|
|
|---|
Rome zegt dat vrouwen niet tot priester gewijd kunnen worden, omdat de
priester optreedt in de persoon van Christus. Christus, die een man
was, kan alleen maar adequaat vertegenwoordigd worden door een mannelijke
priester. Lees het gehele argument in Inter
Insigniores, § 24-28.
De argumentatie deugt niet om de volgende redenen:
- Het bewijsmateriaal dat Thomas van Aquino en zijn volgelingen leveren
is zeer onjuist en kan tegenwoordig niet meer voor geldig worden gehouden.
Ook een vrouw kan handelen in persona Christi
(nl) omdat mannen en vrouwen in Christus
gelijk zijn.
- Beeld van Christus zijn in Schrift en traditie verwijst
niet naar Christus mannelijkheid, maar naar zijn persoon zijn als kind
van God. Als Gods aangenomen kinderen zijn ook vrouwen dragers van het
beeld van Christus (nl).
- Christus heeft zowel vrouwelijke als mannelijke trekken.
Een vrouw vertegenwoordigt Christus beter
in
zijn vrouwelijke trekken en in de vrouwelijke symboliek van zijn leven gevende
zending (nl).
- Bij doop en huwelijk vertegenwoordigen vrouwen Christus ten
volle.
Vrouwen handelen reeds als andere
Christus wanneer zij deze sacramenten bedienen (nl).
- Het wezen van Christus priesterschap vereist het
vertolken van zijn liefde, niet zijn mannelijke gender. Een vrouw
kan, evenzeer als welke man ook, de liefde van Christus
vertolken, wat het wezen van priesterschap is (nl).
Noot
. De redenen
worden hier gepresenteerd zonder impliciete prioriteit van volgorde en ook is
er enige overlapping.
Men diene op te merken dat het boegbeeldargument dat Rome
hanteert niet traditioneel is. We vinden het eerst in de
Middeleeuwen.
"Wat het argument betreft dat een mannelijke priester Christus dient
te vertegenwoordigen, kunnen we opmerken dat het NT in het geheel geen
theologische belangstelling schijnt te hebben voor de mannelijkheid van
Christus. Ik heb slechts drie teksten gevonden waarin het woord aner
wordt gebruikt voor Christus (Lk 24,19; Joh 1,30; Hand 2,22) en geen
daarvan werkt Christus mannelijkheid uit. Interessant is dat
in Rom 5, waar Christus wordt voorgesteld als de "ene man" door wiens
gehoorzaamheid de ongehoorzaamheid van de "ene man," Adam, ongedaan werd
gemaakt, het woord voor beide figuren anthropos is, niet aner.
Het punt is duidelijk niet dat we Christus mannelijkheid in twijfel
trekken of suggereren dat onze relatie met hem er niet door wordt
beïnvloed, maar alleen om aan te tonen dat theologische nadruk op de
mannelijkheid van Christus menszijn aan het NT vreemd is."
Joseph A. Komonchak, Theological Questions on the Ordination
of Women, in Women and the Catholic Priesthood, blz. 241-259;
citaat: blz. 250.
"Het argument dat gebaseerd is op de noodzaak voor mannelijke
vertegenwoordiging is vrijwel zonder precedent in de traditie. In feite geeft
het geen enkele van de traditionele gronden waarop priesterwijding of
bisschopswijding aan vrouwen wordt onthouden. Dit argument met zijn praktische
gevolgtrekkingen betekent daarom niet dat men zich aan de traditie houdt maar
dat men die wijzigt door zijn betekenis te wijzigen.Het houdt in dat er een
heel nieuwe betekenis wordt gegeven aan het feit dat de kerk reeds zo lang
weigert vrouwen te wijden. Dit niet alleen en zelfs niet voornamelijk, omdat
het idee dat een priester of bisschop op de een of andere manier Jezus
verbeeldt een gedachte is die vrij laat in de christelijke
geschiedenis gehoord wordt. Wat er echt nieuw in is, is het idee dat de
mannelijkheid van Jezus op zijn minst een van de cruciale zaken aan hem is die
het kerkelijk priesterschap dient uit te beelden. Deze nieuwigheid valt
bovendien niet in de categorie van kleine en perifere producten van vrome
overwegingen. Uiteindelijk heeft zij te maken met kwesties die de Christologie
betreffen en met de heilseconomie en moet om die reden uiterst zorgvuldig en
sceptisch worden bestudeerd."
". . . Daarom [na bestudering van de bronnen] mogen we tenslotte met
grote stelligheid zeggen dat de mannelijkheid van Christus van geen enkel
christologisch belang is in de traditie van de kerkvaders. Bovendien kan
men in de ontwikkeling van de ideeën van de kerkvaders over dit onderwerp
een logica ontdekken die suggereert waarom het nooit is opgekomen bij de
kerkvaders meer toespelingen te maken op Jezus sekse dan op zijn ras. Wat
de kerkvaders leerden verstaan onder incarnatie was de
gelijkenis van het Woord van God in zijn menselijke gedaante met al diegenen
die door hem verlost zouden worden. Het is deze gelijkenis, uitgedrukt in
het woord anthropos, dat voor hen de logica verklaart van de menswording
van het Woord. Want hij nam het menszijn aan opdat wij goddelijk zouden
worden, aldus een van hen (Athanasius, De Incarnatione § 54).
En waarschijnlijk sluit dit wij (en daarom dit menszijn) ook
vrouwen in. Van de mannelijkheid van Christus een christologische
principe maken is de universaliteit van zijn verlossing beperken of
ontkennen."
" . . . . In het licht van deze beschouwingen moet worden gezegd dat,
vanuit een strikt christologisch, dus vanuit een theologisch, perspectief, het
feit van Jezus mannelijkheid voor de klassieke traditie niet een
constituerende factor is in de betekenis van God-met-ons. Het is
noch bepalend voor wat in die uitdrukking wordt bedoeld met ons,
noch voor wat wordt bedoeld met God. Zodoende zijn we zo ongeveer
waar we waren aan het eind van het vorige gedeelte. Mannelijkheid is niet
bepalend voor Jezus als de Christus. In tegendeel, de christologie ziet hem als
het representatieve menselijk wezen een categorie die naar we
mogen aannemen ook vrouwelijke menselijke wezens insluit. Dan dringt zich de
vraag op: Waarom zou mannelijkheid belangrijk zijn bij de voorwaarden die een
persoon geschikt maken om Christus te vertegenwoordigen in het
dienstwerk van woord en sacrament?"
R.A.Norris, The Ordination of Women and the Maleness of
the Christ, in Feminine in the Church, uitg. van Monica Furlong,
SPCK, Londen 1984, blz. 71-85; citaat: blz. 73, 78, 80.
Tekst van: John Wijngaards
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |