OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
De Overlevering moet goed onderbouwd zijn

De Overlevering moet goed onderbouwd zijn

de juiste uitleg van de overlevering
* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering

"Zo onderhoudt God, die weleer heeft gesproken, zich ononderbroken met de bruid van zijn beminde Zoon, en leidt de Heilige Geest, door wie de levende stem van het evangelie in de Kerk en door haar in de wereld weerklinkt, de gelovigen tot de volle waarheid en doet het woord van Christus overvloedig in hen wonen (vgl. Kol. 3,16)".

. . . "Deze van de apostelen stammende overlevering vordert in de Kerk onder bijstand van de Heilige Geest. Want het inzicht zowel in de overgeleverde werkelijkheden als in de overgeleverde woorden groeit: door de beschouwing en de studie van de gelovigen die dit alles in hun hart bewaren (vgl. Lc. 2,19 en 51), door het innerlijk begrip van de geestelijke dingen dat zij ervaren, door de verkondiging van hen die met de opvolging in het bisschopsambt de betrouwbare geestesgaven van de waarheid ontvangen hebben. Want de Kerk streeft in de loop der eeuwen onafgebroken naar de volheid van de goddelijke waarheid, totdat in haar de woorden van God in vervulling gaan."

Dei Verbum. ‘Dogmatische Constitutie over de goddelijke openbaring’ nr. 8, in Constituties en Decreten van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, STICHTING ARK, Leusden 1986, blz. 253. Lees het volledige hoofdstuk hier.

In de ervaring die de Kerk met haar Overlevering gehad heeft, is het duidelijk geworden dat er misverstanden en verkeerde beoordelingen kunnen voorkomen. In bepaalde perioden van de geschiedenis van de Kerk was het de mensen onmogelijk om de echte Overlevering te ontdekken omdat hun manier van redeneren verkeerd was of hun geest zich richtte op de verkeerde werkelijkheid.

Om op geldige wijze deel uit te maken van de Overlevering moet een leer of praktijk degelijk onderbouwd zijn. Dit betekent dat de dragers van de Overlevering de kwestie en de zaken waar het om gaat goed moeten begrijpen.

In ‘The Survival of Dogma’, voert Avery Dulles het volgende principe aan: "Geen enkel dogmatische beslissing uit het verleden biedt meteen de oplossing voor een vraag die toen niet gesteld werd." Bijvoorbeeld, het feit dat Paulus, zoals hij door Trente geciteerd wordt, beweert dat Adam één bepaald individu was (zie Romeinen 5,12-21), kan niet gebruikt worden om het idee van polygenisme van de moderne wetenschap te weerleggen; de kwestie had zich zelfs nog niet voorgedaan. Aanvullend, telkens wanneer de bewijsgrond voor een of andere zaak wezenlijk verandert, heb je te maken met een nieuwe zaak die niet ten volle opgelost kan worden door een beroep op de oude bronnen van informatie ."

Zoals paus Pius XII in Divino Afflante Spiritu (1943) verklaarde: "Niet weinig vraagstukken immers, vooral op het gebied der geschiedenis, zijn nauwelijks of niet genoegzaam door de schriftverklaarders van vroeger eeuwen opgehelderd; hun ontbraken namelijk bijna alle gegevens, die voor een vollediger belichting vereist zijn."

We illustreren dit principe in vier etappes.

De ‘waarheid’ als een bron van de Overlevering.

De dogmatische constitutie over de goddelijke openbaring van Vaticanum II § 2 (die boven aangehaald is) zegt dat het inzicht in een Overlevering groeit op verschillende wijzen:

Het Concilie zegt dat door een combinatie van deze factoren de Kerk uiteindelijk de ‘volheid’ van de goddelijke waarheid zal bereiken totdat de woorden van God uiteindelijk in haar ‘in vervulling’ zullen gaan.

Het belangrijke grondbeginsel is dat er naast de voornaamste bron: ‘Schrift & Overlevering’, nog een bron is, namelijk de Waarheid zoals we die via andere wegen in de loop van de tijd leren kennen.

Dit beginsel is in de kerkgeschiedenis erkend als een auctoritas [=‘gezagvolle bron ’] naast de Schrift en de Overlevering. In Ambrosiaster staat het zo: "Alles wat waar is komt van de Heilige Geest, wie die waarheid ook vertelt." Dit impliceert dus dat men de waarheid serieus moet nemen, wat de bron ook moge zijn, als maar aangetoond kan worden dat het waar is. Die waarheid kan aan het licht komen door nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, door de geestelijke ervaring van niet-christenen, door de wijsheid van filosofen, enzovoort. (Zie Yves M.J. Congar, Tradition and Traditions, Burns & Oates, London 1966, blz. 130 - 131).

Het grondbeginsel van Ambrosiaster, dat gewoonlijk toegeschreven werd aan Ambrosius, is dikwijls aangehaald:

Het beginsel is ook zo geformuleerd dat de Heilige Geest erkend werd als de bron en oorsprong van alle ware kennis.

Het Eerste Vaticaans Concilie (1869 - 1870) stelde vast dat er geen echt verschil kan bestaan tussen geopenbaarde waarheid en waarheid die door de natuurlijk rede vastgesteld wordt.

"Hoewel het geloof boven het verstand staat, kan er nooit sprake zijn van een werkelijke tegenstelling tussen het geloof en het verstand. Aangezien dezelfde God die de mysteries openbaart en het geloof meedeelt, ook het licht van het verstand in de menselijke geest heeft doen neerdalen, zou God zichzelf niet kunnen loochenen en de waarheid kunnen tegenspreken. De schijn van zo’n tegenstelling komt meestal hieruit voort dat men of de leerstellingen van de Kerk niet begrepen of niet uitgelegd heeft in overeenstemming met de bedoeling van de Kerk, of wat slechts een opinie is aanziet als voortvloeiend uit redelijke argumenten." Dei Filius, ch. 4, § 3; Denz. (nieuw) 3017.

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962 - 1965) gaf zelfs nog vollediger aan wat dit allemaal impliceerde.

· Iedereen heeft de plicht en het recht om de waarheid te zoeken. "Alle mensen worden door hun eigen natuur ertoe gedreven en door een morele verplichting ertoe gehouden de waarheid te zoeken, vooral die welke op de godsdienst betrekking heeft . . . . De waarheid moet worden gezocht op een wijze die is aangepast aan de waardigheid van de menselijke persoon en aan zijn sociale natuur, namelijk in vrij onderzoek, met behulp van leergezag of onderricht, van gedachtewisseling en dialoog waardoor de een aan de ander de waarheid uiteenzet die hij heeft gevonden of meent te hebben gevonden, om elkaar aldus wederzijds te helpen bij het zoeken naar de waarheid." Godsdienstvrijheid, § 3.

· "In onze tijd, waarin de dingen zeer snel veranderen en de wijze van denken zeer uiteenlopend is heeft de Kerk in het bijzonder de hulp nodig van hen die, levend in de wereld, bedreven zijn in de verschillende onderdelen en takken van wetenschap en de geestesgesteldheid daarvan begrijpen, of het nu over gelovigen gaat of over ongelovigen.

Het is de plicht van het gehele volk van God, vooral van de herders en theologen, om met de hulp van de Heilige Geest het gevarieerde spreken van onze tijd te beluisteren, te schiften en te interpreteren en er in het licht van het goddelijk woord een oordeel over te geven, opdat de geopenbaarde waarheid steeds dieper gevat, steeds beter ingezien en steeds meer aangepast naar voren kan worden gebracht." De Kerk in de wereld van deze tijd,§ 44.

