|
|
|---|
- Jezus was in contact met zijn anima
- Door voor ons te sterven bevrijdde Jezus zowel
mannen als vrouwen
- De persoon van Christus volledig vertegenwoordigen
betekent dat ook zijn vrouwelijke trekken vertegenwoordigd worden.
- Als gever van leven is Jezus meer vrouwelijk dan
mannelijk.
Jezus was in contact met zijn
anima
Jung heeft er terecht op gewezen dat elke vrouw in haar persoonlijkheid
ook een mannelijke kant ofwel animus heeft, en
iedere man een vrouwelijke kant, zijn anima. Het
is van belang dit niet te vergeten wanneer we over Jezus persoon spreken
als over een man.
Sommige mannen zijn zich meer bewust van en gevoelig voor hun
anima. Uit bestudering van het evangelie blijkt dat Jezus Christus zeer
gevoelig was ten opzichte van vrouwen en van de vrouwelijke kanten van zijn
eigen persoonlijkheid.
Wanneer we Jezus houding ten opzichte van vrouwen trachten te
reconstrueren, ontdekken we een besef van hun aanwezigheid onder zijn
toehoorders. Jezus ontleent zijn voorbeelden net zo goed aan het leven van
vrouwen als aan dat van mannen. Hij weet dat vrouwen hun schatten bewaren in
kistjes en dat zij in de schemering een lamp aansteken (Mt 6,19-21 en 5,15-16).
Hij spreekt van kinderen die spelen op het marktplein en van meisjes die op de
bruidegom wachten bij een trouwpartij (Mt 11,16-19 en 25,1-13). Hij vertelt
zijn parabels vaak in tweevoud, met een verhaal over een vrouw naast een
verhaal over een man:
- de vrouw die gist mengt door het beslag/ de boer die een
mosterdzaadje plant (Lc 13,18-21);
- de vrouw die een munt heeft verloren / de herder die een schaap
verloren heeft (Lc 15,3-10);
- de weduwe die een rechter lastig valt/ de man die in de nacht zijn
buurman wekt (Lc 11,5-13 en 18,1-8).
Maria, Jezus moeder, heeft vast en zeker grote invloed op hem
gehad. Jezus heeft veel van zijn idealen van haar geleerd. Zij moet hem hebben
aangemoedigd toen hij begon op te treden in het openbaar. Men kan daar nog iets
van terugvinden in het evangelie van Johannes. Bij de bruiloft van Cana spoorde
Maria hem aan zijn eerste wonder te doen. "Mijn uur is nog niet gekomen",
protesteerde Jezus. Maar toen zij rustig aandrong bedacht hij zich en luidde de
Messiaanse tijd in met het veranderen van water in wijn. (Joh 2,1-12).
Op bepaalde kruispunten in zijn eigen ontwikkeling verwierf Jezus
inzichten en werd hij tot daden aangezet door ontmoetingen met vrouwen.
- Toen de vrouw die aan bloedvloeiing leed Jezus van achteren
aanraakte, "voelde Hij dat er een kracht van Hem was uitgegaan". Misschien
begon Jezus optreden als heelmeester wel met dergelijke ontmoetingen (Mc
5,21-43).
- De Syro-Phoenicische vrouw smeekte Jezus om de duivel uit te drijven
van haar dochter. Jezus weigerde omdat hij meende dat zijn zending beperkt was
tot zijn eigen volk. Maar de vrouw bestrijdt dat en Jezus geeft toe, en zet
zodoende een eerste stap op zijn weg naar een universele zending (Mc 7,24-30).
- In het huisvan Maria en Marta ontmoet Jezus wellicht voor het eerst
een vrouw die, evenals de mannen aan zijn voeten zittend, zijn leerling wil
worden. Jezus is onder de indruk en moedigt haar leerling zijn aan,
ook al gaat het in tegen de gebruikelijke verwachtingen van de rol van de vrouw
(Lc 10,38-42; vgl. 8,1-3).
Jezus reageerde ook op de stille gebaren van vrouwen: de berouwvolle
prostituee die olie uitgoot over zijn voeten, de weduwe van Nain die achter de
lijkbaar van haar dode zoon liep, de door arthritis kromgebogen vrouw, de
weduwe in de tempel die twee muntjes in het offerblok wierp, en de vrouwen van
Jeruzalem die schreiden toen zij Jezus zijn kruis zagen dragen (Lc 7,36-50;
7,11-17; 13,10-17; 21,1-4 en 23,27-31).
