|
|
|---|
Uit INTER
INSIGNIORES:
Nummering van de alineas door John
Wijngaards
33. Maar misschien zullen sommigen aanhouden en zeggen, dat
de priester, vooral wanneer hij voorgaat bij liturgische en sacramentele
handelingen, evenzeer de kerk vertegenwoordigt, in wier naam hij immers handelt
met de bedoeling 'te doen wat de kerk doet'. In die zin zeiden de middeleeuwse
theologen, dat de bedienaar ook handelde 'in de persoon van de kerk', dat wil
zeggen, in naam van heel de kerk en om haar te vertegenwoordigen. Wat er nu ook
zij van de deelneming van de gelovigen aan het liturgisch handelen, de priester
celebreert inderdaad in naam van heel de kerk, daar hij immers in naam van
allen bidt en in de mis het offer van de hele kerk opdraagt: de kerk offert in
het nieuwe paasmaal Christus de Heer door de priesters onder zichtbare
tekenen.(20) Als de priester dus ook de kerk zelf vertegenwoordigt, zou men dan
mogen denken, dat zij in overeenstemming met de boven omschreven symboliek door
een vrouw zou kunnen worden vertegenwoordigd? Men moet inderdaad toegeven, dat
de priester de kerk vertegenwoordigt, die het lichaam van Christus is; maar
omdat hij allereerst Christus zelf, die het hoofd en de herder van de kerk is,
vertegenwoordigt, gebruikt het Tweede Vaticaans Concilie de woorden in de
persoon van Christus, waardoor het de uitdrukking nauwkeuriger
uitdrukt en vervolledigt.(21) Door deze taak te vervullen, zit de priester de
christelijke synaxe voor en viert hij het eucharistisch offer, waarin heel de
kerk offert en zelf wordt geofferd.(22)
34. Wie zich door bovengenoemde overwegingen wil laten
leiden, zal beter inzien, hoe terecht de kerk op deze wijze te werk gaat; mogen
tenslotte uit deze geschillen die in onze tijd ontstaan zijn, of vrouwen al of
niet de wijding mogen ontvangen, de christenen zich aangespoord voelen het
mysterie van de kerk te onderzoeken, de natuur en de betekenis van het
bisschops- en priesterambt nauwkeuriger te bestuderen en ook de authentieke en
aparte plaats van de priester binnen de gemeenschap van de gedoopten weer te
ontdekken, waarvan hij weliswaar een lid is, maar toch onderscheiden, omdat bij
die handelingen waarvoor het wijdingsmerkteken wordt vereist de priester, met
die werkdadigheid die eigen is aan de sacramenten, het beeld en het teken van
Christus zelf is, die samenroept, vergeeft en het offer van het verbond
voltrekt.
Voetnoot 20. Vgl. Concilie van Trente, sessio 22, cap. 1:
DS n. 1741.
Voetnoot 21. Vaticanum II, dogm. const. Lumen gentium,
n. 28: Overeenkomstig hun aandeel. oefenen zij het ambt uit van
Christus, Herder en Leider (Katholiek Archief 20 (1965), 734); decr.
Presbyterorum ordinis, n. 2: zodat zij in de persoon
van Christus, het Hoofd, kunnen optreden... (Katholiek
Archief 21 (1966), 939); vgl. paus Plus XII, encycliek Mediator Dei: de
bedienaar des altaars handelt in de persoon van Christus als Hoofd, dat namens
alle ledematen offert: A.A.S. 39 (1947), blz. 556 (Katholiek
Archief 2 (1947), 868); bisschoppensynode 1971, Het ambtelijk
priesterschap, I, 4: het stelt Christus als Hoofd van
de gemeenschap tegenwoordig... (Archief van de Kerken 27 (1972),
77).
Voetnoot 22. Paus Paulus VI, encycliek Mysterium fidei,
3 september 1965: A.A.S. 57 (1965), blz. 761 (Katholiek
Archief, 20 (1965), 1008-1009).
Voor de volledige tekst, zie:
INTER INSIGNIORES.
Uit het Commentaar van de
Heilige Congregatie voor de geloofsleer aangaande
de Verklaring Inter Insigniores:
95. In verschillende vrij recente publikaties zijn pogingen
ondernomen om het belang van de formule in persona Christi af te
zwakken door meer nadruk te leggen op de formule in persona Ecclesiae.
Want het is een ander groot beginsel van de theologie van de sacramenten en
de liturgie, dat de priester de liturgie voorzit in naam van de kerk en de
bedoeling moet hebben 'te doen wat de kerk doet'.
96. Zou men kunnen zeggen, dat de priester niet Christus
vertegenwoordigt, omdat hij eerst en vooral de kerk vertegenwoordigt door het
feit van zijn wijding'? Het antwoord van de verklaring op deze opwerping is,
dat, geheel integendeel, de priester de kerk precies vertegenwoordigt, omdat
hij eerst Christus zelf vertegenwoordigt, die het hoofd en de herder van de
kerk is. Zij wijst op verschillende teksten van het Tweede Vaticaans Concilie
die deze leer uitdrukkelijk stellen.
97. En misschien is dit inderdaad een van de kernpunten,
een van de belangrijke aspecten van de theologie van de kerk en van het
priesterschap welke ten grondslag liggen aan het debat over de wijding van
vrouwen. Wanneer de priester de bijeenkomst voorzit, is het niet de bijeenkomst
die hem heeft gekozen of aangewezen om deze rol te vervullen. De kerk is niet
een spontane samenkomst. Zoals de naam ecclesia aangeeft, is het een
bijeenkomst die bijeen geroepen is. Christus roept haar bijeen. Hij is het
hoofd van de kerk en de priester zit voor 'in de persoon van Christus het
hoofd' (in persona Christi capitis).
Voor de volledige tekst, zie:
Officieel Commentaar op INTER
INSIGNIORES.
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |