|
|
|---|
de juiste uitleg van de
overlevering

* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering
Het doopsel was in de jonge Kerk een zeer belangrijke
en uitgebreide ritus. Het werd bijna even belangrijk geacht als de heilige
liturgie van de eucharistie.
Om te begrijpen hoe belangrijk de rol van vrouwelijke
diakens was bij het toedienen van het doopsel aan vrouwelijke doopleerlingen,
moeten we het ritueel stap voor stap uitleggen. De volgorde van een en ander
kon van plaats tot plaats verschillen. Bij de hier volgende beschrijving wordt
met doopleerlingen vrouwelijke doopleerlingen bedoeld.
Voorbereidend ritueel
De doopritus begon met vele inleidende gebeden,
litanieën, bezweringen en aanroepingen.
Ondervraging over het geloof
De doopleerlingen werden ondervraagd over hun geloof.
Hierbij werden de vrouwen geassisteerd door de diacones die hen onderricht had.
De Statuta
Ecclesiae Antiqua
bewaart een oude traditie als daar staat:
Weduwen of nonnen die uitgekozen worden om vrouwen te helpen die gedoopt
moeten worden, dienen zo voor dit werk opgeleid te worden dat zij ongeschoolde
plattelandsvrouwen, in duidelijke en rechtzinnige bewoordingen kunnen leren,
zowel welk antwoord ze moeten geven op de vragen die door de bedienaar van het
doopsel bij het dopen gesteld worden als hoe ze na het ontvangen van de doop
moeten leven
(Opmerking: Toen de Statuta opgesteld werd, kende het Westen geen diaconessen
meer. Daarom werd weduwen en nonnen gebruikt in plaats van
diaconessen. Zie ook Statuta c. 12; Pseudo-Hiëronymus, Over de
Brief van Sint Paulus aan de Romeinen hfst. 16 § 1.)
Zalving met de olie van de catechumenen
Bij de ingang van het baptisterium (doopkapel) zalfde de
bedienende bisschop of priester een kruisteken op het voorhoofd van de
dopelingen, waarbij hij bijvoorbeeld bad: Ik zalf u met de olie van
blijdschap die alle geweld van de vijand overwint en waardoor u beschermd zult
worden in de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest. Dan
leidde de vrouwelijke diaken de dopelingen het baptisterium zelf binnen. Daar
ontdeed zij hen van al hun kleren en sieraden. De vrouwelijke diaken zalfde hen
dan over het hele lichaam met de olie van de catechumenen.
Het is duidelijk dat de dopelingen geheel ontkleed werden
en dat het hele lichaam met olie ingewreven werd.
- De persoon die gedoopt gaat worden, wordt helemaal uitgekleed
... Alle zilveren en gouden sieraden, en kleren, worden afgelegd ... Zalf die
persoon op borst, armen, buik, rug, beide handpalmen, etc.
(een oud
Koptisch rituaal uit Egypte; H.Denzinger, Ritus Orientalium, vol.I, Würzburg 1863, p.
192-214).
- De bedienaar van het doopsel neemt de olijfolie en giet die in
de kom van zijn hand, en zalft dan het hele lichaam van de dopeling
(een oud jakobitisch rituaal uit Syrië; Ritus Orientalium, p. 267-279).
- De diaken neemt van de dopeling alle kleren, sieraden,
oorringen en wat ze verder dragen, in ontvangst ... Hij giet de olie voor de
zalving in de kom van zijn handen en wrijft dat over het hele lichaam van de
dopeling, ook tussen de vingers van zijn handen en de tenen van zijn voeten, en
zijn armen en benen, en zijn buik en zijn rug.
(Rituaal van Jakobus
van Edessa, 950 ; Ritus Orientalium, p. 279-288).
- De diaken ontdoet de doopleerling van zijn kleren... en alle
andere zaken. . . . .De priester neemt de olie voor zalving in zijn
handen en zalft het hele lichaam.
(Rituaal van Severus, Patriarch van
Antiochië; Ritus Orientalium, p. 302-316.)
- De diaken zalft de doopleerling over het hele lichaam. (een oud
maronitisch rituaal;
Ritus Orientalium, p. 334-350.)
Dit is de zalving waar de
Didascalia
Apostolorum (3de eeuw)
en de Apostolische Constituties 3,15
(4de eeuw.) naar verwijzen.
Wijd - voor de diensten jegens vrouwen - een
diacones die trouw en heilig is.. Want vanwege de ongelovigen kan hij [de
bisschop] soms geen diaken, een man, naar de vrouwen sturen. U moet daarom een
vrouw sturen, een diacones, vanwege bepaalde gedachten van kwaaddenkende
mensen. Want we hebben een vrouw, een diacones, nodig voor vele moeilijke
situaties; en bij het dopen van vrouwen moet de diaken eerst alleen het
voorhoofd met de heilige olie zalven, endaarna zal de diacones ze verder
zalven: want het is niet nodig dat de vrouwen door de mannen gezien
worden.
De onderdompeling in het water
Uit de oude ritualen kunnen we min of meer opmaken wat er
daarna gebeurde.
Oude baptisteria leken wel kleine vijvers, met treden
omlaag het water in. De diacones leidde de (vrouwelijke) dopeling langs die
treden omlaag, van het westen naar het oosten, zodat de dopeling naar het
oosten gericht was. In het midden was het doopbekken bijna een meter diep.
Volgens enkele bronnen was de bisschop of de priester (de bedienaar van het
doopsel) ook in het bekken afgedaald. Deze dompelde de dopeling drie keer
onder, waarbij hij een doopformule uitsprak zoals: Ik doop u in de naam
van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest. De bedienaar gaf de
pasgedoopte dan over aan de diaken of diacones, die met hen de treden op ging,
hen afdroogde met een handdoek en hen hielp bij het aandoen van een wit kleed.
Het volgende kan gelden als een interpretatie van de
Apostolische Constituties
3,16 :
Daarna, moet of u, bisschop, of een priester onder
uw gezag , op plechtige wijze de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest over
hen aanroepen en hen in het water onderdompelen; een diaken zal dan de man
ontvangen en een diacones de vrouw, opdat het indrukken van dit onschendbare
zegel met gepaste welvoeglijkheid zal plaats vinden. Daarna zal de bisschop de
gedoopten zalven.
Het is ook mogelijk, en zelfs waarschijnlijk, dat de
onderdompeling door de diaken of de diacones zelf gedaan werd, terwijl de
doopformule uitgesproken werd óf door hen óf door de bisschop of
priester die buiten het baptisterium stond. Er zijn aanwijzingen waaruit men
kan opmaken dat de onderdompeling van een vrouwelijke dopeling door de diacones
gebeurde:
- De uitdrukking ontvangen in de diaken zal een man
ontvangen, de diacones zal een vrouw ontvangen
kan oorspronkelijk onderdompelen betekend hebben. We komen de
uitdrukking in enkele doopritualen tegen.
- De bezorgdheid dat geen enkele man een vrouwelijke dopeling
naakt zou zien( Apost.
Const. 3,15 ); en dat het toedienen van het doopsel met gepaste
welgevoeglijkheid zou plaats vinden (
Apostolische Constituties
3,16 ) maakte het nodig dat de diacones zowel de zalving als de
onderdompeling verrichtte.
- De Didascalia
schijnt dit te veronderstellen wanneer ze zegt: Maar laat een man over
hen in het water de aanroeping van de goddelijke Namen uitspreken.
- De weerstand tegen vrouwen die dopen die we bij sommige
kerkvaders in het Westen aantreffen (bijv.
Tertullianus;
Statuta Ecclesiae Antiqua ) en die ook
voorkomt in de Apostolische
Constituties 3,9 wijst duidelijk op een nog directer handelend optreden van
mannelijke en vrouwelijke diakens ergens in de kerk.
Zalving met chrisma
De zalving met heilig chrisma, ons huidig sacrament van
het vormsel, werd toen toegediend door de bisschop of priester, geassisteerd
door de diaken of de diacones.
John Wijngaards
Terug naar
Vrouwelijke diakens
- Overzicht?
Lees Toen Vrouwen nog Diakens waren
in De Bazuin 23 Juli 1999.
Vertaling: Theo van Schaick fic
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |