OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Het kerkelijk rechtboek van 1917

Het Wetboek van Canoniek Recht van 1917

de juiste uitleg van de overlevering
* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering

Een nieuw Wetboek van Canoniek Recht, gebaseerd op de vorige Corpus Juris Canonici, was uitgevaardigd onder paus Benedictus XV in 1917 and bleef van kracht tot 1983. Het wetboek onderging een aantal verlichtingen onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie.

Bron: Typis Polyglottis Vaticanis, 1949. Vertaling uit het latijn door Isaac Wüst. Citaten uit conciliaire en postconciliaire documenten zijn overgenomen, waar beschikbaar, uit Katholiek Archief.

Vrouwen krijgen het domicilie van hun echtegenoten

Canon 93, § 1 "Een echtgenote die niet wettig van haar echtgenoot is gescheiden, behoudt automatisch het domicilie van haar echtgenoot."

Alleen mannen kunnen kerkelijke wijdingen en ambten ontvangen

Canon 118. "Alleen [mannelijke] clerici kunnen een kerkelijke wijdings- of jurisdictiemacht en kerkelijke voorrechten en betaling ontvangen".

Vrouwen kunnen geen volledig lid worden van godsvruchtige organisaties

Canon 709, § 2. "[Met betrekking tot broederschappen of godsvruchtige verenigingen die opgericht zijn ter bevordering van devotionele of liefderijke werken], vrouwen kunnen slechts ingeschreven worden in broederschappen ten einde gunsten en geestelijke genaden te verkrijgen die aan broeders worden toebedeeld."

Vrouwen zijn de laatste keus als bedienaar van het doopsel

Canon 742 § 1. "Het doopsel kan [bij doodsgevaar] door iedereen worden toegediend."
Canon 742 § 2."Maar indien een priester aanwezig is, gaat hij boven een diaken, een diaken boven een subdiaken, een clericus boven een mannelijke leek en een man boven een vrouw, tenzij het omwille van de eerbaarheid gepast is dat beter een vrouw dan een man doopt of dat een vrouw beter de vorm en de wijze van dopen verstaat."

Vrouwen mogen de heilige communie niet uitreiken

Canon 845, par. 1. "De gewone bedienaar van de heilige communie is alleen de priester."
Canon 845. par. 2. "De buitengewone bedienaar van de heilige communie is de diaken, met toestemming van de eigen bisschop of de pastor, die alleen voor een zwaar geldende reden mag worden gegeven, hetgeen in een noodgeval geldig mag worden verondersteld."

Verlichting. Op grond van een algemene Instructie, Fidei Custos, uitgevaardigd door de Congregatie van de Sacramenten op 30 april 1969, die betrekking heeft op de buitengewone uitreiking van de communie, vrouwelijke leken en religieuzen mogen in principe worden gemachtigd om de communie uit te reiken, onder bepaalde voorwaarden. Maar volgens de volgorde zoals in § 3 van de Instructie is omschreven, waar de keuze voor buitengewone bedienaars is gemaakt, zijn vrouwelijke leken op de laatste plaats gezet. Volgens § 5 van de Instructie mogen zij alleen ingezet worden in noodgevallen, indien geen andere geschikte persoon gevonden kan worden – hetgeen alleen een man of minstens een religieuze kan betekenen! "... Een vrouw van bijzondere toewijding kan in noodgevallen worden gekozen, namelijk wanneer geen enkele andere geschikte persoon gevonden kan worden."

Meisjes en vrouwen mogen geen misdienaar zijn aan het altaar

Canon 813, § 2. "De misdienaar mag geen vrouw zijn tenzij, bij afwezigheid van een man, om gegronde reden, en dan nog met dien verstande dat de vrouw van verre antwoordt en onder geen beding bij het altaar komt."

Herbevestiging. "Er dient nog verder gestudeerd te worden op het onderwerp: hoe ver gaat de liturgische taak van vrouwen waarvoor het doopsel hun een recht en een plicht geeft; maar in de huidige organisatie van de liturgie vervullen vrouwen geen ambt rond het altaar, dat is zeker. Want haar ambt hangt af van de wil van de Kerk en de Katholieke Kerk heeft nog nooit een liturgische ambt aan vrouwen toevertrouwd. Elke willekeurige vernieuwing op dit gebied zal, derhalve, beschouwd worden als een zwaar vergrijp tegen de kerkelijke tucht en zal vastberaden moeten worden onderdrukt." (Liturgische Commissie, 25 januari 1966)

"Volgens de traditionele liturgische voorschriften van de kerk is het vrouwen (meisjes, gehuwden, religieuzen) verboden in kerk, tehuis, klooster, college of vrouwelijk instituut de priester aan het altaar te dienen" (Derde instructie voor de juiste toepassing van de constitutie over de heilige liturgie, Acta Apostolicae Sedis 62 (1970) p. 700).

Alleen mannen kunnen tot het wijdingssacrament worden toegelaten

Canon 968, § 1. "Alleen een gedoopte man kan geldig de heilige wijding ontvangen."

Mannen en vrouwen behoren gescheiden te zitten in de kerk

Canon 1262, § 1. "Het is wenselijk dat, in overeenstemming met de oude tucht, vrouwen in de kerk gescheiden zijn van de mannen."

Vrouwen behoren hun hoofd bedekt te hebben in de kerk

Canon 1262, § 2. "Mannen behoren, wanneer zij binnen of buiten de kerk bij gewijde handelingen aanwezig zijn, met onbedekt hoofd aanwezig te zijn, tenzij andere volksgewoonten of bijzondere omstandigheden hiervoor deugdelijk bevonden worden; vrouwen, daarentegen, behoren hun hoofden bedekt te hebben en eenvoudig gekleed te zijn, vooral wanneer zij tot de tafel van de Heer toetreden."

Gewijd linnen moet eerst door mannen worden gewassen worden voordat vrouwen het mogen aanraken

Canon 1306, § 1. "Er moet voor worden gewaakt dat kelken, patenen en, vóór de afwassing ook kelkdoekjes, pallia en corporalen wanneer deze bij het misoffer gebruikt worden, slechts aangeraakt mogen worden door clerici of diegenen die er voor zorgdragen."
Canon 1306, § 2. "Kelkdoekjes, pallia en corporalen moeten eerst gewassen worden door clerici die de hogere wijdingen hebben ontvangen."

Verlichting. Het Motu Proprio "Pastorale Munus" van paus Paulus VI, van 30 november 1963, stond de plaatselijke bisschop toe om ook aan clerici met de lagere wijdingen, leken religieuzen en vrome vrouwen toestemming te geven de eerste wassing van deze doeken te verrichten (Acta Apostolicae Sedis 56 (1964) p. 10).

Vrouwen mogen niet preken in de kerk

Canon 1342, § 2. "Aan alle leken is het verboden in de kerk te preken, zelfs al behoren zij tot religieuze congregaties."

Verlichting. Vaticanum II, Constitutie over de heilige liturgie stond een uitzondering toe. "Men bevordere godsdienstoefeningen waarin het Woord Gods wordt gevierd, .... vooral daar waar geen priester aanwezig is. In dit laatste geval dient de viering geleid te worden door een diaken of door iemand anders die daartoe door de Bisschop is gemachtigd." (1964, n. 35)

In 1965 gaf de Raad ter uitvoering van de Constitutie over de heilige liturgie een negatief antwoord op een kleine vraag of een ter zake opgeleide vrouw de functie van lector kon overnemen in een mis voor vrouwen alleen: de functie van lector, zo luidde het antwoord, is een liturgische dienstverlening die alleen aan mannen is opgedragen. Om deze reden moet het epistel worden gelezen door de celebrant in bovengenoemd geval. Notitiae, gepubliceerd door de Raad ter uitvoering van de Constitutie over de heilige liturgie, 1, 1965, blz. 139-140, n. 41 en n. 42.

Vrouwen mogen in de kerk de heilige Schrift niet voorlezen

Verlichting. De "Algemene Inleiding voor het Romeins Missaal", Institutio Generalis Missalis Romani, hfst. 3, art. 66, die in 1969 was vrijgegeven, geeft de bisschoppenconferenties toestemming om vrouwen toe te laten tot het voorlezen van de lezingen die aan het evangelie voorafgaan, zolang zij buiten het priesterkoor blijven, in geval er geen geschikte man voor de functie van lector aanwezig is. (Missale Romanum, Typis Polyglottis Vaticanus, 1970, p. 45.) De discriminatie tegen vrouwen in deze bepaling moet niet over het hoofd gezien worden: zij is toegelaten tot de functie van lector, maar alleen in noodgevallen, en het altaar is taboe voor haar.

De "Derde instructie voor de juiste toepassing van de constitutie over de heilige liturgie" van 5 november 1970 verklaarde in n. 7a: "de bisschoppenconferenties kunnen concreet de plaats vaststellen waar de vrouw bij de liturgische verkondiging van Gods woord dient te gaan staan." Acta Apostolicae Sedis 62 (1970), p. 700.

Vrouwen hebben een mannelijke procurator nodig

Canon 2004, § 1. "[Bij zalig- en heiligverklaringen] kan elke gelovige het proces aanhangig maken, hetzij door zichzelf hetzij door een procurator . . . .; maar vrouwen alleen door een (mannelijke) procurator".

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research