In de geschiedenis van de Kerk kan de toepassing van een en ander zeer ingrijpend zijn. De nieuwe economische realiteit van het bankwezen heeft de Kerk ertoe gedwongen om de bijbelteksten betreffende ‘woeker’ te herlezen en die opnieuw te interpreteren. Wetenschappelijke ontdekkingen betreffende de ‘genetische’ basis van homoseksualiteit werpen een totaal nieuw licht op de moraliteit van de homoseksuele levenswijze. Nu we er ons van bewust worden hoe sociale en culturele vooroordelen het denken en de praktijk van de Kerk in vroegere eeuwen beïnvloed heeft, komt de wens naar voren om de beperkingen ten aanzien van vrouwen in het ambt opnieuw te beoordelen. Een bestudering van zulke voorbeelden helpt ons om tot een begrip te komen van het grondbeginsel van ‘onderbouwde’ Overlevering, ‘onderbouwd’ door een ruimere ontdekking en een dieper besef van wat waarheid is.

Het voorbeeld van het heffen van rente over geldleningen

Het kerkelijk leergezag heeft tot 1830 het heffen van rente over geldleningen verboden. In de ‘overlevering’ die dit moest ondersteunen werd het heffen van rente zonder meer gelijk gesteld met woeker. Hier volgen een paar voorbeelden van de officiële kerkleer in dezen:

Om welke redenen werd dit veroordeeld?

De kerkvaders, de pastorale leiders, de theologen en de pausen stelden het ‘heffen van rente over geldleningen’ gelijk met ‘woeker’, wat in de Bijbel veroordeeld was: Exodus 22,25; Leviticus 25,36-37; Deuteronomium 23,19-20; enzovoorts.

De Kerk heeft haar mening over het heffen van rente veranderd toen ze tot het besef kwam dat het moderne bankwezen, dat in de Middeleeuwen begonnen is, op een nieuwe manier met geld omging.

Ten tijde van het Oude Testament bestond ‘woeker’ hierin dat men winst vroeg op het lenen van een brood of een zak meel. Een dergelijke praktijk betekent uitbuiting van de armen en vraagt om veroordeling. Maar het Oude Testament stond de landeigenaren wel toe een regelmatig inkomen te eisen van de pachters die het land bewerkten. Een brood werpt geen vrucht af. Een stuk land wel. Voor het uitlenen van land mag wel een deel van de winst gevraagd worden.

In onze moderne gemeenschap, echter, werpt kapitaal ‘vrucht’ af. Het brengt winst op zoals een stuk land. Rente heffen voor geleend kapitaal is dus in overeenstemming met christelijke rechtvaardigheid.

Verdere verklaring en bibliografie in John Noonan, "The Amendment of Papal Teaching by Theologians", in Charles E. Curran, red., Contraception: Authority and Dissent, (New York: Herder & Herder, 1969), blz. 41-75.

Besluit:

De collectieve veroordeling van alle homoseksualiteit in het verleden

Homoseksualiteit is zowel in het Oude als het Nieuwe Testament verworpen.

Geen wonder dat homoseksualiteit in de ‘overlevering’ van de Kerk altijd als zondig is beschouwd.

Zie, bijvoorbeeld, Clement van Alexandrië (Paedagogus 2,20; 3,3-5; Stromateis 4,8); Johannes Chrysostomus (Homilie 4; Ag. Tegenstanders van kloosterleven nr 3); Thomas van Aquino (Summa Theologica 2 2ae, q.154, a 12, r 2-4).

Het werd een ‘zonde tegen de natuur’ genoemd en op één lijn gesteld met ‘bestialiteit’, d.w.z. seksuele omgang met dieren. Voor de staat was het een misdaad, die vaak met de dood gestraft werd.

Waardoor begint men in de Kerk daar nu anders over te denken?

De feiten. Uit sociaal onderzoek is komen vast te staan dat 5 - 10% van de bevolking in de meeste landen een aangeboren homoseksuele neiging heeft. Drie ‘oorzaken’ van homoseksualiteit worden nu algemeen aanvaard: het is een erfelijke eigenschap bij sommige mensen; het kan het gevolg zijn van een gebrek aan evenwicht in de hormoonhuishouding voor de geboorte; het kan ook veroorzaakt zijn door de situatie waarin een kind opgroeit (bijv. incest of seksueel misbruik) en de seksuele ervaringen die hij/zij heeft met beide geslachten.

Maar als God, de Schepper, sommige mensen van nature homoseksueel gemaakt heeft, dan kunnen we ze niet zo maar veroordelen, hoe wij ook mogen denken over het aanvaardbare van seksuele daden onder homoseksuelen..

De Verklaring over enige vraagstukken van de seksuele ethiek (1975) van de Congregatie voor de geloofsleer was een verbetering ten opzichte van vroegere Romeinse uitspraken omdat deze erkende dat er ‘homoseksuelen zijn die voor altijd zo zijn wegens een aangeboren drang of een geschonden constitutie waarvan men aanneemt dat ze niet genezen kan worden’. ‘Wanneer het om de pastorale zielzorg gaat, moeten zij met bedachtzame zachtzinnigheid worden opgevangen en zij moeten worden aangemoedigd in de hoop hun moeilijkheden en sociale onaangepastheid eens te zullen overwinnen. Ook hun schuldigheid zal met voorzichtigheid worden beoordeeld.’ Maar het document veroordeelt nog altijd alle homoseksuele daden als ‘naar hun intrinsieke aard ongeordend’ en ‘in de Heilige Schrift als zware misvormingen veroordeeld’ (nr. 8).

Het denken over deze zaak duurt nog altijd voort in de Kerk. We zullen hier enige moderne theologen aanhalen die deze kwestie bespreken. Merk op dat ons vernieuwd, onderbouwd begrip tot een andere evaluatie van de ‘overlevering’ leidt.

"God, degene die de hele schepping voortgebracht heeft, bemint en koestert alle schepselen zonder uitzondering. En de moderne psychologie laat zien dat de homoseksuele geaardheid met het vijfde of zesde jaar vast staat. De meeste psychologen zijn het erover eens dat het hier niet om een keuze gaat, of die geaardheid nu is aangeboren zoals sommige denken of al vroeg verworven is zoals andere zeggen. Hoe zou een oneindig liefdevolle God zijn goddelijke natuur dan kunnen aantasten en homoseksuelen als ‘zondaars’ beschouwen?"

"Hedendaagse bijbelgeleerden wijzen erop dat het idee van homoseksuele geaardheid de schrijvers van de Heilige Schrift onbekend was. Deze auteurs wisten in ieder geval niets van het onderzoek van Kinsey, die een continuüm vaststelde waarin wij allen een plaats innemen ergens tussen de eindpunten van totaal heteroseksueel via biseksualiteit tot exclusief homoseksueel. Bij vele van de vaak geciteerde "veroordelende passages" mogen we aannemen dat de heteroseksuelen zo spreken omdat ze zich in hun ‘aard’ aangerand voelen." Zuster Mary Ann Ford, pastoraal theoloog

· "Bij vluchtige lezing van de Bijbel zullen we zeggen dat er niets positiefs in staat over gelijkgeslachtelijke omgang. De meeste christenen interpreteren de Bijbel echter niet letterlijk; ze proberen de Bijbel te verstaan in haar historische en culturele context en bekijken wat de Bijbel betekent voor ons nu. Deze bijbelboeken zijn ongeveer 2000 of meer jaren geleden geschreven toen men niets wist van aangeboren homoseksualiteit. De schrijvers van de Bijbel geloofden dat iedereen van nature heteroseksueel was zodat ze homoseksuele praktijken als onnatuurlijk beschouwden.""Sinds we ontdekt hebben dat homoseksualiteit even natuurlijk is - en eveneens door God gegeven - als heteroseksualiteit, zijn we er ons van bewust geworden dat de Bijbelse verboden van homoseksualiteit bepaald werden door de toenmalige houding en denkbeelden ten opzichte van deze manier van uiting geven aan seksualiteit, en die de mensen toen hadden omdat ze nog niet de wetenschappelijke kennis en inzicht van latere eeuwen bezaten."

"Het is onbillijk om van de bijbelse schrijvers een twintigste-eeuwse mentaliteit en inzicht te verlangen of hen die voor te schrijven betreffende de gelijkheid van de geslachten, rassen en seksuele geaardheid. We moeten onderscheid kunnen maken tussen de eeuwige waarheden die de Bijbel bedoelt over te dragen en de culturele vormen en houdingen die hier tot uiting komen."

"God heeft mensen geschapen met romantische en lichamelijke aantrekkelijkheden voor hetzelfde geslacht maar ook mensen met aantrekkelijkheden voor het andere geslacht. We ontdekken nu dat veel mensen, zo niet de meeste, in verschillende mate, beide soorten van aantrekkelijkheden hebben. Al deze gevoelens en aantrekkelijkheden zijn normaal en worden door God als goed beschouwd en gezegend. Deze gevoelens en aantrekkelijkheden zijn niet zondig. De meeste katholieke moraaltheologen zijn nu van mening dat gelijkgeslachtelijke omgang evenals ongelijkgeslachtelijke omgang goed is en heilig voor God als het een uitdrukking is van een selectieve en unieke liefde die iemand voor een ander voelt. Zowel de homoseksuele als heteroseksuele wijze van genitale uitdrukking kan zondig zijn als het om bedrieglijke, onoprechte of liefdeloze daden gaat." Zuster Jeannine Gramick, PhD, College of Notre Dame Maryland.

· "Het katholicisme ontleent de principes en richtlijnen in ethische kwesties zoals homoseksualiteit aan vier belangrijke bronnen: de Bijbel, de Overlevering (theologen, kerkelijke documenten, officiële leerstukken, enz.), het verstand, en de menselijke ervaring. Alle vier worden in samenhang met elkaar gebruikt. De Bijbel is de fundamentele en de voornaamste gezaghebbende katholieke bron - maar niet de enige. Een bijbels bewijs wordt serieus genomen maar niet letterlijk. Een specifieke bijbeltekst moet verstaan worden in de wijdere context van de oorspronkelijke taal en cultuur, de verschillende betekenisniveaus, en de toepassing van de teksten op toenmalige realiteiten in het licht van de rol die de gemeenschap en het officieel bestuur spelen bij het geven van gezaghebbende interpretaties. Zowel de joodse als de christelijke geschriften spreken inderdaad negatief over bepaalde vormen van gelijkgeslachtelijk (gewoonlijk mannelijk) seksueel gedrag (niet van gelijkgeslachtelijke liefde), vooral wanneer dat gepaard gaat met afgoderij, wellust, geweld, vernedering, prostitutie, enz. Of de Bijbel elke vorm van gelijkgeslachtelijke uitdrukking uit en op zichzelf , altijd, overal en voor iedereen veroordeelt, is onderwerp van serieus theologische en bijbelse discussie en dispuut."

" Ik geloof niet dat God homoseksualiteit als een ‘zonde’ beschouwt als homoseksualiteit de psychoseksuele identiteit van lesbiennes en homo’s betekent, die, zoals we uit hedendaagse wetenschappelijke studies weten, binnen de mogelijkheden van een gezonde, menselijke psychologisch ontwikkeling ligt, en die voor sommige mensen even natuurlijk lijkt als heteroseksualiteit voor andere. Als homoseksualiteit betekent de emotionele intieme band in een gelijkgeslachtelijke verhouding van liefde en vriendschap, dan geloof ik dat, aangezien God liefde is, God aanwezig is waar authentieke liefde is."

"Waar God is, kan geen zonde zijn. Als homoseksualiteit betekent gelijkgeslachtelijke erotische lichamelijke uitdrukking van eenheid en genot, dan is persoonlijke zonde mogelijk - zoals dat ook met heteroseksualiteit is - in zoverre homoseksualiteit afhangt van het samenspel van drie factoren: namelijk (1) de lichamelijke omgang zelf en wat dit voor de persoon betekent, (2) de persoonlijke motieven en bedoelingen van de handelende persoon, en (3) de persoonlijke en sociale consequenties of resultaten van de omgang. Veel mensen zien seksueel gedrag dat uitbuitend, opdringerig, bedrieglijk, onoprecht, egoïstisch of destructief ten opzichte van de mens als persoon is, als zondig; voor iedereen betekent ‘zonde’ vrijwillig handelen tegen zijn diepgewortelde morele of ethische overtuiging in, of die nu voortvloeit uit een of andere institutionele godsdienst of uit een persoonlijk ontwikkeld waardesysteem."

"Gelijkgeslachtelijke uitdrukking van toegewijde, trouwe liefde in een contractgebonden verhouding tussen twee echt homoseksueel geaarde mensen voor wie het celibaat niet is weggelegd, is niet iets dat de Schrift voorzien had. Of deze vorm van homoseksualiteit een aanranding betekent van de bijbelse of antropologische principes van seksualiteit en de persoonlijkheidsleer - vooral in het licht van de huidige wetenschappelijke kennis en de menselijke ervaring met homoseksuele geaardheid - is een van de grote problemen waar de kerken en religieuze groeperingen in deze tijd mee te maken hebben." C Robert Nugent, mederedacteur van ‘The Vatican and Homosexuality’, behaalde academische graden aan het St Charles College, St Charles Theologate, een graad in de bibliotheekwetenschap aan de Villanova University en een Masterstitel in de kerkelijke theologie aan de Yale University Divinity School.

Besluit:

De kwestie van de wijding van vrouwen

Bij de beschouwing van de zogenaamde ‘overlevering’ van geen vrouwen tot priester te wijden, hangt alles af van de redenen waarop deze ‘overlevering’ steunt. Als deze redenen gebrekkig blijken te zijn, wordt de hele ‘overlevering’ verdacht, omdat die onnauwkeurig is, niet goed doordacht, niet goed onderbouwd.

Hier volgt het oordeel van Elizabeth A. Johnson, C.S.J., professor in de theologie aan de Fordham University, presidente van de Catholic Theological Society of America, en de auteur van She Who Is (Crossroad).

"Wat het tweede betreft, kent de geschiedenis vele voorbeelden van onafgebroken overlevering die afgebroken werden als gevolg van de morele gevoeligheden van gelovigen, de inzichten van kritische denkers en het zorgvuldig onderzoek van de kant van het leerambt , die elkaar alle treffen in de context van culturele verandering. Eens was het de officiële leer van de kerk dat gehuwden geen genot mochten vinden in de huwelijksdaad; dat het doden van ongelovigen een heilshandeling was; dat het vragen van rente voor een lening verboden was; dat slavernij was toegestaan; dat discriminatie van Joden legitiem was; dat bijbelgeleerden geen gebruik mochten maken van geschiedkundige, kritische methoden bij het bestuderen van bijbelteksten. Hoe komen we er achter of de leer over de wijding van vrouwen aanleiding kan geven tot een gelijksoortige ontwikkeling? De steeds herhaalde reden waarom vrouwen niet gewijd werden is alle eeuwen door geweest dat ze minderwaardig waren, of "onvolkomen mannen" (Thomas van Aquino). Die reden is in onze tijd wel helemaal afgebrokkeld. En dat is ook het geval met de andere redenen die gebruikt worden..."

"De redenen houden geen stand, hoe men die ook wenst te koesteren. Volgens de traditionele katholieke leer is het beoordelingsvermogen van de mens niet vrij, in tegenstelling tot onze wil. We kunnen alleen maar echt instemmen met wat zich aan onze geest als waar voordoet: ‘De waarheid legt zich op geen enkele andere wijze op dan door de kracht van de waarheid zelf, die zacht en sterk tegelijk de geest binnendringt’ (Vaticanum II, Verklaring over de godsdienstvrijheid, nr. 1). Als een erkende leerstelling of praktijk voortdurend op onze geest de pijnlijke indruk maakt de plank mis te slaan, zoals in het onderhavige geval, dan is het onze plicht na te gaan en uiteen te zetten waarom dat zo is. Deze weerstand mag niet op één lijn gesteld worden met ontrouw of opstandigheid, laat staan met gebrek aan geloof, maar met een wijze van trouw en dienstbaarheid..."

