OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Alleen een mannelijke priester kan beeld van Christus zijn in de Eucharistie

Alleen een mannelijke priester kan beeld van Christus zijn in de Eucharistie

Uit “INTER INSIGNIORES”:

Nummering van de alinea’s door John Wijngaards

Arms of John Paul II

24. Nadat deze norm van de kerk en haar gronden in herinnering zijn gebracht, lijkt het nuttig en gunstig deze norm toe te lichten door haar gepastheid aan te tonen, wat het eigene van het theologisch denken is: dat immers alleen mannen tot het ontvangen van de priesterwijding worden geroepen, staat in nauw verband met de eigen aard van het sacrament en zijn bijzondere verhouding tot het Christus-mysterie. Het gaat er nu niet om een overtuigend bewijs te leveren, maar om de leer door een geloofsanalogie te verhelderen.

25. Het is de constante leer van de kerk, welke het Tweede Vaticaans Concilie opnieuw en uitvoeriger heeft verkondigd, de bisschoppensynode van 1971 heeft herhaald en deze Heilige Congregatie voor de geloofsleer in haar verklaring van 24 juni 1973 nog eens heeft uitgesproken, dat de bisschop of priester bij de uitoefening van hun ambt niet in eigen persoon handelen, maar Christus vertegenwoordigen, die door hem handelt: de priester fungeert waarlijk voor Christus, zoals de heilige Cyprianus reeds in de derde eeuw schreef.(15) Christus zelf te kunnen representeren, beschouwde Paulus als het eigene van zijn apostolisch ambt (vgl. 2 Kor. 5, 20; Gal. 4, 14). Deze vertegenwoordiging van Christus bereikt dan zijn diepste betekenis en heel bijzondere omvang, als de eucharistische synaxis wordt gevierd, bron en centrum van de eenheid van de kerk, het offermaal waarin het volk van God zich aansluit bij het offer van Christus: de priester, die alleen de macht heeft dit te voltrokken, handelt niet alleen in de kracht die hem door Christus wordt medegedeeld, maar in de persoon van Christus,(16) wiens taken hij overneemt, zodat hij zijn gestalte zelf draagt, als hij de woorden van de consecratie uitspreekt.(17)

26. Het christelijk priesterambt is dus sacramenteel van aard, de priester is een teken waarvan de bovennatuurlijke werkdadigheid weliswaar wordt afgeleid van de eenmaal ontvangen wijding, maar een teken dat zichtbaar moet zijn(18) en waarvan de gelovigen de betekenis gemakkelijk moeten kunnen onderscheiden.

27. Heel de bedeling van de sacramenten is gegrond in natuurlijke tekenen die een kracht hebben tot aanduiden, zodat het bij de geest van de mensen aansluit: de sacramentele tekenen, zoals de heilige Thomas zegt, maken op grond van een natuurlijke gelijkenis aanschouwelijk.(19) Dezelfde natuurlijke gelijkenis wordt echter zowel omtrent personen als zaken vereist: wanneer namelijk het optreden van Christus in de eucharistie sacramenteel tegenwoordig moet worden gesteld, zou de natuurlijke gelijkenis die tussen Christus en zijn dienaar vereist is, ontbreken, als zijn taak niet door een man werd vervuld: anders zou moeilijk in de bedienaar het beeld van Christus worden waargenomen; aangezien Christus zelf een man was en blijft.

28. Ongetwijfeld is Christus de eerstgeborene van heel het menselijk geslacht, evenzeer van vrouwen als van mannen: Hij heeft de eenheid die door de zonde was verbroken zo hersteld, dat er geen jood noch griek, geen slaaf noch vrije, geen man noch vrouw meer is, want allen zijn één in Christus Jezus (vgl. Gal. 3, 28). Niettemin is het Woord vlees geworden volgens het mannelijk geslacht; dit steunt weliswaar op een feit dat, laat staan dat het een zekere voortreffelijkheid van de man boven de vrouw met zich meebrengt, niet van de heilsbedeling kan worden gescheiden; want het stemt overeen met het geheel van het plan van God zoals het door God is geopenbaard waarvan het mysterie van het verbond de kern is.

32. Mag men zeggen, dat, daar Christus nu in een hemelse staat leeft, het van geen belang is, of Hij door een man of een vrouw wordt vertegenwoordigd, omdat er na de verrijzenis geen sprake meer is van huwen of ten huwelijk gegeven worden (Mt. 22,30)? Deze woorden betekenen niet, dat in de eeuwige glorie het onderscheid tussen man en vrouw, dat toch de eigen identiteit van de persoon bepaalt, wordt opgeheven. Wat evengoed van Christus moet worden gezegd als van ons. Klaarblijkelijk toch oefent het, geslachtelijk verschil een grote invloed uit op de menselijke natuur, in elk geval dieper dan bijvoorbeeld de verschillen van volkeren; deze toch raken de menselijke persoon niet zo diep als het verschil van geslacht, dat onmiddellijk betrekking heeft zowel op de communicatie tussen de personen als op de menselijke voortplanting, en in de bijbelse openbaring wordt toegeschreven aan een oorspronkelijk wilsbesluit Gods: man en vrouw schiep Hij hen (Gen. 1, 27).

Voetnoot 16. Vaticanum II, const. Sacrosanctum Concilium, 4 december 1963, n. 33: ... door de priester, die als vertegenwoordiger van Christus aan het hoofd staat van de bijeenkomst... (Katholiek Archief 19 (1964), 518); dogm. const. Lumen gentium, 21 november 1964, n. 10: De ambtspriester vormt en bestuurt, door de gewijde macht waarover hij beschikt, het priesterlijk volk; in de persoon van Christus voltrekt hij het eucharistisch offer en in naam van geheel het volk draagt hij het op aan God... (Katholiek Archief 20 (1965), 702); n. 28: Door het wijdingssacrament gelijkvormig gemaakt met het beeld van Christus, de hoogste en eeuwige Priester... vervullen zij echter vooral in de eucharistische eredienst of synaxe, waarbij zij in de persoon van Christus handelend optreden... (t.z.p., 734); decr. Presbyterorum ordinis, 7 december 1965, n. 2: ... ze worden door de zalving van de Heilige Geest met een bijzonder merkteken getekend en zo aan Christus-Priester gelijkvormig gemaakt, dat zij in de persoon van Christus, het Hoofd, kunnen optreden (Katholiek Archief 21 (1966), 939); n. 13: als bedienaren van de heilige geheimen stellen de priesters, met name in het heilig misoffer op bijzondere wijze de persoon van Christus tegenwoordig (t.z.p., 973); vgl. bisschoppensynode 1971, Het ambtelijk priesterschap, I, 4 (Archief van de Kerken 27 (1972), 76-77); Hl. Congregatie voor de geloofsleer, Verklaring ter bescherming van de katholieke leer over de kerk, 24 juni 1973, n. 6 (Archief van de Kerken 28 (1973), 759-760).

Voetnoot 17. Hl. Thomas, Summ. theol., IIIa pars, quaest. 83, art- 1, ad 3um: Men moet zeggen dat [zoals de viering van dit sacrament een representatief beeld van zijn kruis is: t.z.p. ad 2um], om dezelfde reden ook de priester het beeld van Christus opvoert, in wiens persoon en kracht hij de woorden om te consacreren uitspreekt.

Voetnoot 18. Want omdat het sacrament een teken is, wordt voor hetgeen in het sacrament wordt bewerkt niet alleen de zaak vereist, maar ook de berekening van de zaak, zegt de heilige Thomas duidelijk om de wijding van vrouwen af te wijzen: In IV Sent., dist. 25, q. 2, art. 1, quaestiuncula la corp.

Voetnoot 19. Hl. Thomas, In IV Sent., dist. 25, q. 2, art. 2, quaestiuncula la, ad 4um.

Voor de volledige tekst, zie: INTER INSIGNIORES.

Uit het Commentaar van de Heilige Congregatie voor de geloofsleer aangaande de Verklaring Inter Insigniores:

Sacred Congregation for Doctrine

84. Het is zeer verhelderend op te merken, dat de gemeenschappen ontstaan uit de reformatie die geen moeilijkheden hadden om vrouwen toe te laten tot het pastorale ambt eerst en vooral de gemeenschappen zijn die de katholieke leer van het wijdingssacrament hebben verworpen en belijden, dat de pastor slechts een gedoopte is tussen andere gedoopten, ook als de gegeven opdracht voorwerp is geweest van een wijding.

85. Daarom suggereert de verklaring, dat we alleen door het wezen en het karakter van het wijdingssacrament te ontleden de uitleg zullen vinden van de exclusieve roeping voor mannen tot het priesterschap en het episcopaat. Deze ontleding kan in drie stellingen worden geschetst: 1) in de bediening van de sacramenten die het wijdingsmerkteken vragen, handelt de priester niet in eigen naam (in persona propria), maar in de persoon van Christus (in persona Christi); 2) deze formule, zoals deze door de traditie verstaan wordt houdt in, dat de priester een teken is in de zin zoals deze term wordt begrepen in de sacramentele theologie; 3) juist omdat de priester een teken van Christus de Verlosser is, moet hij een man zijn en geen vrouw.

87. Op gelijke wijze herhaalt de heilige Cyprianus de heilige Paulus: 'De priester handelt werkelijk in plaats van Christus'.(44) Maar theologische reflectie en kerkelijk leven hebben ertoe geleid in de uitoefening van het ambt de min of meer nauwe banden te onderscheiden die de verschillende acten hebben met het merkteken van de wijding en te specificeren welke dit merkteken voor de geldigheid vereisen.

88. Te zeggen 'in de naam en in de plaats van Christus' is echter niet voldoende om volledig de aard en de band uit te drukken tussen de bedienaar en Christus zoals dat door de traditie wordt verstaan. De formule in persona Christi suggereert in feite een betekenis die het dicht brengt bij de griekse uitdrukking mimêma Christou.(45) Het woord persona betekent een rol die werd gespeeld in het oude theater, een rol die met een bepaald masker werd geïdentificeerd. De priester neemt de rol van Christus op zich, waarbij hij Hem zijn stem en gebaren leent.

89. De heilige Thomas drukt deze opvatting juist uit: dat 'de priester het beeld van Christus opvoert, in wiens persoon en kracht hij de woorden om te consacreren uitspreekt’.(41) De priester is daarom een waarachtig teken in de sacramentele zin van het woord. Het zou een zeer enge visie op de sacramenten zijn, indien men het begrip teken alleen liet slaan op materiële bestanddelen.

90. Elk sacrament vervult het begrip op een andere manier. De reeds vermelde tekst van de heilige Bonaventura bevestigt dit zeer duidelijk: 'de gewijde persoon is een teken van de Middelaar Christus'.(47)

91. Ofschoon de heilige Thomas als reden om vrouwen uit te sluiten de veel besproken reden van de staat van onderdanigheid (status subiectionis), aangaf, nam hij echter als uitgangspunt het beginsel: 'sacramentele tekenen maken op grond van een natuurlijke gelijkenis aanschouwelijk',(48) met andere woorden de noodzakelijkheid van deze 'natuurlijke gelijkenis' tussen Christus en de persoon die zijn teken is. En naar aanleiding nog altijd van hetzelfde punt herinnert de heilige Thomas eraan: 'want omdat het sacrament een teken is, wordt voor hetgeen in het sacrament wordt bewerkt niet alleen de zaak vereist, maar ook de betekenis van de zaak'.(49)

92. Het zou niet overeenkomen met die 'natuurlijke gelijkenis', met die voor de hand liggende 'betekenis', als de gedachtenis van het avondmaal door een vrouw werd gesteld, want het gaat met betrekking tot de daden en woorden van Christus niet om een eenvoudige vertelling, maar om een handeling, en het teken is daadwerkelijk, omdat Christus tegenwoordig is in zijn bedienaar die de eucharistie viert, zoals geleerd wordt door het Tweede Vaticaans Concilie, in navolging van de encycliek Mediator Dei.(50)

93. Het is begrijpelijk, dat degenen die wijdingen van vrouwen voorstaan verschillende pogingen hebben ondernomen om de waarde van deze redeneringen te ontkennen. Het is voor de verklaring natuurlijk onmogelijk geweest en ook niet noodzakelijk in detail alle moeilijkheden te beschouwen die in dit opzicht konden ontstaan. Sommige van hen zijn echter van belang, in zover zij gelegenheid bieden om een dieper begrip te verkrijgen van de traditionele beginselen.

94. Laat ons eens de tegenwerping beschouwen welke soms te berde wordt gebracht, dat de wijding - het merkteken - en niet het man-zijn de priester tot de vertegenwoordiger van Christus maakt. Natuurlijk is het het merkteken, bij de wijding ontvangen, dat de priester in staat stelt de eucharistie te vieren en boetelingen te verzoenen. Maar het merkteken is geestelijk en onzichtbaar (res et sacramentum). Op het niveau van het teken (sacramentum tantum) is het noodzakelijk, dat de priester tegelijkertijd de oplegging van de handen heeft ontvangen en ook dat hij de rol van Christus speelt. Daarom eisen de heilige Thomas en de heilige Bonaventura van het teken, dat het een natuurlijke zinvolheid heeft.

Voetnoot 44. Epist. 63, 14: uitg. Hartel, CSEL t. 3, blz. 713: sacerdos vice Christi vere_fungitur.

Voetnoot 45. Hl. Theodorus Studites, Adversus Iconomachos cap. 4; PG 99, 593; Epist. lib. 1, 11: PG 99, 945.

Voetnoot 46. Summa Theol., III, q. 83, a. 1, ad 3um.

Voetnoot 47. Boven, noot 32: persona quae ordinatur significat Christum mediatorem.

Voetnoot 48. In IV Sent., Dist. 25, q. 2 a. 2, qa 1, ad 4um: signa sacramentalia ex naturali similitudine repraesentent.

Voetnoot 49. T.z.p. in.corp. quaestiunculae: Quia cum sacramentum sit signum, in eis quac in sacramento aguntur requiritur non solum res, sed significatio rei.

Voetnoot 50. Tweede Vaticaans Concilie, constitutie Sacrosanctum over de liturgie, n. 7 (Katholiek Archief 19 (1964), 508); Pius XII, encycliek Mediator Dei, 20 november 1947, AAS 39 (1947), blz. 528 (Katholiek Archief 2 (1947), 850).

Voor de volledige tekst, zie: Officieel Commentaar op INTER INSIGNIORES.

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research