OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Kunnen vrouwen Christus vertegenwoordigen in de eucharistie?

Kunnen vrouwen Christus vertegenwoordigen in de eucharistie?

Rome zegt dat vrouwen niet tot priester gewijd kunnen worden, omdat de priester optreedt ‘in de persoon van Christus’. Christus, die een man was, kan alleen maar adequaat vertegenwoordigd worden door een mannelijke priester. Lees het gehele argument in Inter Insigniores, § 24-28.

De argumentatie deugt niet om de volgende redenen:

  1. Het bewijsmateriaal dat Thomas van Aquino en zijn volgelingen leveren is zeer onjuist en kan tegenwoordig niet meer voor geldig worden gehouden.
    Ook een vrouw kan handelen in persona Christi (nl) omdat mannen en vrouwen in Christus gelijk zijn.
  2. ‘Beeld van Christus zijn’ in Schrift en traditie verwijst niet naar Christus’ mannelijkheid, maar naar zijn persoon zijn als kind van God. Als Gods aangenomen kinderen zijn ook vrouwen dragers van het beeld van Christus (nl).
  3. Christus heeft zowel vrouwelijke als mannelijke trekken.
    Een vrouw vertegenwoordigt Christus beter
    in zijn vrouwelijke trekken en in de vrouwelijke symboliek van zijn leven gevende zending (nl).
  4. Bij doop en huwelijk vertegenwoordigen vrouwen Christus ten volle.
    Vrouwen handelen reeds als ‘andere Christus’ wanneer zij deze sacramenten bedienen (nl).
  5. Het wezen van Christus’ priesterschap vereist het ‘vertolken’ van zijn liefde, niet zijn mannelijke gender. Een vrouw kan, evenzeer als welke man ook, de liefde van Christus vertolken, wat het wezen van priesterschap is (nl).

Noot
. De redenen worden hier gepresenteerd zonder impliciete prioriteit van volgorde en ook is er enige overlapping.

Men diene op te merken dat het ‘boegbeeldargument’ dat Rome hanteert niet ‘traditioneel’ is. We vinden het eerst in de Middeleeuwen.

"Wat het argument betreft dat een mannelijke priester Christus dient te vertegenwoordigen, kunnen we opmerken dat het NT in het geheel geen theologische belangstelling schijnt te hebben voor de mannelijkheid van Christus. Ik heb slechts drie teksten gevonden waarin het woord aner wordt gebruikt voor Christus (Lk 24,19; Joh 1,30; Hand 2,22) en geen daarvan werkt Christus’ ‘mannelijkheid’ uit. Interessant is dat in Rom 5, waar Christus wordt voorgesteld als de "ene man" door wiens gehoorzaamheid de ongehoorzaamheid van de "ene man," Adam, ongedaan werd gemaakt, het woord voor beide figuren anthropos is, niet aner. Het punt is duidelijk niet dat we Christus’ mannelijkheid in twijfel trekken of suggereren dat onze relatie met hem er niet door wordt beïnvloed, maar alleen om aan te tonen dat theologische nadruk op de mannelijkheid van Christus’ menszijn aan het NT vreemd is."

Joseph A. Komonchak, ‘Theological Questions on the Ordination of Women’, in Women and the Catholic Priesthood, blz. 241-259; citaat: blz. 250.

"Het argument dat gebaseerd is op de noodzaak voor mannelijke vertegenwoordiging is vrijwel zonder precedent in de traditie. In feite geeft het geen enkele van de traditionele gronden waarop priesterwijding of bisschopswijding aan vrouwen wordt onthouden. Dit argument met zijn praktische gevolgtrekkingen betekent daarom niet dat men zich aan de traditie houdt maar dat men die wijzigt door zijn betekenis te wijzigen.Het houdt in dat er een heel nieuwe betekenis wordt gegeven aan het feit dat de kerk reeds zo lang weigert vrouwen te wijden. Dit niet alleen en zelfs niet voornamelijk, omdat het idee dat een priester of bisschop op de een of andere manier Jezus ‘verbeeldt’ een gedachte is die vrij laat in de christelijke geschiedenis gehoord wordt. Wat er echt nieuw in is, is het idee dat de mannelijkheid van Jezus op zijn minst een van de cruciale zaken aan hem is die het kerkelijk priesterschap dient uit te beelden. Deze nieuwigheid valt bovendien niet in de categorie van kleine en perifere producten van vrome overwegingen. Uiteindelijk heeft zij te maken met kwesties die de Christologie betreffen en met de heilseconomie en moet om die reden uiterst zorgvuldig en sceptisch worden bestudeerd."

". . . Daarom [na bestudering van de bronnen] mogen we tenslotte met grote stelligheid zeggen dat de mannelijkheid van Christus van geen enkel christologisch belang is in de traditie van de kerkvaders. Bovendien kan men in de ontwikkeling van de ideeën van de kerkvaders over dit onderwerp een logica ontdekken die suggereert waarom het nooit is opgekomen bij de kerkvaders meer toespelingen te maken op Jezus’ sekse dan op zijn ras. Wat de kerkvaders leerden verstaan onder ‘incarnatie’ was de gelijkenis van het Woord van God in zijn menselijke gedaante met al diegenen die door hem verlost zouden worden. Het is deze gelijkenis, uitgedrukt in het woord anthropos, dat voor hen de logica verklaart van de menswording van het Woord. ‘Want hij nam het menszijn aan opdat wij goddelijk zouden worden’, aldus een van hen (Athanasius, De Incarnatione § 54). En waarschijnlijk sluit dit ‘wij’ (en daarom dit menszijn) ook vrouwen in. Van de mannelijkheid van Christus een christologische principe maken is de universaliteit van zijn verlossing beperken of ontkennen."

" . . . . In het licht van deze beschouwingen moet worden gezegd dat, vanuit een strikt christologisch, dus vanuit een theologisch, perspectief, het feit van Jezus’ mannelijkheid voor de klassieke traditie niet een constituerende factor is in de betekenis van ‘God-met-ons’. Het is noch bepalend voor wat in die uitdrukking wordt bedoeld met ‘ons’, noch voor wat wordt bedoeld met ‘God’. Zodoende zijn we zo ongeveer waar we waren aan het eind van het vorige gedeelte. Mannelijkheid is niet bepalend voor Jezus als de Christus. In tegendeel, de christologie ziet hem als het representatieve menselijk wezen – een categorie die naar we mogen aannemen ook vrouwelijke menselijke wezens insluit. Dan dringt zich de vraag op: Waarom zou mannelijkheid belangrijk zijn bij de voorwaarden die een persoon geschikt maken om Christus te ‘vertegenwoordigen’ in het dienstwerk van woord en sacrament?"

R.A.Norris, ‘The Ordination of Women and the Maleness of the Christ’, in Feminine in the Church, uitg. van Monica Furlong, SPCK, Londen 1984, blz. 71-85; citaat: blz. 73, 78, 80.

Tekst van: John Wijngaards
Vertaling Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research