OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Traditie in de Middeleeuwen

Traditie in de Middeleeuwen

Uit INTER INSIGNIORES:

Het wapen van John Paul II

(De doorverbonden, cursieve commentaren zijn van John Wijngaards)

7. Men leest duidelijk… dat alleen mannen tot de wijding en de eigenlijke priesterlijke bediening werden geroepen om het bij uitstek wezenlijke motief, dat de kerk trouw wilde blijven aan dat beeld van het priesterambt dat de Heer Jezus Christus heeft gewild en de apostelen nauwgezet hebben bewaard. Dezelfde overtuiging bezielde de theologen van de middeleeuwen,(9) hoewel de leraren van de scholastiek bij hun inspanningen om de geloofswaarheden met rationele argumenten te verklaren bij deze kwestie vaak argumenten aanvoerden die de geleerden tegenwoordig moeilijk accepteren of zelfs terecht afwijzen. [Gaan de argumenten van de middeleeuwse theologen niet zo ernstig mank dat hun bezwaren tegen de wijding van vrouwen onhoudbaar zijn gebleken?]

Voetnoot 9 Hl. Bonaventura, In IV Sent., Dist, 25, art, 2, q. 1: uitg. Quaracchi, t. 4, blz. 649; Richardus de Mediavilla (Middletown), In IV Sent., Dist. 25, art. 4, n. 1, uitg. Venetiis 1499, fo 177r; Johannes Duns Scotus, In IV Sent., Dist. 25: Opus Oxonieiise, uitg. Vivès, t. 19, blz. 140; Reportata Parisiensia, t. 24, blz. 369-371; Durandus a Sancto Porciano, In IV Sent., Dist. 25, q. 2, uitg. Venetiis 1571, fo 364v.

Voor de volledige tekst, zie: INTER INSIGNIORES.

Uit het Commentaar van de Heilige Congregatie voor de geloofsleer aangaande de Verklaring Inter Insigniores:

Congregatie voor de Geloofsleer

28. Vanwege dit voorbijgaand cultureel element zijn argumenten die in het verleden ten aanzien van dit onderwerp zijn aangevoerd op vandaag nauwelijks te verdedigen. Het meest beruchte argument is dat welke door de heilige Thomas wordt samengevat: quia mulier est in statu subiectionis.(23) [Is dit het enige onaanvaardbare uitspraak van Thomas over vrouwen?] In de gedachte van Thomas is deze bewering echter geen loutere uitdrukking van een filosofische opvatting, aangezien hij het interpreteert in het licht van de verhalen in de eerste hoofdstukken van Genesis en de leer van de Eerste Brief aan Timóteüs (3, 12-14). [Maakt Thomas’ onjuiste interpretatie van deze schriftteksten zijn standpunt meer aanvaardbaar? Weigerde Thomas de wijding aan vrouwen niet vanwege zijn foutieve biologische, sociale en schriftuurlijke ideeën? Is de combinatie van filosofische en theologische vooroordelen niet fataal voor zijn argument?]

Voetnoot 23. Hl. Thomas, In IV Sent. Dist. 19, q. 1, a. 1, qa 3 ad 4um; Dist. 25, q. 2, a. 1, qa 1; vgl. q. 2, a. 2, qa 1, ad 4; Summa Theol., 2a 2ae, q. 177, a. 2.

29. Een zelfde formule wordt eerder in het Decretum van Gratianus(24) aangetroffen, maar Gratianus die de karolingische capitularia en de valse áecretalen citeerde, probeerde veeleer met oudtestamentische voorschriften het verbod te rechtvaardigen - dat reeds door de oude kerk was geformuleerd(25) - voor vrouwen om het heiligdom binnen te gaan en aan het altaar te dienen. [Wordt hier bedoeld dat dit het enige vooroordeel van Gratianus was?! … En wat te denken van de geïnstitutionaliseerde vooroordelen in de opeenvolgende kerkelijke wetboeken tot op de dag van vandaag?]

Voetnoot 24 Dictum Gratiani in Caus. 34, q. 5, c. 11, ed. Friedberg, t. 1, col. 1254; vgl. R. Metz, La _femme en droit canonique mediéval, in Recuil de la Société Jean Bodin, 12, 1962, blz. 59-113.

25 Canon 44 van de collectie bijeengebracht na het concilie van Laodicéa: H.T. Bruns, Canones Apostolorum et Conciliorum... t. 1, Bertolini, 1839, blz. 78; hl. Gelasius, Epist. 14, ad universos episcopos per Lucanium, Brutios et Siciliam constitutos, 11 maart 494, n. 26: A. Thiel, Epistolae Romanorum pontificum.... t. 1, Brunsbergae, 1868, blz. 376.

34. Vanaf het moment dat de leer over de sacramenten systematisch in scholen voor theologie en canoniek recht wordt voorgedragen [En Thomas van Aquino dan, wiens argumenten volkomen foutief zijn? En Bonaventura, die twijfelde maar niet wist dat vrouwelijke diakens geldig gewijd waren?], beginnen schrijvers zich beroepshalve met de aard en waarde van de traditie bezig te houden die de wijding alleen voor mannen heeft gereserveerd. De canonisten baseren hun standpunt op het beginsel geformuleerd door paus Innocentius III in een brief van 11 december 1210 aan de bisschoppen van Palencia en Burgos, een brief die was opgenomen in de collectie van decretalen: 'Ofschoon de allerheiligste maagd Maria alle apostelen in waardigheid en verhevenheid overtrof, heeft de Heer de sleutels van het hemelrijk niet aan haar, maar aan hen toevertrouwd’.(30) Deze tekst werd een locus communis voor de glossatores.(31) [Zijn de vooroordelen van de Decretalisten - vooroordelen die schuilgaan achter hun theologische rationalisaties - niet luidruchtig aanwezig?] Voor de theologen zijn de volgende teksten veelbetekenend: de heilige Bonaventura: 'Ons standpunt is dit: het is niet zozeer dank zij een beslissing van de kerk als wel dank zij het feit, dat het wijdingssacrament niet voor haar bestemd is. In dit sacrament is de gewijde persoon een teken van Christus de middelaar'.(32) [Ligt eigenlijk niet de echte reden van Bonaventura om vrouwen uit te sluiten, in zijn mening dat vrouwen de mindere zijn van mannen?]

35. Richard van Middletown, een franciscaan uit de tweede helft van de dertiende eeuw: 'De reden is, dat de kracht van de sacramenten afkomstig is van hun instelling. Maar Christus stelde dit sacrament in ten gunste alleen van mannen, niet van vrouwen'.(33) [Toont zijn eigen tekst niet aan dat hij de instelling door Christus niet kan bewijzen en dat hij deze veronderstelling afleidt van het minder zijn van vrouwen?]

36. Johannes Duns Scotus: 'Men kan niet houden, dat dit van de kerk afkomstig is. Het is afkomstig van Christus. De kerk zou zich niet de vrijheid veroorloofd hebben het vrouwelijk geslacht te beroven, want geen fout van dit geslacht zelf, van een daad kan er wettig betrekking op hebben'.(34) [Leidt Scotus de instelling door Christus niet af van de kerkelijke praktijk? En geeft hij niet toe dat een uitsluiting alleen door de kerk een serieuse discriminatie zou zijn?] Durandus a Sancto Porciano: '... het mannelijk geslacht is noodzakelijk voor het sacrament. De hoofdoorzaak hiervan is de instelling van Christus... Christus wijdde alleen mannen ... zelfs niet zijn moeder... Daarom moet worden gehouden, dat vrouwen niet kunnen worden gewijd, vanwege de instelling van Christus'.(35) [Zijn de redenen van Durandus niet volslagen ongeldig?]

Is het niet een feit dat zulke getuigenissen – die zo duidelijk steunen op vooroordelen en op ongeldige theologische argumenten – niet aangehaald kunnen worden om de traditie kracht bij te zetten? Moeten we niet veeleer naar de heilige Cyprianus luisteren die zei: "Een gewoonte (consuetudo) zonder waarheid (veritas) is niet meer dan een oude dwaling!" (Brief 74.a)

Voetnoot 30. Decretal. Lib. V, tit. 38, De paenit., can. 10 Nova: A. Friedberg, t. 2, kol. 886-887; Quia licet beatissima Virgo Maria dignior et excellentior fuerit Apostolis universis, non tamen illi, sed istis Dominus claves regni caelorum commisit.

Voetnoot 31. Bv. Glossa in Decretal. Lib. 1, tit. 33, e. 12 Dilecta, Vo Iurisdictioni.

Voetnoot 32. In IV Sent., Dist. 25, art. 2, q. 1 : uitg. Quaracchi, t. 4, blz. 649: Dicendum est quod hoc non venit tam ex institutione Ecclesiae, quam ex hoc quod eis non competit Ordinis sacramentum. In hoc sacramento persona quae ordinatur significat Christum mediatorem.

Voetnoot 33. In IV Sent., Dist. 25, a. 4, no 1 ; uitg. Bocatelli, Venice, 1499 (Pellechet - Polain, 10132/9920), fo 177r: Ratio est quod sacramenta vim habent ex sua institutione: Christus autem hoe sacramentum instituit conferri masculis tantum, non mulieribus.

Voor de volledige tekst, zie: Officieel Commentaar op INTER INSIGNIORES.

Vertaling van kommentaar fragmenten door Isaac Wüst

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research