|
|
|---|
door Hans Wijngaards
de juiste uitleg van de
overlevering

* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering
uit De Bazuin 82 (23 juli 1999) blz. 8 - 10.
Exact dezelfde sacramentele tekens werden in de jonge
kerk gebruikt om vrouwen en om mannen tot diaken te wijden. De wijding is dus
niet een historisch zoethoudertje, maar heeft vergaande gevolgen voor het ambt
in de kerk van vandaag. Als de rooms-katholieke kerk tenminste trouw is aan
haar eigen geschiedenis.
Vrouwen hadden in de jonge kerk geen deel aan het sacramentele
ambt, aldus kardinaal Dario Castrillén Hoyos, pro-prefect van de
Congregatie voor de Clerus. Duizenden vrouwelijke diakens die in het verleden
de kerk trouw hebben gediend zullen zich in hun graf hebben omgedraaid bij deze
bewering. Afgaand op de 28 grafstenen waarop enkelen van hen worden genoemd,
waren het formidabele vrouwen.
Eén van hen was Athanasia uit Delphi. Zij leefde in de vijfde eeuw en
was gewijd door bisschop Pantamianos. Haar grafsteen draagt de vervloeking:
Moge iedereen die de rust verstoort van deze tombe waarin deze
geëerde en smetteloze vrouwelijke diaken begraven ligt, het lot ondergaan
van Judas die onze Heer Jezus Christus verraadde.
VIJFTIG JAAR GELEDEN deden kerkhistorici en theologen het diaconaat van vrouwen
wat routinematig af als een historisch zoethoudertje voor vrouwen, een
soort van zegening of enkel een lagere orde. Volgens hen
zouden vrouwen a priori van een sacramentele wijding zijn uitgesloten. Maar de
historische feiten worden met de dag duidelijker en hun opvatting is onhoudbaar
geworden.
We
moeten ons goed realiseren wat er op het spel staat. Indien, zoals uit de
documenten blijkt, vrouwen eenwenlang toegelaten werden tot het volledig
diaconaat, nu alleen aan mannen voorbehouden, den ontvingen zij het sacrament
van de heilige wijdingen. Want dit sacrament kent in termen van het
Kerkelijk Wetboek drie niveaus: episcopaat, presbyteraat en
diaconaat. Iedereen die een van deze drie wijdingen ontvangt is
geconsacreerd tot het ambtelijk priesterschap, zoals het Concilie van Trente
het in de zestiende eeuw definieerde.
Maar,
is de vraag, werden vrouwen gewijd tot echte diakens, tot het sacramentele
diaconaat theologisch verbonden met de Heilige Geest, om met de
woorden van kardinaal Castrillén Hoyos te spreken?
Het
antwoord is te vinden in kostbare Griekse en Syrische handschriften, verborgen
in stoffige bibliotheken (nu ook voor iedereen toegankelijk via de internetsite
www.womenpriests.org). Ze bevatten wijdingsrituelen voor mannelijke en
vrouwelijke diakens, en documenteren de praktijk van de kerk van de vierde tot
de achtste eeuw. Ze bevestigen de oudste wijdingsgebeden die al worden
aangetroffen in de Apostolische Constituties, een vierde-eeuwse
verzameling van liturgische en kerkjuridische teksten.
Bestudering van de documenten maakt duidelijk dat in de kerk in het Oosten -
eeuwen vóór de scheuring met het Westen - zowel mannen als
vrouwen werden toegelaten tot het diaconaat door middel van een volstrekt
gelijkwaardige en bijna identieke sacramentele wijding. Beiden werden near het
priesterkoor gebracht om de bisschop tegemoet te treden die voor het altaar
zetelde. Beiden kregen de handen opgelegd door de bisschop. Die riep daarbij de
Heilige Geest aan om de genade van het diakenambt te schenken en gebruikte voor
mannen en vrouwen identieke woorden. Beiden werden bekleed met een stola als
een onderscheidingsteken van hun ambt. Beiden ontvingen de communie van de
bisschop en beiden kregen de kelk met het kostbare bloed. Dankzij deze
indrukwekkende parallellen sloot de orthodoxe theoloog Evangelos Theodorou zich
onlangs aan bij enkele van zijn rooms-katholieke collegas die verklaarden
dat het diaconaat van vronwen even sacramenteel is als dat van manner.
MISSCHIEN MOETEN WI] op dit punt teruggaan tot de fundamenten.
Sacramenten zijn, per definitie, heilige tekenen. In hear lange geschiedenis
heeft de kerk in elk sacrament twee aspecten van dat teken onderscheiden: het
stoffelijke, een voorwerp of handeling, en de vorm, de
uitgesproken woorden. Bij de doop is het gieten van water het stoffelijke, de
vorm zijn de woorden Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de
Heilige Geest. Deze elementen vormen samen het wezen van het sacramentele
teken. Waar wij deze twee aantreffen weten wij dat het sacrament geldig is
toegediend.
In
het geval van de heilige wijdingen is de handoplegging al sinds mensenheugenis
beschouwd als het stoffelijke van het sacrament, en de aanroeping van de
Heilige Geest over de wijdeling als de vorm. Zijn beide aanwezig, den weet
iedereen dat deze persoon daadwerkelijk is gewijd.
Aanvullende symbolen zijn er ook: de toediening van het sacrament vindt pleats
tijdens een eucharistieviering, recht voor het altaar, de wijdeling words
bekleed met het ambtsgewaad en krijgt de kelk overhandigd als instrument van de
bediening. Door al deze uitwendige tekenen dient de universele kerk in het
openbaar de heilige wijdingen toe zodat zowel de ontvanger als het Godsvolk
weet dat het sacrament is verleend.
Als
nu de kerk vrouwen en mannen wijdt met exact dezelfde sacramentele tekens, hoe
kan iemand dan zeggen dat het diaconaat van mannen sacramenteel is en dat van
vrouwen niet? Zijn hier niet de strenge woorden van het Concilie van Trente van
toepassing: Indien demand zegt dat ondanks de heilige wijding, de Heilige
Geest niet is gegeven, en dat derhalve de bisschop vergeefs zegt: Ontvang
de Heilige Geest, die is vervloekt.
Het
wijdingsgebed dat de bisschop uitsprak bij de handoplegging van de vronwelijke
diaken in de vierde tot de achtste eeuw, luidde: Heilige en almachtige
God, door de menselijke geboorte van uw enige Zoon uit een maagd, hebt u het
vrouwelijk geslacht geheiligd. Gij verleent niet alleen aan mannen maar ook aan
vrouwen de genade en uitstorting van de Heilige Geest. Heer, zie welwillend
naar uw dienstmaagd en wijdt haar toe aan de taak van uw diaconaat, en stort
over haar uit de rijke en overvloedige gave van uw Heilige Geest.
Het
wijdingsgebed voor mannelijke diakens was bijna gelijkluidend en liep ook uit
in dezelfde toewijding en aanroeping van de Heilige Geest. In enkele langere
gebeden verwees de bisschop naar het voorbeeld van Stefanus voor mannelijke
diakens, en naar Phoebe onze zuster die diaken was van de
kerk in Chenchreae voor vrouwelijke diakens.
DIEGENEN DIE het sacramentele karakter van het diaconaat
van vrouwen ontkennen, verwijzen vaak near het feit dat het in deze eerste
eeuwen normaal was dat mannelijke diakens assisteerden aan het altaar en bij
het uitreiken van de communie. Mannen oefenden een ander soort diaconaat
uit, beweren de tegenstanders. Mannen assisteerden bij de
eucharistie, vrouwen niet.
Verschillen in de verdeling van het dagelijkse werk bewijzen echter niet dat er
een apart diaconaat bestond. Zo zijn bijvoorbeeld veel kerkelijke
functionarissen in Rome om diplomatieke redenen bisschop of aartsbisschop. Zij
werken vooral in bestuurlijke functies. Maar maakt dat hun bisschopswijding
minder geldig dan die van pastorale, plaatselijke bisschoppen?
Het
was pastorale voorzichtigheid die kerkleiders ertoe bracht vrouwelijke diakens
andere taken te geven. Zo zouden vrouwen die de bisschoppen terzijde stonden in
het allerheiligste - een ruimte die tijdens de heiligste momenten werd
afgesloten van het volk - aanleiding kunnen geven tot geruchten over
onbetamelijkheid. Bovendien hadden vrouwen te kampen met het vooroordeel van
veronderstelde rituele onreinheid wanneer zij ongesteld waren. Maar het is
onjuist om hieruit af te leiden dat een vrouw werd gewijd tot een lagere vorm
van diaconaat den een man.
De
hoofdtaak van de vrouwelijke diaken was de pastorale zorg voor vrouwen. Hierin
bekleedde zij een ambt dat gelijk was aan dat van een mannelijke diaken.
Gebruikelijk echter was dat zij werkte onder supervisie van hear
collegas. De vrouwelijke diaken gaf les aan vronwen die gedoopt wilden
worden, zowel in de kerk als thuis. Tijdens de doopplechtigheid zelf zalfde zij
het lichaam van de vrouw met de olie van het katechumenaat, zoals de mannelijke
diaken dat deed bij de mannen. Toentertijd werden dopelingen geheel ontkleed en
werd hun hele lichaam met olie ingewreven aan voor- en achterzijde, op
alle ledematen, zelfs tussen de vingers en tenen, opdat geen enkel deel werd
overgeslagen, om een oud liturgisch voorschrift te citeren. De kiesheid
gebood dat een vrouwelijke diaken dit ritueel bij een vrouwelijke katechumeen
uitvoerde. Daarna leidde zij haar, nog steeds naakt, in de doopvont en dompelde
haar driemaal onder terwijl de bisschop de doopformule uitsprak.
HET
DIACONAAT van vrouwen ondervond destijds veel weerstand in Latijns-talige
gebieden als Italië, Noord-Afrika, Gallië en Brittannië. Volgens
Romeinse recht, dat in wezen door de kerk was overgenomen, konden vrouwen geen
openbare ambten bekleden. Ook het taboe van de menstruatie bleek een geweldig
obstakel te zijn. In het Westen bleef het diaconaat van vrouw
bestaan tot de vroege Middel-eeuwen als een zegeninggegeven door
abdissen. Maar het was slechts een zwakke afgeleide vorm van wat het
oorspronkelijk in het Oosten was geweest.
In de
geschiedenis zijn vele gegevens te vinden over de activiteiten van volwaardige
vrouwelijke diakens. Vooral in Griekenland, Klein-Azië (het huidige
Turkije), Dalmatië (de kuststreek van Bosnië en Montenegro),
Syrië en Palestina waren zij actief, in de tijd gezien van zeker de derde
tot minstens de achtste eeuw. Tot zij ook daar, net als het Westen, dankzij
menstruatie en andere taboes van steeds minder belang werden. De heilige
Johannes Chrysostomos had in Constantinopel veertig vrouwelijke diakens en
honderd mannelijke, die allen verbonden waren aan de Aya-Sofia-basiliek. Uit de
correspondentie van de Kerkvaders kennen wij verscheidene vrouwen van naam:
Salvina, aan wie de heilige Hieronymus brieven schreef; Macrina, de zuster van
de heilige Basilius de Grote; en Anastasia, die assistent was van Severus,
bisschop van Antiochië. Er zijn ook veel grafschriften gevonden zoals dat
van Theodora in Gallië uit de zesde eeuw en van Sofia in Jeruzalem uit de
vierde eeuw: Hier ligt de dienares en maagd van Christus, de diaken, de
tweede Phoebe.
Er
zijn dus voldoende bewijzen dat vrouwen eenwenlang werden toegelaten tot de
heilige wijdingen, met goedkeuring van oecumenische concilies. Zo werden zij
gewijde ambtsbeleeders die in hun persoon de gelijkheid van mannen en vrouwen
in Christus bevestigden. Is dit niet de ware traditie waaraan de kerk trouw zou
moeten zijn?
Hans Wijngaards
Terug naar
Vrouwelijke diakens
- Overzicht?
Lees Toen Vrouwen nog Diakens waren
in De Bazuin 23 Juli 1999.
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |