|
|
|---|
Rome beschouwt het feit dat de priester de Kerk
vertegenwoordigt als secundair.
Het is juist dat de priester de Kerk vertegenwoordigt, die het
Lichaam van Christus is. Maar wanneer hij dit doet, is het meer in het
bijzonder, omdat hij op de eerste plaats Christus zelf vertegenwoordigt, die
het Hoofd en de Herder is van de Kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze
woorden gebruikt om de uitdrukking in persona Christi te preciseren en
aan te vullen. Het is in deze hoedanigheid dat de priester voorgaat in
de vergadering van Christenen en het offer van de Eucharistie viert
waarin de hele Kerk het offer opdraagt en zelf geheel opgedragen
wordt.. Inter Insigniores §
33.
Wat komt eerst: het vertegenwoordigen van de Kerk of
het vertegenwoordigen van Christus?
Ongetwijfeld is het uiteindelijk Christus die de priester
vertegenwoordigt, maar er zijn goede theologische redenen om te zeggen dat de
priester zijn of haar dienstwerk begint als iemand die de wijding ontvangt in
een lijn van apostolische opvolging. In een opgaande theologie
ontvangt de priester zijn mandaat van de kerk op aarde. Vanwege de
onlosmakelijke band echter, die bestaat tussen het hoofd (Christus) en de leden
van de kerk, namelijk de Heilige Geest, vertegenwoordigt de priester die de
leden vertegenwoordigt Christus, het hoofd.
Het eerste (in persona Ecclesiae) begint met wat
toegankelijker is en schrijdt voort naar wat uiteindelijk wordt betekend; het
tweede (in persona Christi) analyseert het proces zelf, waarin datgene
wat uiteindelijk wordt gesymboliseerd richting geeft aan het hele proces van
symboliseren.
E.Kilmartin, Bishop and Presbyter as Representatives of the
Church and Christ, in Women Priests: a Catholic Commentary of the Vatican
Declaration, uitg. A. en L.Swidler, Paulist Press, New York 1977, pag. 295-302;
hier pag. 296. Vgl. David Coffey, Priestly Representation and
Womens Ordination, in Priesthood. The Hard Questions uit.
Gerald P. Gleeson, Columba, Dublin 1993, pag. 79-99; hier p. 96.
De zaak is meer relevant, wanneer we het toepassen op de priester als
celebrant tijdens de Mis.
Bij het Eucharistisch Gebed handelt de priester meer
direct uit naam van de gelovige gemeenschap, hoewel uiteindelijk uit naam van
Christus.
De reden om dit te zeggen ligt in de liturgie zelf.
1. Tijdens het eucharistisch gebed spreekt de priester voortdurend
uit naam van de gemeenschap.
Men hoeft slechts het gebed zelf te lezen, zoals we het bijvoorbeeld
vinden in het Eerste Eucharistisch Gebed.De priester spreekt steeds van
wij, ons, wij allen, enz. Ik wijs alleen al
op het begin.
- Wij komen tot U, Vader, met lof en dankzegging door Jezus Christus uw
Zoon. Door hem vragen we U deze gaven die wij U als offer opdragen te
aanvaarden en te zegenen.
- Wij dragen ze U op voor uw hele heilige Katholieke Kerk
- Herinner U, Heer, al degenen voor wie wij nu bidden . . . .
- Herinner U ons allen die vóór U bijeen zijn. U kent ons
vast geloof en onze toewijding aan U. . . .
- Tezamen met de hele Kerk brengen wij eer aan Maria . . .
- Vader, aanvaard dit offer van uw hele gezin. Schenk ons uw vrede in
dit leven en behoed ons voor de verdoemenis. . .
- Zegen en aanvaard ons offer
Of, naar een moderne vertaling:
- Wij bidden U, genadige God, Vader van
onze Heer Jezus Christus
- wij smeken U door Hem die is uw Zoon
en onze Heer
- dat Gij wilt aanvaarden en zegenen
deze gaven hier, die wij U aanbieden
- regeer uw Kerk, Heer, wees onze
herder
- Breng ons bijeen van heinde en ver en
geef ons uw vrede
.
- in naam van allen smeken wij U
neem deze gaven van ons aan, Heer God . . .
- dat wij niet eeuwig verloren gaan
2. De consecratiewoorden staan niet op zichzelf.
Naar het voorbeeld van Thomas van Aquino en andere middeleeuwse
theologen, wekt Rome de indruk dat de consecratiewoorden op zichzelf staan, en
dat de priester - wanneer hij deze woorden uitspreekt uit zijn rol
treedt van voorganger van de gemeenschap en plotseling alleen maar spreekt uit
naam van Christus. De priester, die als enige de macht heeft om dit te
doen, handelt op dat ogenblik niet slechts door de werkzame kracht die hem is
verleend door Christus, maar ook in persona Christi, en vervult de rol
van Christus, wordt zijn evenbeeld, wanneer hij de woorden uitspreekt van de
consecratie. Inter Insigniores § 25.
Laat ons eens zien naar de tekst zelf, zoals we deze vinden in het
Eerste Gebed ( de zogeheten Romeinse Canon). Ik geef een letterlijke vertaling
van de Latijnse tekst die minstens tien eeuwen oud is.
[smeekgebed]
Zegen en aanvaard ons offer, maak het
voor U aanvaardbaar, een offer in geest en waarheid. Moge het voor ons worden
tot lichaam en bloed van Jezus Christus, uw enige Zoon, onze Heer.
[instellingsverhaal]
Die op de dag voor hij ging lijden, het brood
nam in zijn heilige handen, naar de hemel opzag, naar U zijn almachtige Vader,
U loofde en dankte.
Hij brak het brood, gaf het aan zijn leerlingen en zei:
Neemt allen hiervan en eet het: dit is mijn lichaam dat voor u gegeven
wordt.
Na de maaltijd nam hij de beker. Weer loofde en dankte hij U,
gaf de beker aan zijn leerlingen en zei: Drinkt allen hiervan: dit is de
beker van mijn bloed, het bloed van het nieuwe en eeuwige verbond. Het zal
worden vergoten voor u en allen tot vergeving van de zonden. Doe dit tot mijn
gedachtenis.
Het is duidelijk dat de consecratiewoorden deel uitmaken van het hele
eucharistische gebed:
- Naar de tekst te oordelen is het verhaal van de instelling geheel
afhankelijk van het gebed dat eraan voorafgaat, en het verhaal is
onbegrijpelijk behalve als vervolg van het smeekgebed. Het relaas staat niet op
zichzelf of zonder enig verband met de rest van het eucharistisch gebed.
- Het relaas van de instelling, dat de verba Christi citeert,
staat in de derde persoon: het is een citaat binnen een verhalend relaas, dat
als deel van een gebed gericht wordt tot God de Vader, en het is zelf vervat in
een gebed dat wordt gezegd uit naam van de hele kerk.
- Bestudering van het eucharistisch gebed toont aan dat de priester
zelfs op het moment van de consecratie niet werkelijk in het karakter van
Christus stapt of zijn rol speelt, ook al bezigt hij bepaalde woorden en
gebaren van Christus. De vorm van dit deel van de mis is niet drama; het is een
verhaal, waarin de priester bij voortduring over Christus spreekt in de derde
persoon, duidelijk iemand anders dan hij, zelfs bij het uitspreken van de
woorden van de consecratie. Hij handhaaft duidelijk zijn directe
vertegenwoordiging van de kerk en zijn identiteit als haar bedienaar gedurende
de gehele heilige handeling.
- De Christelijke Oudheid beschouwde, minstens tot aan de vierde eeuw,
algemeen het hele gebed als behorende tot de consecratie. Het Westerse
theologisch denken had, om een aantal redenen, rond de bloeitijd van de
Middeleeuwen het verhaal van de instelling uitgekozen als
consecratiewoorden. In later jaren is de theologie, indachtig aard
en structuur van het eucharistisch gebed, teruggekeerd tot de vroegere mening.
- Het isoleren van de consecratiewoorden ziet de structuur over het
hoofd van de eucharistische gebeden, die zijn samengesteld uit een aantal
elementen, waar het instellingsverhaal er zeker een van is, maar wat heel
belangrijk is, de epiclesis [=de aanroeping van de Geest]
óók.
De bekende liturgiekenner, Ralph A. Keifer, komt tot de volgende
conclusie:
In de Romeinse liturgie staat het instellingsverhaal in geen
enkel opzicht los van de rest van het eucharistisch gebed. Nergens in het gebed
spreekt de priester direct in de naam van Christus. Hij spreekt voortdurend
namens de kerk. Zelfs het instellingsverhaal, dat de verba Christi
aanhaalt, staat in de derde persoon: het is een citaat binnen een
verhalende opsomming als onderdeel van een gebed, gericht tot God de Vader, en
het is vervat in een gebed dat wordt uitgesproken namens de gehele kerk. De
Verklaring beweert dat de priester de kerk vertegenwoordigt omdat hij op
de eerste plaats Christus zelf vertegenwoordigt als hoofd en herder van de
kerk. De onderhavige tekst bedoelt niet in discussie te gaan met de
theologische waarheid van deze bewering. Maar als het om een teken
gaat, is het bij wat er gezegd en gedaan wordt tijdens de
eucharistie, precies andersom. Alleen doordat de priester bidt uit naam van de
kerk, vervult hij zijn rol als consecrerend vertegenwoordiger van
Christus.
Derhalve wordt in het uitspreken van het eucharistisch gebed in
de Romeinse ritus geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen het feit dat de
priester de biddende kerk vertegenwoordigt en het feit dat hij Christus
vertegenwoordigt als hoofd en herder van de kerk. Beide rollen worden
gelijktijdig vervuld. Zelfs als men de nadruk wenst te leggen op een
tijdsmoment van consecratie bij het zeggen van de verba Christi, is er
nog steeds geen breuk tussen de vertegenwoordiging van Christus als hoofd en
herder van de kerk en de vertegenwoordiging door de priester van de kerk als
het lichaam van Christus en zijn Bruid. Wanneer de priester het
instellingsverhaal reciteert, blijft hij spreken namens de biddende kerk. En
waar, wat het uitwendig teken betreft, de vertegenwoordiging van Christus
gegrond is in de vertegenwoordiging van de kerk, lijkt het erop dat een vrouw
de priesterlijke rol van vertegenwoordiger van Christus evengoed kan vervullen
als een man.
Ralph A. Keifer, The Priest as "Another Christ"
in Liturgical Prayer, in Women and Priesthood. Future Directions,
Liturgical Press, Collegeville 1978, pag. 103-110; in deze uitgave pag.
109-110. Keifer is Geassocieerd Professor in de Liturgie aan de Catholic
Theological Union, doceert aan vele universiteiten en heeft vele boeken
geschreven. Van 1971-1973 was hij Algemeen redacteur voor de Internationale
Commissie voor Engels in de Liturgie.
Tekst van: John Wijngaards
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |