest voorbeeldige Torah-gemeenschap, er ooit zeker
van zijn dat zijn of haar integriteit niet gecompromitteerd is. Er zijn
tegenwoordig veel biechtvaders en martelaren, die de rest van ons een
onbehaaglijk gevoel geven, maar kunnen zelfs zij ontsnappen aan de regel dat
we, zolang we moeten leven te midden van de dubbelzinnigheden van het menselijk
bestaan, nooit zeker kunnen zijn van onze eigen integriteit? Hoe waakzaam was
onze Kerk in de jaren dertig en veertig voor het kwaad van het onanisme en de
zonde van het polygenisme, maar hoe kansloos was zij in het optreden tegen de
ware kwaden en zonden van die tijd? Als we alleen al niet goed op de hoogte
zijn van het economische en politieke kwaad in onze wereld, kan dat ertoe
leiden dat onze deugden niet meer voorstellen dan het bestormen van windmolens.
Politiek bewustzijn is net zo moeilijk te cultiveren als spiritueel bewustzijn.
Wij kunnen nooit alle factoren die daarbij betrokken zijn op een zodanige
manier beheersen dat wij zeker kunnen zijn van onze individuele of gezamenlijke
integriteit. Het is niet onredelijk dat iemand die halverwege zijn
levensreis is gekomen, vreest dat hij de rechte weg uit het oog is
verloren, dat hij of zij wellicht een onoprecht persoon is geworden, een
van wie de innerlijke kern om een ietwat mythologische en misleidende
uitdrukking te gebruiken niet meer intact is. Er is nogal wat moed voor
nodig om het grootboek onder de loep te nemen waarin wat men heeft gezegd
gesaldeerd staat tegenover wat men heeft gedaan. Zichzelf bestuderen als men
een middelbare leeftijd heeft bereikt, kan een schokkende ervaring zijn. Maar
het gevolg van deze schokkende ervaring kan zijn dat een ware integriteit,
integriteit als gratie, wordt opgebouwd.
Zelfs de beste doelen kunnen dienst doen als schild tegen zelfkritiek en
vereenvoudiging van de som van het leven, waardoor een onaangenaam mengsel van
rechtschapen woorden en opportunistische daden ontstaat. Een doel kan ons boven
onszelf verheffen, maar als wij ons intensief met een doel gaat bezighouden,
betekent dat wel dat wij weer tegen de dubbelzinnigheden en problemen aanlopen
die bij een volwassen integriteit nooit uit de weg gegaan kunnen worden. Het is
onmogelijk de kant van de engelen te kiezen op een zodanige manier dat alle
twijfels over onze rechtschapenheid uitgewist worden, en door elke poging die
we hiertoe doen, worden we in een leugenachtige positie geplaatst. Voor een
cultuur die zo ontwikkeld en reflectief is als die van ons moet de zoektocht
naar integriteit een ingewikkeld proces zijn. Ik vraag me af of de
pre-reflectieve integriteit van oudere samenlevingen ter beschikking staat van
de huidige westerse mens. De strijd van D.H. Lawrence voor instinctieve
integriteit was ingewikkeld en dialectisch genoeg om aan te tonen dat het voor
ons onmogelijk is onze reflectieve jas af te leggen. De weg naar het eenvoudige
is niet eenvoudig. Dit geldt ook voor het geloof, want onze geest kan alleen
verheven en versterkt worden door gezag, indien dit gezag vrede heeft met de
autonomie van denken en geweten en de vrijheid van meningsuiting die kenmerkend
zijn voor de hedendaagse volwassenheid. Het geloof is vaak bij elkaar gehouden
door een sektarisch instinct, een jaloers gevoel van culturele identiteit en
diffuse en niet nader onderzochte gevoelens van vroomheid. Dit zijn wij
geleidelijk aan het ontgroeien, maar wij zijn nog steeds niet voldoende
betrokken bij het dialogische proces waarin er op een radicalere en meer open
manier vraagtekens bij ons gezet worden en wij blootgesteld worden aan de
waarheid. Een doctrinaire dialoog vereist scherpzinnigheid, zowel in het
eerlijk beschrijven van je eigen mening als in het overal herkennen van de
waarheid, zelfs als die waarheid je te gronde richt, zodat je gedwongen wordt
je eigen positie theorie en praktijk - op zijn minst ten dele te
heroverwegen (Secretariaat voor de niet-gelovigen, Humanae personae
dignitatem). Uit liefde voor de waarheid moeten wij bereid zijn te gronde
gericht te worden door de waarheid. Doelen of overtuigingen waarbij dit ultieme
gevaar van reflectie uitgesloten wordt, hebben de integriteit al vaarwel
gezegd. Het heeft geen nut om hierin dwingend te zijn, want waarheid en
rechtschapenheid zullen nooit afgedwongen kunnen worden.
Ierland staat bol van de vele tegenstrijdige doelen.
Hieruit blijkt wellicht dat wij het vurig streven naar integriteit niet kwijt
zijn. Maar wij zouden er goed aan doen des te meer na te denken over de gevaren
die ik heb geprobeerd hier in beeld te brengen. Om de gratie van integriteit te
vinden moeten wij alle overmatige zekerheid over de rechtvaardigheid van ons
eigen doel loslaten. Het is een spirituele opgave van onschatbare waarde om de
kern van de integriteit van degenen die doelen ondersteunen waarmee wij het
vurig oneens zijn, in beschouwing te nemen en te bewonderen. Een dergelijke
dialogische openheid mag dan verraad aan principes lijken, maar als we deze
afwijzen, bevinden we ons dan niet reeds op de weg van het geweld? Mogen steeds
meer Ieren luidkeels voor de waarheid zoals zij die zien, uitkomen, zonder
opsmuk, maar mogen ze dit in liefde doen en zo een cultuur opbouwen van eenheid
in verscheidenheid in plaats van steriele polarisatie.
Vertaling Mirjam Bonné
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Als je je geroepen voelt priester te
worden, sluit je aan bij CIRCLES!
Circles heeft een speciaal forum en
chatroom opzij gezet voor vrouwen die zich geroepen weten tot het
priesterambt, om elkaar wederzijdse steun te geven.
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |