OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Mensenrechten zijn niet van toepassing op de heilige ambten

Mensenrechten, zoals gelijke rechten voor vrouwen, zijn niet van toepassing op de heilige ambten

Uit “INTER INSIGNIORES”:

Nummering van de alinea’s door John Wijngaards

Arms of John Paul II

35. Het is misschien nuttig in herinnering te brengen, dat de problemen die uit de theologie van de sacramenten voortkomen, en vooral uit het ambtelijk priesterschap, waarover het hier gaat, niet kunnen worden opgelost tenzij in het stralend licht van de openbaring. De menselijke wetenschappen, hoe hoog haar kennis op eigen terrein ook mag worden geschat, kunnen niet volstaan om deze op te lossen, daar zij de zaken van het geloof niet bereiken en wat in eigenlijke zin bovennatuurlijk is buiten het bereik van de bevoegdheid van deze wetenschappen valt.

36. Zo dient men er ook op bedacht te zijn, hoezeer de kerk van andere samenlevingen verschilt en volkomen enig is in haar natuur en structuren. In de kerk is de pastorale taak immers gewoonlijk met het wijdingssacrament verbonden; het is dus geen louter besturen dat met die vormen van macht vergeleken zou kunnen worden die in staten worden gevonden. Het wordt niet opgedragen door vrije keuze van mensen, ofschoon iemand die de taak aanvaardt misschien via een keuze wordt aangewezen: alleen door de handoplegging en het gebed van de opvolgers der apostelen wordt de keuze als door God gedaan bevestigd en de Heilige Geest die in de wijding wordt gegeven, maakt iemand deelgenoot aan de bestuursmacht van Christus, de hoogste herder (vgl. Hand. 20, 28). Deze taak is een werk van dienstbaarheid en liefde: Indien ge Mij bemint, weid mijn schapen (vgl. Joh. 21, 15-17).

37. Daarom is het niet duidelijk, hoe men de toelating van vrouwen tot het priesterschap kan voorstellen op grond van de rechtsgelijkheid die voor de mensen wordt erkend en die ook voor christenen geldt. Om dat te bewijzen, worden soms de boven aangehaalde woorden uit de Brief aan de Galaten (3, 28) als argument gebruikt, waarin wordt verklaard, dat er in Christus geen verschil meer is tussen man en vrouw. Maar bij deze woorden gaat het niet over de bedieningen van de kerk, maar wordt alleen verzekerd, dat allen gelijkelijk zijn geroepen om de aanneming tot kinderen van God te ontvangen. Bovendien zou juist degene die dit onder de rechten van de mens zou rekenen zich hevig in de aard van het ambtelijk priesterschap vergissen, daar het doopsel niemand enig recht verleent om een openbaar ambt in de kerk te verwerven. Want het priesterschap wordt iemand toegediend niet tot eigen eer of voordeel, maar om God en de kerk te dienen; het beantwoordt, integendeel, aan een bijzondere en geheel onverschuldigde roeping: Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven (Joh. 15, 16; vgl. Hebr. 5, 4).

Voor de volledige tekst, zie: INTER INSIGNIORES.

Uit het Commentaar van de Heilige Congregatie voor de geloofsleer aangaande de Verklaring Inter Insigniores:

Sacred Congregation for Doctrine

105. Wanneer men de toelating van vrouwen tot het priesterschap voorstelt op grond van het feit, dat zij in vele sectoren van het moderne leven leidende functies hebben verworven, dan gaat men voorbij aan het feit, dat de kerk geen samenleving is als andere en dat in haar het gezag of de macht van geheel andere aard is, omdat zij immers normaal verbonden is met het sacrament, zoals in de verklaring is benadrukt. Voorbijgaan aan dit feit, is inderdaad een bekoring welke het ecclesiologisch onderzoek in alle perioden heeft bedreigd: iedere keer dat een poging wordt ondernomen om kerkelijke problemen op te lossen door vergelijking met die van de staat, of door de kerkelijke structuur te definiëren met politieke categorieën, is het onvermijdelijke resultaat een impasse.

106. De verklaring wijst ook op het tekort in het argument dat het verzoek het priesterschap aan vrouwen toe te vertrouwen probeert te baseren op de tekst van Galaten, 3, 28, welke stelt, dat er in Christus niet langer een onderscheid bestaat tussen mannen en vrouwen. Voor de heilige Paulus is dit het gevolg van het doopsel. De doopcatechese van de vaders benadrukten dit vaak. Maar de absolute gelijkheid in het doopleven is iets geheel anders dan de structuur van de gewijde ambtsbediening. Deze laatste is het voorwerp van een roeping binnen de kerk, niet een recht dat inherent is aan de persoon.

Voor de volledige tekst, zie: Officieel Commentaar op INTER INSIGNIORES.

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research