OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
De rol van de vrouwelijke diaken bij het doopsel

De rol van de vrouwelijke diaken bij het doopsel

de juiste uitleg van de overlevering
* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering

Het doopsel was in de jonge Kerk een zeer belangrijke en uitgebreide ritus. Het werd bijna even belangrijk geacht als de heilige liturgie van de eucharistie.

Om te begrijpen hoe belangrijk de rol van vrouwelijke diakens was bij het toedienen van het doopsel aan vrouwelijke doopleerlingen, moeten we het ritueel stap voor stap uitleggen. De volgorde van een en ander kon van plaats tot plaats verschillen. Bij de hier volgende beschrijving wordt met ‘doopleerlingen’ ‘vrouwelijke doopleerlingen’ bedoeld.

Voorbereidend ritueel

De doopritus begon met vele inleidende gebeden, litanieën, bezweringen en aanroepingen.

Ondervraging over het geloof

De doopleerlingen werden ondervraagd over hun geloof. Hierbij werden de vrouwen geassisteerd door de diacones die hen onderricht had.

De Statuta Ecclesiae Antiqua bewaart een oude traditie als daar staat:

“Weduwen of nonnen die uitgekozen worden om vrouwen te helpen die gedoopt moeten worden, dienen zo voor dit werk opgeleid te worden dat zij ongeschoolde plattelandsvrouwen, in duidelijke en rechtzinnige bewoordingen kunnen leren, zowel welk antwoord ze moeten geven op de vragen die door de bedienaar van het doopsel bij het dopen gesteld worden als hoe ze na het ontvangen van de doop moeten leven”
(Opmerking: Toen de Statuta opgesteld werd, kende het Westen geen diaconessen meer. Daarom werd ‘weduwen en nonnen’ gebruikt in plaats van ‘diaconessen’. Zie ook Statuta c. 12; Pseudo-Hiëronymus, Over de Brief van Sint Paulus aan de Romeinen hfst. 16 § 1.)

Zalving met de olie van de catechumenen

Bij de ingang van het baptisterium (doopkapel) zalfde de bedienende bisschop of priester een kruisteken op het voorhoofd van de dopelingen, waarbij hij bijvoorbeeld bad: ‘Ik zalf u met de olie van blijdschap die alle geweld van de vijand overwint en waardoor u beschermd zult worden in de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest.’ Dan leidde de vrouwelijke diaken de dopelingen het baptisterium zelf binnen. Daar ontdeed zij hen van al hun kleren en sieraden. De vrouwelijke diaken zalfde hen dan over het hele lichaam met de olie van de catechumenen.

Het is duidelijk dat de dopelingen geheel ontkleed werden en dat het hele lichaam met olie ingewreven werd.

Dit is de zalving waar de Didascalia Apostolorum (3de eeuw) en de Apostolische Constituties 3,15 (4de eeuw.) naar verwijzen.

“Wijd - voor de diensten jegens vrouwen - een diacones die trouw en heilig is.. Want vanwege de ongelovigen kan hij [de bisschop] soms geen diaken, een man, naar de vrouwen sturen. U moet daarom een vrouw sturen, een diacones, vanwege bepaalde gedachten van kwaaddenkende mensen. Want we hebben een vrouw, een diacones, nodig voor vele moeilijke situaties; en bij het dopen van vrouwen moet de diaken eerst alleen het voorhoofd met de heilige olie zalven, endaarna zal de diacones ze verder zalven: want het is niet nodig dat de vrouwen door de mannen gezien worden.”

De onderdompeling in het water

Uit de oude ritualen kunnen we min of meer opmaken wat er daarna gebeurde.

Oude baptisteria leken wel kleine vijvers, met treden omlaag het water in. De diacones leidde de (vrouwelijke) dopeling langs die treden omlaag, van het westen naar het oosten, zodat de dopeling naar het oosten gericht was. In het midden was het doopbekken bijna een meter diep. Volgens enkele bronnen was de bisschop of de priester (de bedienaar van het doopsel) ook in het bekken afgedaald. Deze dompelde de dopeling drie keer onder, waarbij hij een doopformule uitsprak zoals: ‘Ik doop u in de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest.’ De bedienaar gaf de pasgedoopte dan over aan de diaken of diacones, die met hen de treden op ging, hen afdroogde met een handdoek en hen hielp bij het aandoen van een wit kleed.

Het volgende kan gelden als een interpretatie van de Apostolische Constituties 3,16 :

“Daarna, moet of u, bisschop, of een priester onder uw gezag , op plechtige wijze de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest over hen aanroepen en hen in het water onderdompelen; een diaken zal dan de man ontvangen en een diacones de vrouw, opdat het indrukken van dit onschendbare zegel met gepaste welvoeglijkheid zal plaats vinden. Daarna zal de bisschop de gedoopten zalven.”

Het is ook mogelijk, en zelfs waarschijnlijk, dat de onderdompeling door de diaken of de diacones zelf gedaan werd, terwijl de doopformule uitgesproken werd óf door hen óf door de bisschop of priester die buiten het baptisterium stond. Er zijn aanwijzingen waaruit men kan opmaken dat de onderdompeling van een vrouwelijke dopeling door de diacones gebeurde:

Zalving met chrisma

De zalving met heilig chrisma, ons huidig sacrament van het vormsel, werd toen toegediend door de bisschop of priester, geassisteerd door de diaken of de diacones.

John Wijngaards

Terug naar Vrouwelijke diakens - Overzicht?
Lees ‘Toen Vrouwen nog Diakens waren ’ in De Bazuin 23 Juli 1999.

Vertaling: Theo van Schaick fic

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research