OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Vrouwen die geloven dat zij een priesterroeping hebben worden niet geïnspreerd door de heilige Geest.

Vrouwen die geloven dat zij een priesterroeping hebben worden niet geïnspreerd door de heilige Geest.

Uit “INTER INSIGNIORES”:

Nummering van de alinea’s door John Wijngaards

Arms of John Paul II

38. Soms wordt er gezegd, of verspreid in boeken en tijdschriften geschreven, dat er vrouwen zijn die roeping tot het priesterschap in zich voelen. Dit soort neiging, hoe edel en begrijpelijk ook, is niet voldoende voor een echte roeping: want deze kan niet worden herleid tot een zuivere neiging van de geest welke slechts subjectief zou blijven. Want, omdat het priesterschap een bijzonder ambt is waarvoor de kerk de zorg en bewaring ontving, moet voor de roeping daartoe het gezag en zelfs het vertrouwen van de kerk worden verkregen, omdat dit er een essentieel onderdeel van is, want Christus koos die Hijzelf wilde (Mc. 3, 13). Van de andere kant is er de algemene roeping van alle gedoopten om het koninklijk priesterschap uit te oefenen door hun leven aan God op te offeren en tot eer van God getuigenis af te leggen.

39. Vrouwen die verklaren het ambtelijk priesterschap na te streven, worden weliswaar gedreven door het verlangen Christus en de kerk te dienen. Het is ook niet verwonderlijk, dat zij, zich eenmaal ervan bewust geworden, dat zij in de maatschappij sinds lang gediscrimineerd zijn, ertoe komen het ambtelijk priesterschap voor zich te verlangen. Men mag echter niet vergeten, dat de priesterlijke staat niet onder de rechten van de menselijk persoon valt, maar afhangt van de economie van het mysterie van Christus en de kerk. Men kan het priesterambt niet nastreven alsof het een promotie zou inhouden tot een hogere maatschappelijke waardigheid; geen enkele louter menselijke, hetzij maatschappelijke of persoonlijke, vooruitgang is op zich in staal deze toelating te verlenen, omdat de staat hiervan geheel anders is.

40. Rest ons nog onder de belangrijkste stellingen van de christelijke belijdenis dieper door te denken over de echte gelijkheid van de gedoopten, welke geen eenvormigheid is, omdat de kerk een lichaam is dat met een verscheidenheid van ledematen is toegerust, waarin ieder lidmaat zijn eigen taak wordt toegewezen. De taken die dus onderscheiden en niet verward moeten worden, begunstigen geen verheffing van de een boven de ander en geven geen aanleiding tot naijver. Het ene betere charisma waarnaar iemand kan en moet streven, is de liefde (vgl. 1 Kor. 12-13). De grootsten in het rijk der hemelen zijn niet de ambtsdragers, maar de heiligen.

Voor de volledige tekst, zie: INTER INSIGNIORES.

Uit het Commentaar van de Heilige Congregatie voor de geloofsleer aangaande de Verklaring Inter Insigniores:

Sacred Congregation for Doctrine

107. A vocation within the Church does not consist solely or primarily in the fact that one manifests the desire for a mission or feels attracted by an inner compulsion. Even if this spontaneous step is made and even if one believes one has heard as it were a call in the depths of one’s soul, the vocation is authentic only from the moment that it is authenticated by the external call of the Church. The Holv Office recalled this truth in its 1912 letter to the bishop of Aire to put an end to the Lahitton controversy.(53) Christ chose ‘those he wanted’ (Mk 3:13).

108. Since the ministerial priesthood is something to which the Lord calls expressly and gratuitously, it cannot be claimed as a right, any more by men than by women. Archbishop Bernardin’s declaration of October 1975 contained the sound judgment: ‘It would be a mistake . . . to reduce the question of the ordination of women to one of injustice, as is done at times. It would be correct to do this only if ordination were a God-given right of every individual; only if somehow one’s human potential could not be fulfilied without it. In fact, however, no one, male or female, can claim a “right” to ordination. And, since the episcopal and priestly office is basically a ministry of service, ordination in no way “completes” one’s humanity.’(54)

Voor de volledige tekst, zie: Officieel Commentaar op INTER INSIGNIORES.

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research