|
|
|---|
Ook de vrouw heeft deel aan de menselijke natuur die
Christus heeft aangenomen bij de Incarnatie.
Rome schrijft een speciale theologische betekenis toe aan het feit dat
Christus is geïncarneerd als man, als een mannelijk persoon.
" Christus is uiteraard de eerstgeborene van de hele mensheid, mannen
zowel als vrouwen
Niettemin heeft de menswording plaats gehad in de
mannelijke sekse: dit is een kwestie van feitelijkheid, en, hoewel het niet
impliceert dat de man een natuurlijk overwicht heeft over de vrouw, kan men dit
feit niet los zien van de werking van de verlossing: het is werkelijk in
overeenstemming met Gods hele plan zoals door God zelf geopenbaard en waarvan
het geheim van het Verbond de kern is." Inter Insigniores § 28
Vanuit theologisch oogpunt is dit een gevaarlijke bewering, zoals
Elizabeth Johnson heeft opgemerkt. De cruciale rol van Jezus
mannelijkheid in de argumenten van Rome plaatst de notie van plaatsbekleding in
het hart van de Incarnatie zelf. Volgens de orthodoxe christologische traditie
van de Kerk heeft dit echter gevolgen.
De stelregel van Cappadocië omtrent het geloof: "wat niet is
opgenomen (in de mensheid van Christus) is niet verlost" definieerde in de
controverse van de vierde eeuw over Jezus mensheid hoe men de menselijke
persoon precies moest verstaan. Elk begrip van de mensheid van Christus die om
het even welk wezenlijk menselijk element uitsloot van zijn bestaan werd
volgens deze stelling beschouwd als inadequaat, aangezien de uitgesloten
dimensie niet zou delen in de hypostatische eenheid en dus niet deelachtig zou
zijn aan het verlossend effect van de eenheid. "Als mannelijkheid de incarnatie
en de verlossing uitmaakt," aldus Johnson, is vrouwelijkheid niet opgenomen en
daarom ook niet verlost."
Wanneer men zoals Inter insigniores doet de mannelijkheid van
Jezus een bevoorrechte status toekent, verbijzondert men het menselijk begrip
persona op een wijze die indruist tegen de oude geloofsregel, en vernietigt
aldus zowel het Christelijk begrip mens dat geïmpliceerd is in de regel en
iedere mogelijkheid van legitieme plaatsvervanging, zelfs en misschien wel
juist als degene die men moet vertegenwoordigen (de persoon van) Christus is.
"Een antropologie die gelijkheid voorstaat en stelt dat mannen en vrouwen
gelijkelijk geschapen zijn als beeld van God, en gelijkelijk een zijn in
Christus door het water van de doop biedt een meer adequate voedingsbodem voor
de visie op de kwestie priesterwijding."
Elizabeth A. Johnson, She Who Is: The Mystery of God in Feminist
Theological Discourse, Crossroad, New York 1992, pag. 153.
Vrouwen kunnen beeld van Christus zijn omdat
zij delen in dezelfde menselijke natuur.
De meeste Katholieken voelen instinctief dat het idee: alleen een
mannelijke priester kan Christus vertegenwoordigen een aanfluiting is van
de mensheid die vrouwen met Christus gemeen hebben, laat staan van hun delen in
zijn geestelijk leven
"Wanneer de paus [in Ordinatio Sacerdotalis] schjrijft dat hij
ook de andere theologische argumenten" van Inter insigniores
deelt, is het niet duidelijk of hij daarmee ook de bewering in Inter
insigniores bedoelt dat vrouwen niet in persona Christi zijn en
kunnen zijn: aangezien zij (vanuit het oogpunt van sekse) niet op Christus
kunnen lijken, kunnen vrouwen geen sacramenteel teken van Christus zijn. Elders
heb ik geschreven dat ik vermoed dat de auteurs van Inter insigniores
wellicht wensen dat zij dit argument nooit gebruikt hadden, aangezien het
overduidelijk in strijd is met de eigen sacramentele theologie van de kerk en
met de oudere traditie. Het is ook de bewering die voor zovele Katholieken de
meeste pijn, frustratie en dissonanten voor het verstand teweeg heeft gebracht.
Toen mijn studenten deze bewering te horen kregen, nadat ze drie maanden
gestudeerd hadden over de rijkdommen van de leer van de Drieëenheid voor
de theologische antropolgie, waren ze met stomheid geslagen en totaal ontzet.
Waar de brief van de paus zich verder welbewust aansluit bij Inter
insigniores, vraag je je af of het Vaticaan wil blijven beweren dat vrouwen
niet in persona Christi zijn. Zo niet, dan zou het een veelbetekenende
correctie zijn op Inter insigniores, die dient te worden gepubliceerd.
Zo ja, dan verklaart het Vaticaan nog steeds dat het de wil van God is voor de
vrouw dat zij nooit teken van Christus mag zijn, Christus nooit mag
vertegenwoordigen, nooit zijn plaats zal mogen bekleden bij de
Eucharistie!"
