|
|
|---|
Rome zegt dat een priester een man moet zijn vanwege de
symboliek waarbij Christus de Bruidegom is en de Kerk zijn Bruid.
De Kerk is de bruid van Christus, die hij
liefheeft omdat hij haar heeft verworven door zijn bloed en haar glorierijk
heeft gemaakt, heilig en vlekkeloos. En sindsdien zijn zij onafscheidelijk.
Deze bruidsthematiek, ontwikkeld vanaf de Brieven van Paulus (vgl. 2 Kor 11 :2,
Ef 5 :22-23) tot aan de geschriften van Johannes (vgl. vooral Joh 3:29, Apk
19:7, 9), is ook te vinden in de Synoptische Evangeliën. . . . .
Daarom mogen we nooit voorbijgaan aan het feit dat Christus een man is. En
daarom moet men toegeven, tenzij men het belang van deze symboliek in het
heilswerk van de Openbaring ontkent, dat
in handelingen die het karakter van een wijding hebben en waarin Christus zelf,
van wie het Verbond komt, de Bruidegom en het Hoofd van de Kerk, wordt
vertegenwoordigd en zijn heilswerk voltrekt wat vooral het geval is bij
de Eucharistie zijn rol (en dit is de oorspronkelijke betekenis van het
woord persona) vervuld moet worden door een man.Inter Insigniores §
30-31.
De symboliek van God in het Oude Testament en Christus in het Nieuwe als
Bruidegom, behoort ten diepste bij een Joodse culturele context. Het is een
stijlfiguur. De Schrift zelf overstijgt meermalen deze vergelijking met een
man. De Bijbel benadrukt dat er vrouwelijke aspecten zijn aan Gods mededogen.
Gods eeuwige trouw wordt vergeleken met de liefde van een moeder voor haar
kinderen die zij nooit zal vergeten (Js 49,15). Van Christus wordt gezegd dat
hij teder is (Heb 5, 2) en zo bezorgd als een kloek die haar kuikens wil
beschermen (Mt 23, 37). Zelfs Paulus noemt zichzelf soms een moeder (1 Tes 2,
7; Gal 4, 19).
Er zijn echter drie specifieke redenen waarom deze symboliek van Bruid
en Bruidegom vrouwelijke priesters niet uitsluit.
- In de Schrift wordt de symboliek van Bruid en
Bruidegom nooit toegepast op het priesterschap van Christus.
- In de liturgie van de eucharistie wordt terloops
verwezen naar de symboliek van Bruid en Bruidegom, maar de symboliek van
Christus als Bemiddelaar van het heil is verreweg het sterkst.
- De symboliek van Bruid en Bruidegom is zelf
ambivalent. Iedere Christen vertegenwoordigt zowel Bruid als
Bruidegom.
In de Schrift wordt de symboliek van
Bruidegom en Bruid nooit toegepast op het priesterschap van Christus.
Zowel Inter Insigniores en het commentaar erop verwijzen
naar de teksten waarin de verhouding van Christus met de Kerk dezelfde is als
die tussen bruidegom en bruid. Vervolgens breidt de Verklaring dit beeld
theologisch uit op een wijze die niet te vinden is in het Nieuwe Testament: de
priester vertegenwoordigt Christus en moet daarom van het mannelijk geslacht
zijn. In het Nieuwe Testament wordt dit beeld alleen gebruikt voor Christus en
de Kerk, en nooit uitgebreid tot het priesterschap.
John R. Donahue, A Tale of Two Documents, in Women
Priests, door L. and A. Swidler, Paulist Press, New York 1977, pag. 25-36; vgl.
J. R. Donahue, Women, Priesthood and the Vatican, America,
Vol. 136 (April 2 1977), pag. 286-287. John R. Donahue, SJ is Geassocieerd
Professor in het Nieuwe Testament aan de Vanderbilt Theologische Hogeschool en
schrijver van Are You the Christ? The Trial of Jesus in the Gospel of Mark.
Hij is lid van het Bestuur van de Katholieke Bijbelvereniging
en is momenteel lid van de Hoofdredactie van Journal of
Biblical Literature.
In de liturgie van de eucharistie wordt
terloops verwezen naar de symboliek van het feest van de Bruidegom , maar de
symboliek van Christus als Bemiddelaar van het heil is verreweg het sterkst.
Vóór de Heilige Communie mag de priester de gelovigen
uitnodigen om naar voren te komen met de formule: Dit is het Lam van God
dat de zonden van de wereld wegneemt. Gelukkig zijn zij die geroepen zijn tot
zijn maaltijd.
Hier wordt verwezen naar Joh 1,29 (het lam dat de zonden van de wereld
wegneemt) en naar de uitroep: Zalig zij die genodigd zijn tot de bruiloft
van het Lam (Apk 19,9). Deze maaltijd, waarbij Jezus zelf de huisvader
is, is de eschatologische vervulling in de hemel. Daarvandaan komt het beeld
van bruid en bruidegom, dat de relatie van het verbond schildert tussen hem en
de Kerk. Hier ligt ongetwijfeld een relatie met de eucharistische maaltijd.
Dergelijke toespelingen op bruidsmystiek zijn echter van secundair
belang , zoals David Coffey aantoont:
Er dient allereerst op te worden gewezen dat de formule van de
uitnodiging die zo even werd genoemd dateert van de hervorming die plaatsvond
na Vaticanum II, en dat het gebruik ervan vrijblijvend is. De Algemene
Instructie van het Romeins Missaal vereist slechts dat de priester de
gelovigen uitnodigt deel te nemen aan de maaltijd
met woorden uit het
evangelie.43 Maar er zijn nog belangrijker overwegingen.
In de liturgie vertegenwoordigt de priester Christus als hoofd
van het mystieke lichaam. Nog afgezien van het feit dat het leergezag dit
onomwonden getuigt, is het de link die nodig is tussen het feit dat hij zowel
de Kerk vertegenwoordigt als Christus, zoals we ook hebben aangetoond. Ik wil
hier duidelijk maken dat in zoverre de priester de ene persoon, Christus,
vertegenwoordigt, onder één specifiek symbool, het niet mogelijk
is dat hij hem tegelijkertijd kan vertegenwoordigen onder een ander symbool.
Hij kan dus niet tegelijkertijd Christus vertegenwoordigen als hoofd van het
mystieke lichaam en als bruidegom van de kerk In de liturgie wordt weliswaar
soms een toespeling gemaakt op het tweede symbool, maar de
vertegenwoordiging is en blijft dezelfde, namelijk van Christus als
hoofd. Toegegeven, deze toespeling is sprekender wanneer die wordt gemaakt door
een man, maar ze zou ook gemaakt kunnen worden door een vrouw.
David Coffey, Priestly Representation and Womens
Ordination, in Priesthood. The Hard Questions uitg. Gerald P.
Gleeson, Columba, Dublin 1993, pag. 79-99; in ons geval pag. 96.
De symboliek van Bruid en Bruidegom is
in zichzelf ambivalent. Iedere Christen vertegenwoordigt zowel Bruid als
Bruidegom.
Voortdurend getrouwd zijn bij volmacht is misschien niet de ideale
relatie tussen Christus en de Christen. Christus is allereerst tegenwoordig in
de Kerk, en de Kerk, dat zijn wij wij zijn allen een andere
Christus, wij zijn Christus in de wereld. Dit maakt deel uit van het
priesterlijk karakter van het gehele kerkvolk, dat wij bemiddelaars zijn van
Christus voor de wereld. Terwijl wij Christus zijn, is dit dienend priesterdom,
dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van Christus
óók samengesteld uit personen, die evenals wij lid uitmaken van
de Kerk. Dat wil zeggen, het zijn leden van de bruid, de Kerk, die
vrouwelijk is, terwijl zij tegelijkertijd Christus zijn, mannelijk, de
bruidegom. Maar je kunt niet zeggen dat zij zowel bruid als bruidegom zijn,
mannelijk en vrouwelijk tegelijk, uit hun aard zelf.
We kunnen dit alleen te boven komen als we zeggen dat er twee
manieren zijn om naar een individueel lid van het priesterdom te kijken, als
een priester waarin hij bepaalde functies heeft die te maken hebben met de
persoon van Christus, en als lid van de Kerk, waarin hij een Christen is zoals
wijzelf. Dat wil zeggen, dat hij de ene keer symbolisch een man is, en tegelijk
symbolisch een vrouw, en geen van beide symbolische rollen wordt aangedaan of
vervalst door zijn biologische rol. Met andere woorden, als een man lid kan
zijn van de Kerk, symbolisch vrouwelijk, dan kan een vrouw lid zijn van het
priesterdom, symbolisch mannelijk.
Paul Lakeland, Can Women be Priests?, Mercier Press, Dublin
1975, pag. 64-65; vgl. ook zijn Theology and Critical Theory: The Discourse
of the Church, Abingdon, Nashville 1990.
Conclusie
De symboliek die de verhouding tussen Christus en de Kerk ziet als
die van een Bruidegom tot zijn Bruid maakt niet dat Christus bij de eucharistie
niet kan worden vertegenwoordigt door een vrouwelijke priester.
Tekst van: John Wijngaards
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |