Men dacht dat vrouwen vanwege hun zonde in een toestand van straf verkeerden

Men dacht dat vrouwen vanwege Eva’s zonde in een toestand van straf verkeerden

de juiste uitleg van de overlevering
* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering

De bijbelse scheppingsverhalen vatte men zo op dat de vrouwen bij wijze van straf in een blijvende toestand van ondergeschiktheid aan de man gesteld waren.

De Latijnse kerkvaders dachten dat door de vrouw de erfzonde in de wereld gekomen was, en vonden dat vrouwen een blijvende bron van verleiding waren.

Ook de middeleeuwse theologen gingen door met het veroordelen van vrouwen.

De postscholastieke tijd kent echte vrouwenhaaten zelfs de vervolging van vrouwen.

Het zou geheel en al misplaatst zijn om zulke ‘zondige individuenals kanalen van Gods genade te laten optreden.

Verkeerd uitgelegde bijbelteksten

Dat bepaalde christelijke schrijvers meenden vrouwen van zonde te moeten beschuldigen kwam voort uit hun eenzijdige uitleg van bijbelteksten.

· Genesis 3,1-16 geeft een beschrijving van de val van Adam en Eva. Eva werd verleid door de slang en Eva liet op haar beurt Adam van de appel eten. Ze worden allebei berispt door God, die tot Eva zegt: “Ik zal de lasten van jouw zwangerschap zeer zwaar maken: met pijn zul je kinderen baren. Naar je man zal je begeerte uitgaan, hoewel hij over je heerst.”   De ondergeschiktheid van de vrouw aan de man werd uitgelegd als een duidelijke en onontkoombare vloek van God  in plaats van beschouwd te worden als alleen maar een voorbeeld van hoe de ongemakken van het leven een straf voor de zonde zijn: net zoals Adam in het zweet de grond moet bewerken. (Genesis 3,17-19).

· 1 Timothy 2,14 verwijt de vrouw (Eva) - en niet Adam - dat ze zich heeft laten misleiden, en stelt haar zo dus verantwoordelijk voor de zonde. Deze tekst is duidelijk een rationalisatie die niet beschouwd mag worden als een evenwichtige theologische uitspraak.

Geen enkele moderne theoloog zal beweren dat deze teksten leren dat vrouwen schuldiger zijn aan de zonde dan mannen, of dat de lage sociale of culturele status van de vrouw rechtstreeks door God gewild is als straf.

De kerkvaders

De Griekse kerkvader Irenaeus (140-203) geeft een tamelijk objectieve interpretatie van het Genesisverhaal. Hij geeft de schuld aan de duivel, in plaats van aan Adam en Eva. Hij vindt wel dat Eva een grotere verantwoording draagt dan Adam. In zijn commentaar op het pleidooi van de moeder van de kinderen van Zebedeüs  laat hij ook zien dat hij echt kon meevoelen met vrouwen,

Ook Ignatius, een andere Griekse kerkvader (hij stierf in 110), heeft niets tegen vrouwen. Inderdaad, de zondeval werd veroorzaakt door één vrouw, Eva, maar door een andere vrouw kwam de verlossing, namelijk door Maria. Helaas gaven latere Griekse kerkvaders, zoals Chrysostomus, een veel negatievere interpretatie van de zondeval en de consequenties daarvan voor vrouwen.

Het begin van de vrouwvijandige retoriek moeten we vooral zoeken bij de Latijnse kerkvaders. Tertullianus (155-245) was een van de ergsten. Luister naar dit meesterwerk:

(“Elke vrouw moet ....) als Eva in rouwdracht en boetvaardig gekleed gaan, zodat ze met elk boetegewaad dat ze aandoet steeds meer moge boeten voor wat Eva haar te dragen geeft, - ik bedoel de schande van de eerste zonde, en de blaam (die zij draagt als de oorzaak) van de ondergang van de mens. ‘Met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.’

En weet u niet dat u allemaal een Eva bent?  Het vonnis van God over die sekse waar u toe behoort leeft voort in deze tijd: en de onvermijdelijke  schuld ook.

Tertullianus, De Cultu Feminarum , boek 1, hfst. 1.

Ook Hiëronymus (347 - 419) geeft de vrouwen de schuld van de zondeval. Vrouwen kunnen hun schuld alleen maar goedmaken door kinderen te baren of zich van seks te onthouden en maagd te worden.

Dezelfde houding treffen we aan bij Ambrosiaster (4e eeuw ), wiens geschriften ten onrechte aan Ambrosius toegeschreven werden. Hij slaagt erin om in een en dezelfde passage vele vooroordelen tegen vrouwen bij elkaar te zetten.

“Vrouwen moeten het hoofd bedekt houden omdat ze niet het beeld van God zijn. Ze moeten dit doen als teken van onderwerping aan het gezag en omdat door hen de zonde in de wereld is gekomen. Ze moeten in de kerk uit eerbied voor de bisschop hun hoofd bedekt houden. Zo hebben ze ook geen gezag om het woord te voeren, want de bisschop is de belichaming van Christus. Ze moeten dus optreden voor de bisschop zoals ze dat voor Christus, de rechter, doen, want de bisschop is de vertegenwoordiger van de Heer. Vanwege de erfzonde moeten zij zich onderdanig tonen.

“Hoe kan iemand beweren dat een vrouw gelijkenis met God vertoont  als ze duidelijk onderworpen is aan de man en geen enkel gezag bezit? Want ze kan niet als leraar optreden, noch als getuige in rechtszaken, ze heeft ook geen burgerrechten en kan ook geen rechter zijn - ze kan dan zeker geen gezag uitoefenen”

Over 1 Korintiërs 14, 34.

Het plaatselijke concilie van Gangra in Noord Afrika (325-381) veroordeelde vrouwen die lid waren van de sekte van Eustathius van Sebaste: ze kleedden zich als mannen, en knipten hun haar af om onafhankelijkheid van hun echtgenoten te demonstreren.

Ook Chrysostomus leert dat het ‘hele vrouwelijke ras’ als blijvende straf voor de zonde onderworpen is aan de man.

De veroordeling van vrouwen in de Middeleeuwen.

Het Decretum Gratiani (1140), waarop tot 1917 het Kerkelijk Recht gebaseerd was, nam het oordeel van Ambrosiaster over dat het onderworpen zijn van vrouwen toeschrijft aan haar aandeel in de zonde.

“ Ambrosius (=Ambrosiaster) zegt: ‘Vrouwen moeten het hoofd bedekt houden omdat ze niet het beeld van God zijn. Ze moeten dit doen als teken van onderwerping aan het gezag en omdat door hen de zonde in de wereld is gekomen. Ze moeten uit eerbied voor de bisschop in de kerk hun hoofd bedekt houden. Zo hebben ze ook geen gezag om het woord te voeren, want de bisschop is de belichaming van Christus. Ze moeten dus optreden voor de bisschop zoals ze dat voor Christus, de rechter, doen omdat de bisschop de vertegenwoordiger van de Heer is. Vanwege de erfzonde moeten zij zich onderdanig tonen.Decretum Gratiani Causa 33, qu. 5, ch. 19.

In een schoolvoorbeeld van verwrongen theologische redenering beweert het Decretum Gratiani zelfs dat onder het NieuweTestament (dat een toestand van volmaaktere genade inhoudt) de vrouwen minder mogen dan onder het Oude Testament omdat zij nu de schuld moeten dragen voor hun aandeel in de erfzonde! Deze redenering staat in direct verband met het verbod om vrouwen tot priester te wijden! Om de volgende passage te kunnen begrijpen moet men een onderscheid maken tussen vragen (van een ongenoemde buitenstaander) en antwoorden van Gratianus zelf.

[Vraag] “Mag een vrouw een aanklacht indienen tegen een priester?”

[Antwoord] “Dat lijkt mij niet want, zoals paus Fabianus zegt: tegen de priesters van de Heer mag geen aanklacht ingediend worden of getuigenis worden afgelegd door iemand die niet dezelfde status heeft als hij noch ooit kan hebben. Vrouwen kunnen echter niet de rang van priester of zelfs maar van diaken ontvangen en daarom mogen zij geen aanklacht tegen priesters in dienen of voor de rechter tegen hen getuigen. Dit staat zowel in de heilige canons (= kerkelijke regels) als in de wetten (= Romeins recht en burgerlijke wetten).”

[Vraag] “Maar het is toch wel zo dat men iemand die als rechter kan optreden niet mag beletten om als aanklager op te treden, en in het Oude Testament konden vrouwen als rechter optreden, zoals duidelijk blijkt uit het Boek Rechters. Van de functie van aanklager kunnen dus niet uitgesloten worden degenen die vaak de functie van rechter vervuld hebben en wie het door geen enkel schriftwoord verboden is om als aanklager op te treden . . . .”

[Antwoord] “Neen, in het Oude Testament was veel toegestaan wat nu [d.w.z. in het Nieuwe Testament] vanwege de volmaaktheid van de genade afgeschaft is. Dus als [in het Oude Testament] vrouwen andere mensen mochten berechten, worden nu, vanwege de zonde die de vrouw in de wereld gebracht heeft, de vrouwen door de Apostel aangemaand ervoor te zorgen bescheiden terug te treden, aan mannen onderdanig te zijn en een sluier te dragen als teken van onderwerping.Decretum Gratiani Causa 2, question 7, princ.

De ‘vloek over de vrouw’, vanwege haar zonde, is voor veel theologen van die tijd iets waar verder niet over gediscussieerd hoefde te worden. Hier volgt een citaat van de franciscaan Sicardus of Cremona(1181).

“Er waren in de (Oude) Wet twee geboden, het ene betrof de moeder die moest bevallen, het andere de bevalling zelf. Met betrekking tot de moeder die moest bevallen gold: wanneer ze het leven geschonken had aan een mannelijk kind, mocht ze, als onreine, veertig dagen lang de tempel niet betreden: omdat men dacht dat de foetus, die in onreinheid ontvangen wordt, veertig dagen vormloos blijft. Maar als ze het leven schonk aan een kind van het vrouwelijk geslacht, werd de tijdsduur verdubbeld, want het menstruatiebloed dat met de geboorte meekomt, wordt als zo onrein beschouwd, dat, zoals Solinus zegt, bij aanraking ermee vruchten verdrogen en gras verdort. Maar waarom werd de tijd voor een meisje eigenlijk verdubbeld? Antwoord: omdat er op de vrouwelijke vrucht een dubbele vloek rust. Want ze draagt de vloek van Adam en ook de vloek (straf) ‘met smart zult gij kinderen baren’. Of misschien omdat, zoals we door de kennis van artsen weten, vrouwelijke kinderen bij de conceptie tweemaal zo lang vormloos blijven als mannelijke.” Mitrale V, hoofdstuk 11

Johannes Teutonicus (1215) is zonder meer ditzelfde oordeel toegedaan.

·      “God wordt door een vrouw niet zo verheerlijkt als door een man, want door de vrouw is de eerste zonde veroorzaakt”. Apparatus, C. 33, qu. 5, ch. 13, ad v

·      “De erfzonde is peccatum originale, de ‘oorsprongszonde’: ze vond haar oorsprong bij een vrouw vóór de zonde de man raakte.” Apparatus, C. 33, qu. 5, ch. 19, ad v

Guido de Baysio (1296) legt een direct verband tussen het verbod tegen vrouwelijke priesters en vrouwen als ‘de oorzaak van de vervloeking’.

“Vrouwen zijn niet geschikt om gewijd te worden; de wijding is immers voorbehouden aan de volmaakte leden van de kerk, want ze wordt verleend voor de uitdeling van genade aan anderen. Vrouwen zijn echter geen volmaakte leden van de kerk, dat zijn alleen de mannen.”

“Bovendien, de vrouw was de daadwerkelijk oorzaak van de vervloeking daar bij haar de oorsprong van de overtreding ligt en Adam door haar misleid werd, en bijgevolg kan zij niet de daadwerkelijke oorzaak van de verlossing zijn, want het priesterschap schenkt genade en dus verlossing. Rosarium C. 27, qu. 1, ch. 23

Hetzelfde verband tussen het verbod om vrouwen te wijden en het aandeel van de vrouw in de erfzonde vinden we bij Joannes Andreae (1338).

“Wat de wijding van vrouwen betreft . . . het is duidelijk dat er voor een sacrament zowel substantie (res) als teken (signum) nodig zijn . . . . Een vrouw kan echter geen teken zijn voor een graad van uitmuntendheid omdat de vrouw zich in een staat van onderworpenheid bevindt: (1 Timoteüs 2, 12) ‘Ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst’. Want omdat ze een slecht gebruik gemaakt had van haar gelijkheid, werd ze tot onderwerping gebracht: (Gen 3, 16) ‘uw man zal over u heerschappij hebben’.

Daarom ontvangt zij niet het sacramentele merkteken dat voortreffelijkheid inhoudt.” Novella V, fol. 125v.

Vervolging van de vrouw in latere eeuwen

Voor een goed idee van de vrouwvijandige theologie uit de postscholastieke tijd kunnen we bij ‘The First Blast of the Trumpet’ van John Knox (1514 - 1572) terecht. Hij was, na Luther en Calvijn, de bekendste protestante theoloog van de Reformatie. De voornaamste stelling in ‘The First Blast of the Trumpet’is dat de uitoefening van gezag door vrouwen ingaat zowel tegen de natuurwet als tegen de godsdienst. Wat deze lange verhandeling voor ons zo interessant maakt is dat de argumentatie van Knox weergeeft wat men toen algemeen, onder katholieken zowel als reformatoren, geloofde. Hier volgt één fragment:

“ . . . God heeft op de volgende wijze vonnis geveld: "Uw wil zal aan uw man onderworpen zijn en hij zal heerschappij over u hebben." (Gen. 3:16). Alsof God zei: "Aangezien u uw vroegere staat misbruikt hebt, en omdat u door uw vrije wil uzelf en de mensheid tot onderworpenheid aan Satan gebracht hebt, breng ik u tot onderworpenheid aan de man. Want waar voorheen uw gehoorzaamheid vrijwillig had moeten zijn, zal die nu onder dwang en uit noodzaak gebeuren, en omdat u uw man misleid hebt, zult u niet langer baas zijn over uw eigen lusten, over uw eigen wil en verlangens. Want u mist de redelijkheid en de discretie waardoor u uw neigingen kunt matigen en daarom zullen die onderworpen zijn aan het verlangen van uw man. Want hij zal heer en meester zijn, niet alleen over uw lichaam maar ook over lusten en uw wil." Dit vonnis, zeg ik, heeft God tegen Eva en haar dochters uitgesproken, zoals de rest van de Schrift duidelijk bewijst. Geen enkele vrouw kan zich dus ooit aanmatigen over de man te heersen.”

De afschuw van vrouwen bleef niet beperkt tot het gebruik van woorden. De daadwerkelijke vervolgingen die volgden, gaan elk begrip te boven. Om u daarvan te overtuigen moet u maar eens een  ‘katholiek’ boek, de Heksenhamer inzien, geschreven door twee theologen, Jakob Sprenger OP en Heinrich Kramer OP. Het boek werd in 1484 door paus Innocentius VIII goedgekeurd en aanbevolen, en is eeuwen lang in gebruik geweest. Door dit boek zijn duizenden onschuldige vrouwen op de brandstapel terechtgekomen. Deze geroemde, nooit bestreden en overal geciteerde ‘theologen’ schreven:

“Wat is de vrouw anders dan een vijand van de vriendschap, een onvermijdelijke straf, een noodzakelijk kwaad, een regelrechte verzoeking, een bekoorlijke ramp, een huiselijke gevaar, een verrukkelijk nadeel, een kwaad van de natuur, met fraaie kleuren beschilderd.”

“Let wel, er is bij de vorming van de eerste vrouw iets verkeerd gegaan, want ze werd gevormd uit een gebogen rib d.w.z. een van de borstkas, die als het ware in een omgekeerde richting naar de man toe gebogen is. En daar ze door deze tekortkoming een onvolkomen dier is, misleidt ze altijd.”.

“(Toen Eva de slang antwoordde) toonde ze twijfel en getuigde ze van weinig geloof in het woord van God. Dit wordt allemaal aangeduid door de etymologie van het woord; want Femina (het Latijnse woord voor ‘vrouw’) komt van Fe (=geloof) en Minus (=minder) omdat ze als maar zwakker wordt in het vasthouden aan en het volharden in het geloof”.

The Malleus Maleficarum , blz. 43. En zo gaat het maar door met bladzijde na bladzijde voor bijtende afschuw van vrouwen.

Het valt niet te ontkennen dat veel van wat in onze theologische handboeken tegen vrouwen geschreven staat en een groot deel van de gewone “traditionele” interpretatie van de bijbel ten nadele van de vrouwen zijn bron vindt in dit soort theologie.

Besluit

Het is een feit dat veel kerkvaders, kerkrechtsgeleerden, theologen en kerkelijke leiders van mening waren dat vrouwen geen priester gewijd konden worden.

Het valt niet te ontkennen dat deze mening onder andere berustte op het vooroordeel dat op de een of andere manier elke vrouw verantwoording droeg voor de zonde van Eva.

Het is duidelijk dat deze religieuze vooringenomenheid hun oordeel betreffende de geschiktheid van vrouwen voor de priesterwijding krachteloos maakte.

Vertaling Theo van Schaick fic

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research