Uit al deze en nog andere teksten blijkt dat de historische Jezus zich
zeer bewust was van zijn eigen anima. Hij was zich bewust van de
belangen van de vrouw. Hij gaf om hen. Hij leerde van hen. In hun behoeften en
in hun suggesties erkende Hij de aandrang van de Geest. De vergeving en
verzoening die Hij namens de Vader bracht, waren evenzeer voor vrouwen als voor
mannen.
Weliswaar kon Jezus tijdens de korte tijd dat hij in het openbaar
optrad, niet alle sociale vooroordelen van die
tijd omverwerpen. Hij wierp zich net zo min op als verdediger van de
emancipatie van de vrouw als van de
afschaffing van de slavernij. Maar door zijn houding
vestigde hij wel principes die alle
menselijke verhoudingen op hun kop zetten.
Vgl. Elisabeth MOLTMANN-WENDEL, The Women around Jesus, Londen
1982; A Land Flowing with Milk and Honey, Londen 1986, pag. 137-148;
Mary GREY, Redeeming the Dream: feminism, redemption and Christian
tradition, Londen 1989, met name pag. 95-103.
Door zijn dood en verrijzenis heeft
Jezus net zo goed de vrouw bevrijd als de man
We zouden nu naar een dieper niveau kunnen gaan en ons afvragen: Wat
heeft Jezus belangstelling de vrouw opgeleverd? Heeft die werkelijk
geresulteerd in bevrijding? Heeft de Verrezen Christus wel zoveel
bewerkstelligd voor de vrouw als het optreden van Jezus van Nazaret beloofde?
Het antwoord is: Jazeker! De positie van de vrouw in de religie is door de
komst van Christus dramatisch gewijzigd. Waar zij slechts zijdelings behoord
had bij het verbond met Mozes, werd de vrouw nu evenzeer als de man kind van
God.
In het Oude Testament waren alleen de mannen direct
dragers van het verbond.
- Jongetjes werden besneden als ze acht dagen oud waren. Het verbond
werd dus direct met de man gesloten. De vrouw behoorde er slechts toe via de
man eerst als dochter van de vader, dan als vrouw van haar man.
- Van de mannen werd verwacht dat zij offers opdroegen in de tempel.
Driemaal per jaar, bij de drie grote feesten moesten alle mannen verschijnen
voor het aanschijn van Jahweh. De vrouwen mochten wel meekomen en delen in het
offermaal net als de kinderen, de slaven en de gasten. Maar het was niet echt
hun offer.
- In de tempel te Jeruzalem konden vrouwen binnen de scheidingsmuur
komen in het hof der vrouwen. Verder hadden ze geen toegang. De mannen echter
konden het Hof van Israël betreden. Dit hof lag tegenover het
brandofferaltaar en op die plek ontvingen de priesters de offergaven.
- Toen Maria en Jozef Jezus opdroegen in de tempel, moest Maria achter
blijven in het hof der vrouwen, terwijl Jozef het kind Jezus en de tortelduiven
naar het Hof van Israel bracht. Daar in de omheinde ruimte van de vrouwen
ontmoetten zij Simeon en Anna (Lc 2,22-38).
Ook in het traditionele Jodendom bleef hetzelfde onderscheid
gehandhaafd. De mannen moesten de voorgeschreven gebeden zeggen. Mannen hadden
de voornaamste plaatsen in de synagoge. Mannen konden voorlezen uit de Torah.
Alleen tien mannen konden het quorum, het minyan, vormen, dat nodig was
om in het openbaar te bidden. Op dertienjarige leeftijd werden de jongens
ingewijd in hun religieuze plichten als volwassenen door de ceremonie van de
Bar Mitzvah. Iets dergelijks bestond niet voor de meisjes.
Tegen deze achtergrond gezien kunnen we de revolutionaire verandering
beseffen die Christus heeft gebracht. Zowel mannen als vrouwen worden opgenomen
in het nieuwe verbond door een en dezelfde rite, namelijk het doopsel. Eerder
hebben we al gezien dat wij in het doopsel met Jezus sterven en met Jezus
opstaan. Mannen en vrouwen ondergaan deze transformatie beiden en komen te
voorschijn als een nieuwe schepping
Daarom delen mannen zowel als vrouwen gelijkelijk in de eucharistische
maaltijd en hebben zij gelijke godsdienstige plichten. Dit zijn reële
veranderingen met enorme gevolgen.
Paulus heeft dit beginsel uitgedrukt in de volgende woorden:
Want u bent allemaal kinderen van God
door het
geloof, in Christus Jezus.
Want allemaal bent u in Christus gedoopt,
met Christus bekleed.
Er is geen Jood of Griek meer,
er is geen slaaf of
vrije,
het is niet man of vrouw,
u bent allemaal één in
Christus Jezus.
Gal 3,27-28
Beseft u de enorme veranderingen die Christus heeft teweeggebracht in de
feitelijkheid van de menselijke relaties met God? Maar deze religieuze
werkelijkheid en moet nog vertaald worden in sociale en kerkelijke
feitelijkheid.
De Katholieke Kerk spreekt nog steeds over alle gevolgen. De Kerk had
meer dan 19 eeuwen nodig om openlijk te aanvaarden dat slavernij niet in
overeenstemming is met Gods plan en tegen de geest van Christus indruist.
(Vatican II, Gaudium et Spes no 29). Momenteel verzet Rome zich nog
steeds tegen de toelating van vrouwen tot het sacramentele priesterschap.
Uiteindelijk zal deze kwestie vast en zeker beslist worden op basis van de
fundamentele gelijkheid, die door Christus is vastgesteld.
De mannelijkheid van het Vader-God beeld en de mannelijkheid van de
historische Jezus kunnen echte problemen vormen voor goed verstaan. Deze
problemen kan men te boven komen als we het gender in het juiste perspectief
brengen. Het vaderschap van God is niet meer dan een metafoor. God
is evenzeer moeder als vader. En de Verrezen Christus is geen mannelijke figuur
die ergens rondzweeft, maar is de Geest in ons, de gever van het leven, die
zowel vrouwelijke als mannelijke trekken heeft.
Aangezien wij alleen één zijn in Christus, kan iedereen
zichzelf weerspiegeld zien in Christus. Wat onze sociale status of onze
huidskleur ook is, Christus is in ons een nieuwe schepping geworden. Elk deel
van ons behoort hem toe. Niets menselijks wordt door hem verworpen. In Christus
komen we alle beperkingen te boven die anderen aan ons gesteld hebben.
Wil men de totale persoon van Christus
vertegenwoordigen, dan dient men ook zijn vrouwelijke trekken te
vertegenwoordigen
Jezus aarzelde niet om vrouwelijke en moederlijke beelden te gebruiken
om zijn werk te beschrijven. De liefde die hij betoont wanneer hij eet en
drinkt met zondaars is die van de herder die domweg op zoek gaat naar het ene
verloren schaap; het is die van de vader die onceremonieel de weg op loopt om
zijn berouwvolle zoon tegemoet te gaan; maar het is ook die van de vrouw die
haar huis op zijn kop zet om een onbetekenend muntje te zoeken (Lc 15).
Christus is gekomen om de kinderen van Jeruzalem te verzamelen zoals een hen
met haar vleugels haar kuikentjes omvat, beschermt en verwarmt (Mt 23,37). En
zijn dood en verrijzenis zijn de weeën van de Messias (Joh 16,21; vgl.
Openbaring 12; Mc 13,8).
Het gebruik van vrouwelijke beelden wordt voortgezet in de beschrijving
van Jezus dienaren. Paulus noemt zichzelf een vader, maar hij noemt zich
ook rustig een "voedster die voor haar kinderen zorgt" ( 1 Tes 2,7) of hij
vergelijkt zich met een vrouw die barensweeën lijdt tot Christus in zijn
volk gevormd is (Gal 4,19).
"Het punt bij deze verwijzingen is niet dat ik wil beweren dat de
mannelijke beelden niet overheersen, maar ik stel dat er dimensies zijn van
Gods liefde voor de mens, van Christus rol als verlosser, en van het
officiële christelijke ambt, die slechts door vrouwelijke beelden kunnen
worden meegedeeld. Christus vertegenwoordigde deze voor de wereld, ofschoon hij
een man was; Paulus vertegenwoordigde ze voor de kerk, hoewel hij een man was.
Als een man dergelijke vrouwelijke dimensies van de goddelijke liefde kon
vertegenwoordigen, valt het moeilijk in te zien waarom een vrouw op haar beurt
ten opzichte van de Kerk geen dimensies van Gods liefde in Christus kan
vertegenwoordigen waarin mannelijke beelden worden gebruikt. Mensen die
redelijk intelligent zijn begrijpen hoe al deze symbolen functioneren en
drijven ze niet tot in het absurde door. De discussie dat een vrouw Christus
niet kan vertegenwoordigen werkt met nogal rigide normen van symboolgebruik die
niet altijd vrij zijn van "vertaal denkfouten
".
