OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Een vrouw vertegenwoordigt Christus beter in zijn vrouwelijke eigenschappen

Een vrouw vertegenwoordigt Christus beter in zijn vrouwelijke eigenschappen en in de vrouwelijke symboliek van zijn leven gevende zending

Jezus was in contact met zijn anima

Jung heeft er terecht op gewezen dat elke vrouw in haar persoonlijkheid ook een ‘mannelijke kant’ ofwel ‘animus’ heeft, en iedere man een ‘vrouwelijke kant’, zijn ‘anima’. Het is van belang dit niet te vergeten wanneer we over Jezus’ persoon spreken als over een man.

Sommige mannen zijn zich meer bewust van en gevoelig voor hun anima. Uit bestudering van het evangelie blijkt dat Jezus Christus zeer gevoelig was ten opzichte van vrouwen en van de vrouwelijke kanten van zijn eigen persoonlijkheid.

Wanneer we Jezus’ houding ten opzichte van vrouwen trachten te reconstrueren, ontdekken we een besef van hun aanwezigheid onder zijn toehoorders. Jezus ontleent zijn voorbeelden net zo goed aan het leven van vrouwen als aan dat van mannen. Hij weet dat vrouwen hun schatten bewaren in kistjes en dat zij in de schemering een lamp aansteken (Mt 6,19-21 en 5,15-16). Hij spreekt van kinderen die spelen op het marktplein en van meisjes die op de bruidegom wachten bij een trouwpartij (Mt 11,16-19 en 25,1-13). Hij vertelt zijn parabels vaak in tweevoud, met een verhaal over een vrouw naast een verhaal over een man:

Maria, Jezus’ moeder, heeft vast en zeker grote invloed op hem gehad. Jezus heeft veel van zijn idealen van haar geleerd. Zij moet hem hebben aangemoedigd toen hij begon op te treden in het openbaar. Men kan daar nog iets van terugvinden in het evangelie van Johannes. Bij de bruiloft van Cana spoorde Maria hem aan zijn eerste wonder te doen. "Mijn uur is nog niet gekomen", protesteerde Jezus. Maar toen zij rustig aandrong bedacht hij zich en luidde de Messiaanse tijd in met het veranderen van water in wijn. (Joh 2,1-12).

Op bepaalde kruispunten in zijn eigen ontwikkeling verwierf Jezus inzichten en werd hij tot daden aangezet door ontmoetingen met vrouwen.

Jezus reageerde ook op de stille gebaren van vrouwen: de berouwvolle prostituee die olie uitgoot over zijn voeten, de weduwe van Nain die achter de lijkbaar van haar dode zoon liep, de door arthritis kromgebogen vrouw, de weduwe in de tempel die twee muntjes in het offerblok wierp, en de vrouwen van Jeruzalem die schreiden toen zij Jezus zijn kruis zagen dragen (Lc 7,36-50; 7,11-17; 13,10-17; 21,1-4 en 23,27-31).

Uit al deze en nog andere teksten blijkt dat de historische Jezus zich zeer bewust was van zijn eigen anima. Hij was zich bewust van de belangen van de vrouw. Hij gaf om hen. Hij leerde van hen. In hun behoeften en in hun suggesties erkende Hij de aandrang van de Geest. De vergeving en verzoening die Hij namens de Vader bracht, waren evenzeer voor vrouwen als voor mannen.

Weliswaar kon Jezus tijdens de korte tijd dat hij in het openbaar optrad, niet alle sociale vooroordelen van die tijd omverwerpen. Hij wierp zich net zo min op als verdediger van de emancipatie van de vrouw als van de afschaffing van de slavernij. Maar door zijn houding vestigde hij wel principes die alle menselijke verhoudingen op hun kop zetten.

Vgl. Elisabeth MOLTMANN-WENDEL, The Women around Jesus, Londen 1982; A Land Flowing with Milk and Honey, Londen 1986, pag. 137-148; Mary GREY, Redeeming the Dream: feminism, redemption and Christian tradition, Londen 1989, met name pag. 95-103.

Door zijn dood en verrijzenis heeft Jezus net zo goed de vrouw bevrijd als de man

We zouden nu naar een dieper niveau kunnen gaan en ons afvragen: Wat heeft Jezus’ belangstelling de vrouw opgeleverd? Heeft die werkelijk geresulteerd in bevrijding? Heeft de Verrezen Christus wel zoveel bewerkstelligd voor de vrouw als het optreden van Jezus van Nazaret beloofde? Het antwoord is: Jazeker! De positie van de vrouw in de religie is door de komst van Christus dramatisch gewijzigd. Waar zij slechts zijdelings behoord had bij het verbond met Mozes, werd de vrouw nu evenzeer als de man kind van God.

In het Oude Testament waren alleen de mannen direct dragers van het verbond.

Ook in het traditionele Jodendom bleef hetzelfde onderscheid gehandhaafd. De mannen moesten de voorgeschreven gebeden zeggen. Mannen hadden de voornaamste plaatsen in de synagoge. Mannen konden voorlezen uit de Torah. Alleen tien mannen konden het quorum, het minyan, vormen, dat nodig was om in het openbaar te bidden. Op dertienjarige leeftijd werden de jongens ingewijd in hun religieuze plichten als volwassenen door de ceremonie van de Bar Mitzvah. Iets dergelijks bestond niet voor de meisjes.

Tegen deze achtergrond gezien kunnen we de revolutionaire verandering beseffen die Christus heeft gebracht. Zowel mannen als vrouwen worden opgenomen in het nieuwe verbond door een en dezelfde rite, namelijk het doopsel. Eerder hebben we al gezien dat wij in het doopsel met Jezus sterven en met Jezus opstaan. Mannen en vrouwen ondergaan deze transformatie beiden en komen te voorschijn als ‘een nieuwe schepping’

Daarom delen mannen zowel als vrouwen gelijkelijk in de eucharistische maaltijd en hebben zij gelijke godsdienstige plichten. Dit zijn reële veranderingen met enorme gevolgen.

Paulus heeft dit beginsel uitgedrukt in de volgende woorden:

Want u bent allemaal kinderen van God
door het geloof, in Christus Jezus.
Want allemaal bent u in Christus gedoopt,
met Christus bekleed.
Er is geen Jood of Griek meer,
er is geen slaaf of vrije,
het is niet man of vrouw,
u bent allemaal één in Christus Jezus.

Gal 3,27-28

Beseft u de enorme veranderingen die Christus heeft teweeggebracht in de feitelijkheid van de menselijke relaties met God? Maar deze religieuze werkelijkheid en moet nog vertaald worden in sociale en kerkelijke feitelijkheid.

De Katholieke Kerk spreekt nog steeds over alle gevolgen. De Kerk had meer dan 19 eeuwen nodig om openlijk te aanvaarden dat slavernij niet in overeenstemming is met Gods plan en tegen de geest van Christus indruist. (Vatican II, Gaudium et Spes no 29). Momenteel verzet Rome zich nog steeds tegen de toelating van vrouwen tot het sacramentele priesterschap. Uiteindelijk zal deze kwestie vast en zeker beslist worden op basis van de fundamentele gelijkheid, die door Christus is vastgesteld.

De mannelijkheid van het Vader-God beeld en de mannelijkheid van de historische Jezus kunnen echte problemen vormen voor goed verstaan. Deze problemen kan men te boven komen als we het gender in het juiste perspectief brengen. Het ‘vaderschap’ van God is niet meer dan een metafoor. God is evenzeer moeder als vader. En de Verrezen Christus is geen mannelijke figuur die ergens rondzweeft, maar is de Geest in ons, de gever van het leven, die zowel vrouwelijke als mannelijke trekken heeft.

Aangezien wij alleen één zijn in Christus, kan iedereen zichzelf weerspiegeld zien in Christus. Wat onze sociale status of onze huidskleur ook is, Christus is in ons een nieuwe schepping geworden. Elk deel van ons behoort hem toe. Niets menselijks wordt door hem verworpen. In Christus komen we alle beperkingen te boven die anderen aan ons gesteld hebben.

Wil men de totale persoon van Christus vertegenwoordigen, dan dient men ook zijn vrouwelijke trekken te vertegenwoordigen

Jezus aarzelde niet om vrouwelijke en moederlijke beelden te gebruiken om zijn werk te beschrijven. De liefde die hij betoont wanneer hij eet en drinkt met zondaars is die van de herder die domweg op zoek gaat naar het ene verloren schaap; het is die van de vader die onceremonieel de weg op loopt om zijn berouwvolle zoon tegemoet te gaan; maar het is ook die van de vrouw die haar huis op zijn kop zet om een onbetekenend muntje te zoeken (Lc 15). Christus is gekomen om de kinderen van Jeruzalem te verzamelen zoals een hen met haar vleugels haar kuikentjes omvat, beschermt en verwarmt (Mt 23,37). En zijn dood en verrijzenis zijn de weeën van de Messias (Joh 16,21; vgl. Openbaring 12; Mc 13,8).

Het gebruik van vrouwelijke beelden wordt voortgezet in de beschrijving van Jezus’ dienaren. Paulus noemt zichzelf een vader, maar hij noemt zich ook rustig een "voedster die voor haar kinderen zorgt" ( 1 Tes 2,7) of hij vergelijkt zich met een vrouw die barensweeën lijdt tot Christus in zijn volk gevormd is (Gal 4,19).

"Het punt bij deze verwijzingen is niet dat ik wil beweren dat de mannelijke beelden niet overheersen, maar ik stel dat er dimensies zijn van Gods liefde voor de mens, van Christus’ rol als verlosser, en van het officiële christelijke ambt, die slechts door vrouwelijke beelden kunnen worden meegedeeld. Christus vertegenwoordigde deze voor de wereld, ofschoon hij een man was; Paulus vertegenwoordigde ze voor de kerk, hoewel hij een man was. Als een man dergelijke vrouwelijke dimensies van de goddelijke liefde kon vertegenwoordigen, valt het moeilijk in te zien waarom een vrouw op haar beurt ten opzichte van de Kerk geen dimensies van Gods liefde in Christus kan vertegenwoordigen waarin mannelijke beelden worden gebruikt. Mensen die redelijk intelligent zijn begrijpen hoe al deze symbolen functioneren en drijven ze niet tot in het absurde door. De discussie dat een vrouw Christus niet kan vertegenwoordigen werkt met nogal rigide normen van symboolgebruik die niet altijd vrij zijn van "vertaal denkfouten…".

"Vooral de vooronderstellingen van het argument van Rome moeten worden doorgelicht. Neemt men aan dat, terwijl een man zowel het mannelijke als het vrouwelijke kan vertegenwoordigen, een vrouw slechts het vrouwelijke kan belichamen? Zijn het initiatief van God en de vrije genadebedeling meer mannelijk dan vrouwelijk? Is de ondergeschiktheid van de vrouw aan haar man de enige reden waarom Christus kan worden beschouwd als de Bruidegom van de kerk? Welke aannamen en vooringenomenheden – theologisch, cultureel, psychologisch en andere – zitten achter de beschrijving van bepaalde houdingen en ambten als ‘mannelijk’ en andere als ‘vrouwelijk’? Mogen vrouwen meepraten in deze kwestie of hebben we hier al een verkrachting van ‘het eeuwig vrouwelijke’?"

Joseph A. Komonchak, ‘Theological Questions on the Ordination of Women’, in Women and the Catholic Priesthood, pag. 241-259; hier pag. 251-252.

Als gever van leven is Christus meer vrouwelijk dan mannelijk

Paul Lakeland ontleent conclusies aan de geestelijke functie van Christus als degene die ons leven schenkt.

"De redding van de mens door Christus wordt bewerkstelligd door de genade van God, en door deze genade ontvangen de volgelingen van Christus, ontvangt de Kerk, nieuw leven. De Kerk wordt dus in stand gehouden door Gods genade, die uitstroomt van het hoofd van de kerk, Christus. Christus is zowel bron als middelaar van het leven van de Kerk, uit hen beiden wordt de Kerk geboren. Er ligt hier een elementaire biologische parallel, waardoor de Zoon de moeder is en de Vader de vader van de Kerk, maar dat is onze bedoeling niet. We willen eerder de nadruk leggen op het feit dat Christus komt om nieuw leven te brengen aan de Kerk, maar het nieuwe leven dat hij brengt (het leven van de Geest) is niet iets dat van hem alleen afkomstig is. Het komt van hem en van de Vader. Hij is dus de middelaar van het leven dat hij in zijn mensheid van een ander, van God, ontvangen heeft, en in zijn godheid die hij van alle eeuwigheid ontvangen heeft in de Vader. Hij is de medewerker die betrokken is bij de schepping van nieuw leven voor de Kerk, hij is de bron en de drager van het genadeleven. Anders gezegd, hij handelt met vrouwelijke symboliek "

"Indien de priester de vertegenwoordiger is van Christus, is hij dit veeleer in de theologische betekenis dan in de lichamelijke aanwezigheid van Christus. In zijn functie bij de Eucharistie, bij het doopsel, bij de biecht, bekleedt hij de plaats van Christus als brenger van nieuw leven door hemzelf. Hij is plaatsbekleder in fysieke zin, maar in theologische zin handelt Christus door hem in de genadegave van de sacramenten. De Kerk kan eveneens worden gezien als middelares van genade voor de wereld, een bemiddeling waarbij de vrije gave Gods en de zorg van de Kerk om haar roeping als ‘gist’ waar te maken, door elkaar heen lopen. Zoals zij zichzelf schenkt, schenkt zij ook God in Christus. Dit is weer een aspect van Christus zijn in de wereld; het zal de lezer mogelijk verwarren. Maar de verwarring zelf is leerzaam, aangezien dit nu net is wat er gebeurt wanneer we ons begeven in het rijk van metafoor en symbool."

" De waarheid die zij bevatten is universele waarheid, en dus kunnen veel aspecten van het leven beschouwd worden in het licht van de waarheid die zij uitdrukken. De Kerk, de priester en Christus zijn onlosmakelijk mannelijk en vrouwelijk tot in de kern van hun religieuze betekenis. Als het betoog alleen stelt dat men de activiteiten van de priester zo kan zien dat er parallellen zijn met bepaalde specifiek mannelijke handelingen, dan is dat terecht. Wat men moet inzien is dat als een man priester kan zijn en toch die functies vervullen die gezien kunnen worden in het licht van vrouwelijke symboliek, dan is het geen argument tegen vrouwelijke priesters als men zegt dat zij bepaalde symbolisch mannelijke handelingen zouden moeten verrichten. Hun geschiktheid voor het priesterschap als middelares en medewerkster in het genadeleven ligt in feite meer voor de hand dan voor mannen. "

Paul Lakeland, Can Women be Priests?, Mercier Press, Dublin 1975, pag. 67-68. Vgl. zijn Theology and Critical Theory: The Discourse of the Church, : Abingdon, Nashville 1990.

Vertaling Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research