Catherine Mowry LaCugna, Women's ordination,
Commonweal 121 (July 15 '94) p. 10-13. La Cugna is theologieprofessor
aan de Notre Dame Universiteit, tevens auteur van God for Us: The Trinity
and Christian Life (HarperCollins, 1991).
"Deze verklaring heeft duidelijk de cruciale theologische kwestie uit
het oog verloren of de gelijkenis van de bedienaar met Christus nu een
gelijkenis is van diens seksualiteit of van zijn menselijkheid. Toen deze
verklaring werd opgesteld heeft men klaarblijkelijk niet verwezen naar Galaten
3, of naar het feit dat de gelijkenis met Christus van de bedienaar is gelegen
in diens menszijn, niet in zijn seksuele geaardheid als eerste vereiste om
kerkelijke bedienaar te worden."
Yuri Koszarycz , Ethics and Feminism.
" Zegt Inter insigniores hier dat vrouwen aan het altaar net zo
iets is als pizza in plaats van brood of Coke in plaats van wijn? Beweren ze nu
dat er iets zou ontbreken aan de tekenwaarde, omdat vrouwen een fundamenteel
andere aard hebben dan mannen en daarom dan Christus? Moeten we geloven dat een
vrouw niet goed genoeg op Christus kan gelijken om de gelovigen Christus in
haar te laten zien, of om sacrament van Christus te zijn? Dat wordt toch zeker
niet gesuggereerd? Ik zeg toch zeker, omdat iedere ontkenning van de kracht van
Christus door zijn lijden, zijn dood en verrijzenis om een gelovige op Hem te
doen gelijken onverenigbaar is met de Traditie. Hoe zou de reactie zijn als men
zou zeggen dat het een of andere ras of de een of andere natie Christus niet
voldoende kon verbeelden? En toch is in andere tijden en bij bepaalde
groeperingen ook dit aanvaardbaar zijn geweest. Het sacramentele karakter van
het priesterschap kan niet de tegenwoordigheid van een man vereisen voor het
vieren van de Eucharistie, op dezelfde wijze als daarvoor de elementen brood en
wijn vereist zijn. Christus is de bestemming en de uiteindelijke identiteit van
iedere mens, en allen zijn geroepen om naar zijn beeld herschapen te worden.
Zodoende zijn vrouwen niet geroepen minder beeld van Christus te zijn dan
mannen."
Rose Hoover, Consider tradition. The case for women's
ordination, Commonweal 126 no 2 (Jan. 29, 1999), pag. 17-20.
Hoover is een van de retraiteleiders van het Cenakel in Metairie,
Louisiana.
De nadruk leggen op Christus sekse voor wie Hem
vertegenwoordigt, is het reduceren van een symbool tot een stereotype.
Thomas More Newbold verklaart dit punt uitstekend:
"De natuurlijke gelijkenis van een natuurlijk
symbool vereist niet dat de symbolische persoon of functie of het
symbolische voorwerp letterlijk een kopie is van de persoon, de functie of het
voorwerp dat wordt gesymboliseerd. Jung heeft er op gewezen dat de symbolische
manifestatie of uitdrukking van een archetype kracht en duurzaamheid verliest
wanneer het een stereotype wordt. De natuurlijke gelijkenis van een
natuurlijk symbool in deze uitgeklede zin verstaan zou de betekenis
verarmen en de duurzaamheid bedreigen, en het maken tot een stereotype dat niet
langer de dezelfde draagwijdte heeft van betekenis en mogelijkheid. Derhalve is
het zeker, zoals de Verklaring luidt, dat Christus de Heer in zijn
mannelijke Persoon, het archetypisch symbool is van priesterschap; maar hieruit
besluiten dat dit feit een uitsluitend mannelijk priesterschap vereist is
stereotypisch reductionisme, wanneer men het beschouwt in de contekst van de
symboliek van de menselijke seksualiteit en persoonlijkheid."
"Een man is allereerst een mannelijk PERSOON en een vrouw is
een vrouwelijk PERSOON. Dit wil zeggen dat mannen én vrouwen ten
allen tijde dat vermogen tot volledig menszijn delen, alsmede alle symbolische
acties en functies die het ambtsgebied van persoon zijn inhoudt. Waarde en
geldigheid van de symbolische benadering van menselijke seksualiteit is nu net
hierin gelegen dat zij de anatomische bestemming van het man of vrouwzijn
nimmer ontkent, maar tegelijkertijd nooit uit het oog verliest dat mannen
én vrouwen op de eerste plaats PERSONEN zijn. Die waarde koesteren en
die geldigheid respecteren vereist derhalve dat de symboliek van de
seksualiteit op de status en de functies van ambtsdragers wordt toegepast, niet
in het beperkte anatomisch seksueel perspectief maar in de wijdere, meer
adequate context van het persoon zijn."
Thomas Newbold, Symbolism of Sexuality: Person, Ministry and
Women Priests, in Women and Priesthood. Future Directions,
Liturgical Press, Collegeville 1978, pag. 133-141; hier pag. 138-139.
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |