OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
In de Eucharistie treedt de priester ook op “in de persoon van de Kerk”

In de Eucharistie treedt de priester niet slechts op “ in de persoon van Christus”, maar ook, en nog directer “in de persoon van de Kerk”

Rome beschouwt het feit dat de priester de Kerk vertegenwoordigt als secundair.

“ Het is juist dat de priester de Kerk vertegenwoordigt, die het Lichaam van Christus is. Maar wanneer hij dit doet, is het meer in het bijzonder, omdat hij op de eerste plaats Christus zelf vertegenwoordigt, die het Hoofd en de Herder is van de Kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze woorden gebruikt om de uitdrukking in persona Christi te preciseren en aan te vullen. Het is in deze hoedanigheid dat de priester voorgaat in de vergadering van Christenen en het offer van de Eucharistie viert ‘waarin de hele Kerk het offer opdraagt en zelf geheel opgedragen wordt.’.” Inter Insigniores § 33.

Wat komt eerst: het vertegenwoordigen van de Kerk of het vertegenwoordigen van Christus?

Ongetwijfeld is het uiteindelijk Christus die de priester vertegenwoordigt, maar er zijn goede theologische redenen om te zeggen dat de priester zijn of haar dienstwerk begint als iemand die de wijding ontvangt in een lijn van apostolische opvolging. In een ‘opgaande theologie’ ontvangt de priester zijn mandaat van de kerk op aarde. Vanwege de onlosmakelijke band echter, die bestaat tussen het hoofd (Christus) en de leden van de kerk, namelijk de Heilige Geest, vertegenwoordigt de priester die de leden vertegenwoordigt Christus, het hoofd.

“Het eerste (in persona Ecclesiae) begint met wat toegankelijker is en schrijdt voort naar wat uiteindelijk wordt betekend; het tweede (in persona Christi) analyseert het proces zelf, waarin datgene wat uiteindelijk wordt gesymboliseerd richting geeft aan het hele proces van symboliseren.”

E.Kilmartin, ‘Bishop and Presbyter as Representatives of the Church and Christ’, in Women Priests: a Catholic Commentary of the Vatican Declaration, uitg. A. en L.Swidler, Paulist Press, New York 1977, pag. 295-302; hier pag. 296. Vgl. David Coffey, ‘Priestly Representation and Women’s Ordination’, in Priesthood. The Hard Questions uit. Gerald P. Gleeson, Columba, Dublin 1993, pag. 79-99; hier p. 96.

De zaak is meer relevant, wanneer we het toepassen op de priester als celebrant tijdens de Mis.

Bij het Eucharistisch Gebed handelt de priester meer direct uit naam van de gelovige gemeenschap, hoewel uiteindelijk uit naam van Christus.

De reden om dit te zeggen ligt in de liturgie zelf.

1. Tijdens het eucharistisch gebed spreekt de priester voortdurend uit naam van de gemeenschap.

Men hoeft slechts het gebed zelf te lezen, zoals we het bijvoorbeeld vinden in het Eerste Eucharistisch Gebed.De priester spreekt steeds van ‘wij’, ‘ons’, ‘wij allen’, enz. Ik wijs alleen al op het begin.

Of, naar een moderne vertaling:

2. De consecratiewoorden staan niet op zichzelf.

Naar het voorbeeld van Thomas van Aquino en andere middeleeuwse theologen, wekt Rome de indruk dat de consecratiewoorden op zichzelf staan, en dat de priester - wanneer hij deze woorden uitspreekt – uit zijn rol treedt van voorganger van de gemeenschap en plotseling alleen maar spreekt uit naam van Christus. “De priester, die als enige de macht heeft om dit te doen, handelt op dat ogenblik niet slechts door de werkzame kracht die hem is verleend door Christus, maar ook in persona Christi, en vervult de rol van Christus, wordt zijn evenbeeld, wanneer hij de woorden uitspreekt van de consecratie.” Inter Insigniores § 25.

Laat ons eens zien naar de tekst zelf, zoals we deze vinden in het Eerste Gebed ( de zogeheten Romeinse Canon). Ik geef een letterlijke vertaling van de Latijnse tekst die minstens tien eeuwen oud is.

[smeekgebed]
“Zegen en aanvaard ons offer, maak het voor U aanvaardbaar, een offer in geest en waarheid. Moge het voor ons worden tot lichaam en bloed van Jezus Christus, uw enige Zoon, onze Heer.
[instellingsverhaal]
Die op de dag voor hij ging lijden, het brood nam in zijn heilige handen, naar de hemel opzag, naar U zijn almachtige Vader, U loofde en dankte.
Hij brak het brood, gaf het aan zijn leerlingen en zei: “Neemt allen hiervan en eet het: dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.’
Na de maaltijd nam hij de beker. Weer loofde en dankte hij U, gaf de beker aan zijn leerlingen en zei: “Drinkt allen hiervan: dit is de beker van mijn bloed, het bloed van het nieuwe en eeuwige verbond. Het zal worden vergoten voor u en allen tot vergeving van de zonden. Doe dit tot mijn gedachtenis’.”

Het is duidelijk dat de consecratiewoorden deel uitmaken van het hele eucharistische gebed:

De bekende liturgiekenner, Ralph A. Keifer, komt tot de volgende conclusie:

“ In de Romeinse liturgie staat het instellingsverhaal in geen enkel opzicht los van de rest van het eucharistisch gebed. Nergens in het gebed spreekt de priester direct in de naam van Christus. Hij spreekt voortdurend namens de kerk. Zelfs het instellingsverhaal, dat de verba Christi aanhaalt, staat in de derde persoon: het is een citaat binnen een verhalende opsomming als onderdeel van een gebed, gericht tot God de Vader, en het is vervat in een gebed dat wordt uitgesproken namens de gehele kerk. De Verklaring beweert dat de priester de kerk vertegenwoordigt omdat hij op de eerste plaats Christus zelf vertegenwoordigt als hoofd en herder van de kerk. De onderhavige tekst bedoelt niet in discussie te gaan met de theologische waarheid van deze bewering. Maar als het om een teken gaat, is het bij wat er gezegd en gedaan wordt tijdens de eucharistie, precies andersom. Alleen doordat de priester bidt uit naam van de kerk, vervult hij zijn rol als consecrerend vertegenwoordiger van Christus.”

“Derhalve wordt in het uitspreken van het eucharistisch gebed in de Romeinse ritus geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen het feit dat de priester de biddende kerk vertegenwoordigt en het feit dat hij Christus vertegenwoordigt als hoofd en herder van de kerk. Beide rollen worden gelijktijdig vervuld. Zelfs als men de nadruk wenst te leggen op een tijdsmoment van consecratie bij het zeggen van de verba Christi, is er nog steeds geen breuk tussen de vertegenwoordiging van Christus als hoofd en herder van de kerk en de vertegenwoordiging door de priester van de kerk als het lichaam van Christus en zijn Bruid. Wanneer de priester het instellingsverhaal reciteert, blijft hij spreken namens de biddende kerk. En waar, wat het uitwendig teken betreft, de vertegenwoordiging van Christus gegrond is in de vertegenwoordiging van de kerk, lijkt het erop dat een vrouw de priesterlijke rol van vertegenwoordiger van Christus evengoed kan vervullen als een man.

Ralph A. Keifer, ‘The Priest as "Another Christ" in Liturgical Prayer’, in Women and Priesthood. Future Directions, Liturgical Press, Collegeville 1978, pag. 103-110; in deze uitgave pag. 109-110. Keifer is Geassocieerd Professor in de Liturgie aan de Catholic Theological Union, doceert aan vele universiteiten en heeft vele boeken geschreven. Van 1971-1973 was hij Algemeen redacteur voor de Internationale Commissie voor Engels in de Liturgie.

Tekst van: John Wijngaards
Vertaling Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research