"Vooral de vooronderstellingen van het argument van Rome moeten worden
doorgelicht. Neemt men aan dat, terwijl een man zowel het mannelijke als het
vrouwelijke kan vertegenwoordigen, een vrouw slechts het vrouwelijke kan
belichamen? Zijn het initiatief van God en de vrije genadebedeling meer
mannelijk dan vrouwelijk? Is de ondergeschiktheid van de vrouw aan haar man de
enige reden waarom Christus kan worden beschouwd als de Bruidegom van de kerk?
Welke aannamen en vooringenomenheden theologisch, cultureel,
psychologisch en andere zitten achter de beschrijving van bepaalde
houdingen en ambten als mannelijk en andere als
vrouwelijk? Mogen vrouwen meepraten in deze kwestie of hebben we
hier al een verkrachting van het eeuwig
vrouwelijke?"
Joseph A. Komonchak, Theological Questions on the Ordination of
Women, in Women and the Catholic Priesthood, pag. 241-259; hier
pag. 251-252.
Als gever van leven is Christus meer
vrouwelijk dan mannelijk
Paul Lakeland ontleent conclusies aan de geestelijke functie van
Christus als degene die ons leven schenkt.
"De redding van de mens door Christus wordt bewerkstelligd door de
genade van God, en door deze genade ontvangen de volgelingen van Christus,
ontvangt de Kerk, nieuw leven. De Kerk wordt dus in stand gehouden door Gods
genade, die uitstroomt van het hoofd van de kerk, Christus. Christus is zowel
bron als middelaar van het leven van de Kerk, uit hen beiden wordt de Kerk
geboren. Er ligt hier een elementaire biologische parallel, waardoor de Zoon de
moeder is en de Vader de vader van de Kerk, maar dat is onze bedoeling niet. We
willen eerder de nadruk leggen op het feit dat Christus komt om nieuw leven te
brengen aan de Kerk, maar het nieuwe leven dat hij brengt (het leven van de
Geest) is niet iets dat van hem alleen afkomstig is. Het komt van hem en van de
Vader. Hij is dus de middelaar van het leven dat hij in zijn mensheid van een
ander, van God, ontvangen heeft, en in zijn godheid die hij van alle eeuwigheid
ontvangen heeft in de Vader. Hij is de medewerker die betrokken is bij de
schepping van nieuw leven voor de Kerk, hij is de bron en de drager van het
genadeleven. Anders gezegd, hij handelt met vrouwelijke symboliek "
"Indien de priester de vertegenwoordiger is van Christus, is hij dit
veeleer in de theologische betekenis dan in de lichamelijke aanwezigheid van
Christus. In zijn functie bij de Eucharistie, bij het doopsel, bij de biecht,
bekleedt hij de plaats van Christus als brenger van nieuw leven door hemzelf.
Hij is plaatsbekleder in fysieke zin, maar in theologische zin handelt Christus
door hem in de genadegave van de sacramenten. De Kerk kan eveneens worden
gezien als middelares van genade voor de wereld, een bemiddeling waarbij de
vrije gave Gods en de zorg van de Kerk om haar roeping als gist
waar te maken, door elkaar heen lopen. Zoals zij zichzelf schenkt, schenkt zij
ook God in Christus. Dit is weer een aspect van Christus zijn in de wereld; het
zal de lezer mogelijk verwarren. Maar de verwarring zelf is leerzaam, aangezien
dit nu net is wat er gebeurt wanneer we ons begeven in het rijk van metafoor en
symbool."
" De waarheid die zij bevatten is universele waarheid, en dus kunnen
veel aspecten van het leven beschouwd worden in het licht van de waarheid die
zij uitdrukken. De Kerk, de priester en Christus zijn onlosmakelijk mannelijk
en vrouwelijk tot in de kern van hun religieuze betekenis. Als het betoog
alleen stelt dat men de activiteiten van de priester zo kan zien dat er
parallellen zijn met bepaalde specifiek mannelijke handelingen, dan is dat
terecht. Wat men moet inzien is dat als een man priester kan zijn en toch die
functies vervullen die gezien kunnen worden in het licht van vrouwelijke
symboliek, dan is het geen argument tegen vrouwelijke priesters als men zegt
dat zij bepaalde symbolisch mannelijke handelingen zouden moeten verrichten.
Hun geschiktheid voor het priesterschap als middelares en medewerkster in het
genadeleven ligt in feite meer voor de hand dan voor mannen. "
Paul Lakeland, Can Women be Priests?, Mercier Press, Dublin
1975, pag. 67-68. Vgl. zijn Theology and Critical Theory: The Discourse of
the Church, : Abingdon, Nashville 1990.
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |