|
|
|---|
St. Thomas van Aquino (1225-1274)
Bron:de vertaling door de Paters van de Engelse
Dominicaner Provincie. Copyright © 1947 Benzinger Brothers Inc.
Electronische versies zijn te vinden voor de
Summa Theologica (New Advent
edition) en Summa
Contra Gentiles (Jacques Maritain Center edition). Cursivering in de tekst
door John Wijngaards.
- De man staat los van de vrouw, omdat de man meer
is gericht op denkwerk
- De vrouw is ondergeschikt aan de man , omdat in de
man de rede overheerst.
- De hogere rang van de man komt voor uit het feit dat
hij ht eerst geschapen is
- De man is beeld van God op een andere wijze dan de
vrouw
- Het haar van de vrouw is teken van haar
ondergeschikte positie
De man staat
los van de vrouw, omdat de man meer gericht is op denkwerk
Mijn antwoord luidt: Het was nodig dat de vrouw zoals de Schrift
zegt, als een levensgezellin voor de man werd gemaakt, beslist niet
als hulp bij ander werk zoals sommigen zeggen, aangezien de man
efficiëntere hulp bij ander werk kan ontvangen van een andere man;
maar als hulp bij het werk van de voortplanting . . . . Bij perfecte
diersoorten behoort de actieve kracht van de voortplanting bij de mannelijke
sekse en de passieve kracht bij de vrouwelijke. En evenals bij dieren is er nog
belangrijker werk, nog nobeler dan de voortplanting, waar hun leven
voornamelijk voor bedoeld is; en daarom is bij perfecte dieren de mannelijke
sekse niet te vinden in een voortdurende vereniging met het wijfje maar alleen
op het moment van de coïtus; zodat we mogen bedenken dat daardoor het
mannelijke en het vrouwelijke een zijn, zoals ze bij planten altijd een zijn,
en hoewel in sommige gevallen het een overheerst en in andere gevallen het
andere.
Maar de man is nog gericht op een nobeler belangrijke actie,
namelijk op het denken. Daarom was er nog een belangrijker reden voor het
ondrscheid in deze twee krachten in de mens, zodat de vrouw apart van de man
geschapen diende te worden, hoewel ze vleselijk een zijn met het oog op de
voortplanting. Daarom klonk onmiddellijk na de schepping van de vrouw het
woord: En zij zullen twee zijn in één vlees" (Gn. 2:24).Summa
Theologica I, qu. 92, art. 1.
De vrouw is
ondergeschikt aan de man, omdat in de man de rede overheerst.
[Hier wordt wel tegen in gebracht] Ondergeschiktheid en
beperkingen waren een gevolg van de zonde, want na de zonde werd tot de vrouw
gezegd (Gn. 3:16): "Gij zult onderdanig zijn aan de man"; en Gregorius zegt dat
"Waar geen zonde is, is ook geen ongelijkheid." Maar de vrouw heeft van nature
minder kracht en minder waardigheid dan de man . . . . [Maar ik zeg]
Onderdanigheid is tweeërlei. De ene is slaafs, waardoor een
hogergeplaatste een onderdaan gebruikt ten eigen bate; dit soort onderdanigheid
is begonnen na de zonde. Er is nog een soort onderdanigheid, die we economisch
of burgerlijk noemen, waarbij de hogergeplaatste zijn onderdanen gebruikt voor
hun eigen bestwil, en deze onderdanigheid bestond al vóór de
zonde. Want er zou in de mensengemeenschap geen goede orde bestaan wanneer
sommigen niet bestuurd werden door anderen die wijzer zijn dan zij. Dus is
door een dergelijke onderdanigheid de vrouw uiteraard ondergeschikt aan de man,
omdat in de man de discretie van de rede overheerst. Ongelijkheid bij de
mensen is ook niet uitgesloten door de staat van onschuld, zoals we zullen
bewijzen (96, 3). Summa Theologica I, qu. 92, art. 1, ad 2.
De meerwaarde van de man vloeit voort
uit het feit dat hij het eerst geschapen is.
Toen alles geschapen werd, was het passender dat de vrouw gevormd werd
uit de man (het vrouwelijk dier uit het mannelijk) dan bij andere
diersoorten.
Ten eerste, om aan de eerste man een zekere waardigheid te
geven die hierin bestond dat, zoals God het beginsel is van het hele universum,
de man in gelijkenis met God het beginsel was van het hele menselijk geslacht.
Daarom zegt Paulus dat God het hele menselijk geslacht geschapen heeft
uit één mens" (Handelingen 17:26).
Ten tweede, opdat de man
des te meer zou houden van zijn vrouw en meer aan haar zou hangen, in de
wetenschap dat zij uit hemzelf is gevormd. . . . .
Ten derde, zoals de
Wijsgeer zegt (Ethic. viii, 12), Bij de mens worden man en vrouw niet alleen
één omwille van de voortplanting, zoals bij andere dieren, maar
ook omwille van het huiselijk leven, waarin ieder zijn of haar bijzondere
plicht heeft, en waarin de man het hoofd is van de vrouw. Daarom was het
passend dat de vrouw gevormd werd uit de man, als uit haar grondbeginsel.
Ten vierde: er is een sacramentele reden voor, want het betekent dat de
Kerk haar ontstaan dankt aan Christus. Daarom zegt de Apostel (Ef. 5:32): "Dit
is een groot sacrament, maar ik spreek in Christus en in de Kerk." Summa
Theologica I, 92, art. 2.
De man is beeld
van God op een wijze waarop een vrouw het niet is
Het beeld van God is, in zijn voornaamste betekenis, namelijk in de
rationele aard, te vinden in man èn vrouw. Daarom staat er na de
woorden, "Hij schiep hem als beeld van God,"Man en vrouw schiep Hij hen." (Gn.
1:27). Bovendien staat er "hen" in het meervoud, zoals Augustinus (Gen. ad lit.
iii, 22) opmerkt, omdat men anders zou kunnen denken dat beide seksen verenigd
waren in één individu.Maar in een tweede betekenis is het
beeld van God te vinden in de man en niet in de vrouw, want de man is begin en
einde van de vrouw, zoals God begin en einde is van ieder schepsel. Toen
dus de Apostel had gezegd dat "de man beeld en afstraling is van God maar de
vrouw is de afstraling van de man," geeft hij zijn reden daarvoor door te
zeggen: "Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man, en de man
is niet geschapen voor de vrouw, maar de vrouw voor de man."Summa Theologica
I, qu. 93, art. 4 ad 1.
Het haar van een
vrouw is teken van haar ondergeschikte status.
Het haar van de vrouw is een teken van haar ondergeschikte rang,
dat van een man niet. Daarom past het niet dat een vrouw het haar verbergt als
zij boete doet, voor een man wel. Summa Theologica Supplement , qu.
28, art. 3 ad 1.
Zie ook de opvatting van Thomas van Aquino over de vrouw als
een incomplete man.
Teksten van St. Thomas Aquinas
De vrouw en de
voortplanting
De miinderwaardigheid van de vrouw
Argumenten
Overzicht
De priester als
teken
Vrouwen en de heilige
wijdingen
Als Thomas dat geweten
had


In dit boek gaat Hans Wijngaards in
op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het
jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op
zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert
Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van
vrouwen tot diaken.
Klik hier!