|
|
|---|
Is het niet zo, dat Rome door de mannelijke sekse te
benadrukken als een essentieel kenmerk van het priesterschap, het priesterschap
van Christus onderwaardeert? Wat zijn de kenmerken die de Schrift zelf geeft
als het meest belangrijke in het verzinnebeelden van Christus
tegenwoordigheid? Als we ons laten leiden door de hoedanigheden die we zien in
Christus de Hogepriester, zien we het volgende als van uiterst groot belang in
zijn priesterschap:
- Door God geroepen zijn (Heb 5, 4);
- geleden hebben, om zo in staat te zijn diegenen te helpen die bekoord
worden (Heb 5, 1-2);
- in staat zijn te kunnen meevoelen met de zwakheid van de mensen (Heb
4, 14-16); en
- in staat zijn zachtzinnig om te gaan met onwetende en eigenzinnige
lieden (Heb 5, 1-10).
Dit is heel wat anders dan een (mannelijke) afstammeling te zijn van
Aaron. Het is in feite een nieuw priesterschap dat zijn eigen regels kent. (Heb
7, 11-12).
Wanneer we naar Christus luisteren horen we hoe hij de liefde benadrukt
als het teken dat hij vereist.
- Door zijn leven te geven voor zijn vrienden heeft Christus zijn
liefde betoond. (Joh 15, 12-13).
- Dergelijke liefde onderscheidt de ware herder van de huurling.(Joh
10, 11-15).
- Dienstbaarheid en niet de macht om te overheersen, doet iemand lijken
op Christus (Mat 20, 24-28).
- Niet alleen in het voorgaan aan tafel maar ook in de voetwassing
wordt de Meester herkend. (Joh 13, 12-16).
Let op: we hebben hier niet te maken met liefde enkel als een morele eis
maar met een element dat tekenwaarde heeft. Door deze liefde die
jullie voor elkaar hebben, zal iedereen weten dat jullie mijn leerlingen
zijn (Joh 13, 35). Hoewel Christus op andere plaatsen gesproken heeft
over liefde als gebod, spreekt hij hier tot de apostelen juist bij gelegenheid
van hun priesterwijding. Zijn Doe dit om Mij te gedenken
veronderstelt pastorale liefde als een speciaal teken waaraan zijn leerlingen
zullen worden herkend. Die liefde vereist hij van Petrus voor hij hem met zijn
apostolische zending belast (Joh 21, 15-17).
Dergelijke overwegingen bewijzen niet direct dat vrouwen priester gewijd
zouden kunnen worden. Ze tonen echter aan, dat de Schrift zelf eerder de nadruk
legt op waarden als sympathie, dienst en liefde dan op een toevalligheid als
het man zijn, zelfs waar het sacramentele teken in het geding is.
Zouden we de geest van Christus niet meer benaderen als we vaststellen
dat een vrouw die vervuld is van de geest van de pastorale liefde van Christus
een passender beeld is van zijn tegenwoordigheid dan een man die
het aan een dergelijke liefde ontbrak?
Het moet duidelijk zijn dat er heel wat feiten te noemen zijn
wat Jezus betreft. Hij was een man, zoveel is zeker. Hij had een bepaald
uiterlijk, een bepaalde gestalte. Hij was een Jood. Hij behoorde tot een
economische klasse. Hij had een bepaalde bloedgroep. Moeten we dan
veronderstellen dat al deze kenmerken verbeeld moeten worden in
iedere priester of bisschop die door de kerk wordt gewijd? Vermoedelijk niet.
In dat geval echter, moet er een of andere reden zijn waarom een (of meer) van
deze karakteristieken van Jezus van wezenlijk belang is in een bedienaar, en de
andere niet. Het feit alleen dat Jezus een man was bewijst niets. De kwestie is
ik herhaal het nog maar eens een kwestie van het belang
van de een of andere karaktertrek van Jezus
Belangrijke kwesties moeten echter beantwoord worden in een
specifiek verwijzingskader . Men moet zich afvragen,
Waarvoor belangrijk? En hier ligt de essentiële vraag.
Wanneer de kerk bij het afkondigen van een geloofswaarheid, in
lofprijzing, in de theologie over Jezus spreekt, waar is dan het belang
op toegespitst? In verband met welke kwestie blijken beweringen over Jezus
relevant of irrelevant, belangrijk of onbelangrijk? Het antwoord op die vraag
lijkt overduidelijk. In feite, in ieder geval impliciet, is het al gegeven in
deze tekst. De Kerk is geïnteresseerd in Jezus als de Christus
christologisch - . Zij is in hem geïnteresseerd als degene, in wie
de juiste relatie van de mens tot God, door Gods initiatief, wordt
bewerkstelligd. Om het maar gewoon te zeggen. De Kerk is, anders dan de
historicus, potentiële schilder, de biograaf of de psychiater, niet als
zodanig geïnteresseerd in Jesuologie, maar in Christologie, in Jezus als
de brenger van Gods heil. Wanneer dan ook de vraag omtrent het belang van het
man zijn van Jezus aan de orde is, betekent belang het belang in en voor het
heilswerk van God in Christus.
R.A.Norris, The Ordination of Women and the Maleness of
the Christ, in Feminine in the Church, uitg. Monica Furlong, SPCK,
Londen 1984, pag. 71-85; in de onderhavige tekst pag. 75.
Tekst van: John Wijngaards
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit document ontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |