|
|
|---|
Traditie in de na-scholastieke theologie
Uit INTER INSIGNIORES:
(De doorverbonden, cursieve commentaren zijn van John Wijngaards)
7. Sindsdien (de Middeleeuwen) schijnt deze vraag tot op onze tijd niet meer te zijn opgeworpen, omdat het gebruik niet werd tegengesproken en algemeen werd aanvaard en zich als het ware in een zich eigen gemaakt recht verheugde. [Is het niet eerder zo dat vrouwen zo massaal zijn onderdrukt, zowel in de theologie als in het kerkelijk recht, dat tegengestelde meningen onmogelijk waren gemaakt?]
Voor de volledige tekst, zie: INTER INSIGNIORES.
37. Zo wekt het geen verwondering, dat tot in de moderne tijd de theologen en canonisten die zich met de kwestie hebben ingelaten bijna unaniem deze uitsluiting als absoluut en van goddelijke oorsprong beschouwen. [Onthult een analyse van hun argumenten niet een volslagen gebrek aan begrip van waar het werkelijk om gaat, en een terzake gebrekkige beoordeling van zowel de Schrift als de traditie?] De theologische kanttekeningen die zij bij de stelling plaatsen, variëren van 'theologisch zeker' (theologice certa) tot, soms, 'geloofsverwant' (fidei proxima) of zelfs 'geloofsleer' (doctrine fidei).(36) Klaarblijkelijk heeft tot de laatste decennia toe geen theoloog of canonist de zaak beschouwd als een eenvoudige wet van de kerk.
Voetnoot 36. Details van deze theologische aantekeningen kan men vinden in E. Doronzo, Tractatus Dogmaticus de Ordine, t. 3, Milwaukee, Bruce, 1962, blz. 395-396; Vgl. ook F. Haller, De Sacris Electionibus, 1636, aangehaald in J.P. Migne, Theologiae Cursus Completus, t. 24, kol. 821-854; verrassend wordt op vele hedendaagse opwerpingen vooruitgegrepen in dit werk, dat zover gaat, dat het de opvatting welke vrouwen in het algemeen tot de wijding wil toelaten als gevaarlijk voor het geloof kwalificeert en die welke haar tot het priesterschap wil toelaten als ketters, kol. 824; vgl. ook H. Tournelly, Praelectiones Theologicae de Sacramento Ordinis, Parisii, 1729, blz. 185, tekent deze bewering ten aanzien van het bisschopsambt, priesterschap en diaconaat aan als een dwaling contra fidem. Onder de canonisten: X. Wernz, Ius Decret., t. 2, Romae, 1906, blz. 124: iure divino (hij haalt verscheidene schrijvers aan); P. Gasparri, Tractatus Canonicus de Sacra Ordinatione, t. 1, Parisiis, 1893, blz. 75; Et quidem prohibentur sub poena nullitatis: ita enim traditio et communis doctorum catholicorum doctrina interpretata est legem Apostoli: ed ideo Patres inter haereses recensent doctrinam qua sacerdotalis dignitas et officium mulieribus tribuitur.
Voor de volledige tekst, zie: Officieel Commentaar op INTER INSIGNIORES.
Vertaling van kommentaar fragmenten door Isaac Wüst
|
Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen.. |
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |