|
|
|---|
Uit INTER
INSIGNIORES:
Nummering van de alineas door John
Wijngaards
35. Het is misschien nuttig in herinnering te brengen, dat
de problemen die uit de theologie van de sacramenten voortkomen, en vooral uit
het ambtelijk priesterschap, waarover het hier gaat, niet kunnen worden
opgelost tenzij in het stralend licht van de openbaring. De menselijke
wetenschappen, hoe hoog haar kennis op eigen terrein ook mag worden geschat,
kunnen niet volstaan om deze op te lossen, daar zij de zaken van het geloof
niet bereiken en wat in eigenlijke zin bovennatuurlijk is buiten het bereik van
de bevoegdheid van deze wetenschappen valt.
36. Zo dient men er ook op bedacht te zijn, hoezeer de kerk
van andere samenlevingen verschilt en volkomen enig is in haar natuur en
structuren. In de kerk is de pastorale taak immers gewoonlijk met het
wijdingssacrament verbonden; het is dus geen louter besturen dat met die vormen
van macht vergeleken zou kunnen worden die in staten worden gevonden. Het wordt
niet opgedragen door vrije keuze van mensen, ofschoon iemand die de taak
aanvaardt misschien via een keuze wordt aangewezen: alleen door de
handoplegging en het gebed van de opvolgers der apostelen wordt de keuze als
door God gedaan bevestigd en de Heilige Geest die in de wijding wordt gegeven,
maakt iemand deelgenoot aan de bestuursmacht van Christus, de hoogste herder
(vgl. Hand. 20, 28). Deze taak is een werk van dienstbaarheid en liefde:
Indien ge Mij bemint, weid mijn schapen (vgl. Joh. 21,
15-17).
37. Daarom is het niet duidelijk, hoe men de toelating van
vrouwen tot het priesterschap kan voorstellen op grond van de rechtsgelijkheid
die voor de mensen wordt erkend en die ook voor christenen geldt. Om dat te
bewijzen, worden soms de boven aangehaalde woorden uit de Brief aan de Galaten
(3, 28) als argument gebruikt, waarin wordt verklaard, dat er in Christus geen
verschil meer is tussen man en vrouw. Maar bij deze woorden gaat het niet over
de bedieningen van de kerk, maar wordt alleen verzekerd, dat allen gelijkelijk
zijn geroepen om de aanneming tot kinderen van God te ontvangen. Bovendien zou
juist degene die dit onder de rechten van de mens zou rekenen zich hevig in de
aard van het ambtelijk priesterschap vergissen, daar het doopsel niemand enig
recht verleent om een openbaar ambt in de kerk te verwerven. Want het
priesterschap wordt iemand toegediend niet tot eigen eer of voordeel, maar om
God en de kerk te dienen; het beantwoordt, integendeel, aan een bijzondere en
geheel onverschuldigde roeping: Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en
Ik heb u de taak gegeven (Joh. 15, 16; vgl. Hebr. 5,
4).
Voor de volledige tekst, zie:
INTER INSIGNIORES.
Uit het Commentaar van de
Heilige Congregatie voor de geloofsleer aangaande
de Verklaring Inter Insigniores:
105. Wanneer men de toelating van vrouwen tot het priesterschap
voorstelt op grond van het feit, dat zij in vele sectoren van het moderne leven
leidende functies hebben verworven, dan gaat men voorbij aan het feit, dat de
kerk geen samenleving is als andere en dat in haar het gezag of de macht van
geheel andere aard is, omdat zij immers normaal verbonden is met het sacrament,
zoals in de verklaring is benadrukt. Voorbijgaan aan dit feit, is inderdaad een
bekoring welke het ecclesiologisch onderzoek in alle perioden heeft bedreigd:
iedere keer dat een poging wordt ondernomen om kerkelijke problemen op te
lossen door vergelijking met die van de staat, of door de kerkelijke structuur
te definiëren met politieke categorieën, is het onvermijdelijke
resultaat een impasse.
106. De verklaring wijst ook op het tekort in het argument dat
het verzoek het priesterschap aan vrouwen toe te vertrouwen probeert te baseren
op de tekst van Galaten, 3, 28, welke stelt, dat er in Christus niet langer een
onderscheid bestaat tussen mannen en vrouwen. Voor de heilige Paulus is dit het
gevolg van het doopsel. De doopcatechese van de vaders benadrukten dit vaak.
Maar de absolute gelijkheid in het doopleven is iets geheel anders dan de
structuur van de gewijde ambtsbediening. Deze laatste is het voorwerp van een
roeping binnen de kerk, niet een recht dat inherent is aan de persoon.
Voor de volledige tekst, zie:
Officieel Commentaar op INTER
INSIGNIORES.
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |