OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Vrouwen werden als tweederangswezens beschouwd

Vrouwen werden als tweederangswezens beschouwd

de juiste uitleg van de overlevering
* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering

De hele kerkgeschiedenis door zijn vrouwen, van nature en volgens de wet, als tweederangswezens beschouwd

  1. DeGriekse filosofie die door de christenen overgenomen werd, beschouwde vrouwen als van nature ondergeschikt aan mannen.
  2. Het Romeinse recht, dat de basis ging vormen voor de wetten van de kerk, kende vrouwen een lagere status in de maatschappij toe. Vrouwen hadden thuis en in de burgermaatschappij niet dezelfde rechten als mannen.
  3. Enkele kerkvaders zagen een samenhang tussen de vermeende lagere status van de vrouw en teksten uit de bijbel: alleen de man, zeiden ze, was geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Bovendien had Paulus vrouwen verboden in de kerk als leraar op te treden.
  4. ‘Kerkelijke verordeningen’ uit het eerste millennium vertonen ook sporen van de overtuiging dat vrouwen minder waren.
  5. Ook theologen volgden deze manier van denken en namen de vrouwvijandige ideeën van Grieken en Romeinen op in hun theologische argumentaties.
  6. Kerkelijke juristen formuleerden het kerkelijk recht op basis van het Romeinse recht, en op de negatieve uitspraken van de kerkvaders en de plaatselijke kerkelijke concilies.

Tegen deze achtergrond hoeft het ons niet te verbazen als we constateren dat de overgrote meerderheid van kerkvaders, kerkelijke juristen, theologen en kerkelijke leiders van mening was dat zo'n ’minderwaardig wezen’ onmogelijk priester gewijd kon worden. Het is duidelijk dat deze sociale en culturele vooringenomenheid hun oordeel met betrekking tot de geschiktheid van vrouwen voor de priesterwijding ontkrachtte.

1. Volgens Plato en Aristoteles zijn vrouwen ’van nature minder’

Volgens Plato (427-347 v.Chr.) zijn vrouwen ontstaan door een fysieke degeneratie van de mens. "Alleen mannen worden rechtstreeks door de goden geschapen en krijgen een ziel. Zij die goed leven keren terug naar de sterren, maar wat de ’lafaards’ of [die slecht leven] betreft mag men met zekerheid aannemen dat die bij de reïncarnatie van aard zijn veranderd en vrouw zijn geworden."

Aristoteles (384-322 v.Chr.) beschouwde vrouwen als ‘onvolkomen’ menselijke wezens.

2. Het Romeinse recht kende de vrouw een zeer lage status toe

Volgens het Romeinse familierecht was de echtgenoot de absolute heer en meester.

De redenen die de Romeinse wetgeving aangeeft om de rechten van de vrouw in te perken worden nu eens beschreven als ‘de zwakheid van haar sekse’ dan weer als ‘de domheid van haar sekse’. Uit de context blijkt dat het probleem niet lag in de fysieke zwakheid van de vrouw, maar in wat men zag als haar gebrek aan gezond oordeel en haar onvermogen om logisch te redeneren.

Voor details en verwijzingen, lees:De rechten van vrouwen in het Romeinse recht

3. De kerkvaders beschouwden vrouwen als minder

De traditie van de Romeinen en de hellenisten van die tijd wilde dat er in de maatschappij hogere en lagere vormen van menselijk bestaan waren. Vrouwen waren van nature lager dan mannen. Het hoeft ons niet te verbazen dat dit van grote invloed was op de manier van denken van de kerkvaders.

De lager status van de vrouw werd zonder meer aanvaard.

Een bevestiging van de lagere status van de vrouw vonden velen vaak in het geloof dat alleen de man, en niet de vrouw, geschapen was naar Gods beeld en gelijkenis.

De kerkvaders namen ook Aristoteles' zienswijze over dat de vader, als volledig mens, het zaad levert terwijl de moeder slechts de teelaarde is waarin het zaad groeit.

Zie ook het uitstekende artikel van Kim Power, "Of godly men and medicine: ancient biology and the Christian Fathers on the nature of woman".

4. Oude ‘kerkelijke verordeningen’ en de lagere status van de vrouw

Het vooroordeel omtrent de lagere status van de vrouw vindt men ook terug in enkele van de voorschriften die in de kerkelijke praktijk voor vrouwen opgesteld waren.

5. Ook theologen zijn ervan uitgegaan dat vrouwen minder waard waren

De middeleeuwse theologen die de Griekse filosofie, het Romeinse recht, de leer van de kerkvaders en de kerkelijke richtsnoeren als legitieme bronnen voor hun argumentaties hebben aanvaard, hebben daarmee het vooroordeel betreffende de lagere status van de vrouw meegekregen.

Net zoals Aristoteles schreef Thomas van Aquino het onstaan van een vrouwelijk wezen toe aan een gebrek in een bepaald zaadje. Het mannelijk semen is bestemd om een volledig menselijk wezen voort te brengen, een man, maar soms gaat er iets mis en dan wordt er een vrouw geproduceerd. Een vrouw is dus een mas occasionatus, een onvolledige man. Ze wordt ook niet helemaal naar het beeld van God geschapen.

6. Het kerkelijk recht heeft de mindere positie van de vrouw vastgelegd

De vermeende mindere waarde van de vrouw is vooral via het Decretum Gratiani (1140) het kerkelijk recht binnengedrongen. In 1234 werd dit decreet officieel kerkelijk recht, een essentieel deel van het Corpus Iuris Canonici, dat tot 1917 van kracht bleef.

Het Corpus Iuris Canonici, dwz. het kerkelijk recht dat gkold van 1234 tot1917, vatte de wettelijke situatie van vrouwen als volgt samen:

L'Abbé André, Droit Canon, Paris 1859, vol. 2, col. 75.

In de Codex Iuris Canonici, het kerkelijk rechtboek dat werd uitgevaardigd in 1917 en van kracht bleef tot 1983, kwamen de volgende canons voor die gebaseerd waren op de vermeende minderwaardigheid van een vrouw:

Het nieuwe Wetboek van Canoniek Recht (1983) bevat enige verbeteringen in de rechtspositie van de vrouw. Er kwam een einde aan de discriminatie naar sekse betreffende het domicilie (can. 104), de plaats waar het huwelijk (can. 1115) of de uitvaart (can. 1177) gevierd moet worden. Verder:

Op andere gebieden bestaat er echter nog altijd discriminatie:

Besluit

Het is een feit dat vele kerkvaders, kerkelijke juristen, theologen en kerkleiders van mening waren dat vrouwen niet tot priester gewijd konden worden.

Het valt niet te ontkennen dat deze opinie steunde, en nog steunt, op het vooroordeel dat vrouwen minder zijn.

Het is duidelijk dat deze sociale en culturele vooringenomenheid hun oordeel met betrekking tot de geschiktheid van vrouwen voor de priesterwijding ontkrachtte.

Hans Wijngaards

Vertaling: Theo van Schaick fic

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research