"Door de jaren heen is onderbouwd, verantwoord verschil van opvatting voor de Kerk een geschenk geweest waardoor de kritiek die voortkwam uit liefde, groei mogelijk heeft gemaakt. Zoals ik het zie, vraagt de recente nietonfeilbare verklaring betreffende de vermeende onfeilbaarheid van de overlevering over de wijding van vrouwen precies dit soort reactie."

‘Disputed questions: authority, priesthood, women’ in Commonweal 123 (26 jan. 1996) blz. 8-10.

Zuster Rose Hoover R.C., stafmedewerkster van het Cenacle in Metairie, Louisiana, schrijft het volgende:

"Eeuwen lang heeft het mannelijk priesterschap een effectief middel geleken voor het doorgeven van de boodschap van Christus, en kon in deze zin gezien worden als een overlevering ten dienst van de Overlevering. Maar hoe is dat nu? Als de uitsluiting van vrouwen van het priesterschap nu eens het doorgeven van de overlevering in gevaar brengt? Ik ben niet zo bezorgd over het praktische probleem van het gebrek aan roepingen. Maar als de overlevering van uitsluitend mannelijke priesters nu eens zelf schadelijk is voor de Overlevering van het evangelie?" . . .

"We kunnen niet toelaten dat de opvattingen van de kerkvaders of de scholastici of zelfs van de theologen van het begin van deze eeuw bepalen hoe we in onze tijd over vrouwen in de Kerk moeten denken. We moeten op verantwoorde wijze omgaan met wat we van de moderne sociale en biologische wetenschappen en ook van de Heilige Geest over mannen en vrouwen geleerd hebben. Thomas van Aquino was wijs in vele zaken maar ook hij was een product van zijn tijd. In de Summa Theologiae lezen we: ‘daar het onmogelijk is voor het vrouwelijk geslacht om een teken te zijn voor een hoge mate van uitmuntendheid - de vrouw bevindt zich immers in de toestand van onderwerping - is het duidelijk dat zij het sacrament van het priesterschap niet kan ontvangen.’ Daar komt nog bij, dat de onderwerping van de vrouw niet te wijten is aan maatschappelijke omstandigheden. Bij de behandeling van de kwestie of slavernij een beletsel is voor de priesterwijding schrijft Thomas in de Summa dat ‘sacramentele tekenen slechts tekenen kunnen zijn vanwege een natuurlijke gelijkenis. Een vrouw nu is van nature onderworpen, terwijl een slaaf dat niet is.’ Thomas geloofde ook dat ‘de vrouw onvoldoende sterk van geest is om aan wellust te kunnen weerstaan.’ Je zou echt gaan twijfelen of je iemand die zo weinig kwaliteiten heeft priester kunt wijden. We kunnen Thomas van Aquino niet veroordelen. We weten echter beter." " Wij weten dat vrouwen van nature niet minder zijn dan mannen (zie de apostolisch brief, Mulieris Dignitatem, van Johannes Paulus II van 1988). Wij weten dat een vrouw, evenmin als een man, zich van nature in een toestand van onderwerping bevindt. Het is niet meer mogelijk om de bezwaren van Thomas aan te voeren als redenen om vrouwen de priesterwijding te weigeren. Evenmin als elke andere reden die minderwaardigheid insluit. Als men dit deed dan zou men ingaan tegen wat we nu verstaan onder de blijde boodschap van Christus."

Uit ‘Consider Tradition: the Case for Women's Ordination’ in Commonweal 126 (26 januari 26, 1999) blz. 17-20. Het volledige artikel ziet u na een klik hier.

Besluit

In het verleden zijn oordelen en besluiten soms gebaseerd geweest op onwetendheid of gebrekkige informatie. De Overlevering kan alleen maar verdedigbaar zijn als die zich door een kritische houding van dergelijke menselijke aanwassen bevrijd heeft. De Heilige Geest helpt de gemeenschap van de gelovigen om hun overtuigingen opnieuw te onderzoeken in het licht van de nieuwe gegevens die in de loop van de tijd ter beschikking komen, zodat de inhoud van de Overlevering opnieuw geëvalueerd kan worden en in veranderde omstandigheden als relevant ervaren kan worden.

Vertaling: Theo van Schaick fic

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research