Vrouwen werden als tweederangswezens beschouwd

Vrouwen werden als tweederangswezens beschouwd

de juiste uitleg van de overlevering
* bijbelse overlevering
* dynamische overlevering
* latente overlevering
* gerijpte overlevering

De hele kerkgeschiedenis door zijn vrouwen, van nature en volgens de wet, als tweederangswezens beschouwd

  1. DeGriekse filosofie die door de christenen overgenomen werd, beschouwde vrouwen als van nature ondergeschikt aan mannen.
  2. Het Romeinse recht, dat de basis ging vormen voor de wetten van de kerk, kende vrouwen een lagere status in de maatschappij toe. Vrouwen hadden thuis en in de burgermaatschappij niet dezelfde rechten als mannen.
  3. Enkele kerkvaders zagen een samenhang tussen de vermeende lagere status van de vrouw en teksten uit de bijbel: alleen de man, zeiden ze, was geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Bovendien had Paulus vrouwen verboden in de kerk als leraar op te treden.
  4. ‘Kerkelijke verordeningen’ uit het eerste millennium vertonen ook sporen van de overtuiging dat vrouwen minder waren.
  5. Ook theologen volgden deze manier van denken en namen de vrouwvijandige ideeën van Grieken en Romeinen op in hun theologische argumentaties.
  6. Kerkelijke juristen formuleerden het kerkelijk recht op basis van het Romeinse recht, en op de negatieve uitspraken van de kerkvaders en de plaatselijke kerkelijke concilies.

Tegen deze achtergrond hoeft het ons niet te verbazen als we constateren dat de overgrote meerderheid van kerkvaders, kerkelijke juristen, theologen en kerkelijke leiders van mening was dat zo'n ’minderwaardig wezen’ onmogelijk priester gewijd kon worden. Het is duidelijk dat deze sociale en culturele vooringenomenheid hun oordeel met betrekking tot de geschiktheid van vrouwen voor de priesterwijding ontkrachtte.

1. Volgens Plato en Aristoteles zijn vrouwen ’van nature minder’

Volgens Plato (427-347 v.Chr.) zijn vrouwen ontstaan door een fysieke degeneratie van de mens. "Alleen mannen worden rechtstreeks door de goden geschapen en krijgen een ziel. Zij die goed leven keren terug naar de sterren, maar wat de ’lafaards’ of [die slecht leven] betreft mag men met zekerheid aannemen dat die bij de reïncarnatie van aard zijn veranderd en vrouw zijn geworden."

Aristoteles (384-322 v.Chr.) beschouwde vrouwen als ‘onvolkomen’ menselijke wezens.

  • Vrouwen waren ’onvruchtbare mannen’. "Daar het de vrouw ontbreekt aan natuurlijke warmte, kan zij haar menstruatievocht niet zo'n graad van zuiverheid bezorgen dat het semen (d.i. ’zaad’) wordt. Zij draagt tot het embryo dus alleen de materie bij, en zorgt voor een ’akker’ waarop het kan groeien". Haar onvermogen om zaad te produceren maakt haar onvolkomenheid uit.
  • In de maatschappij neemt de man de belangrijkste plaats in omdat hij een beter verstand heeft. Alleen de man is een volledig menselijk wezen. "De verhouding tussen man en vrouw is van nature zo dat de man hoger staat en de vrouw lager, dat de man bestuurt en de vrouw bestuurd wordt."

2. Het Romeinse recht kende de vrouw een zeer lage status toe

Volgens het Romeinse familierecht was de echtgenoot de absolute heer en meester.

  • De vrouw was het eigendom van haar echtgenoot en volkomen onderworpen aan wat hij beschikte.
  • Hij kon haar straffen net zoals hij wilde.
  • Van het familiebezit was niets het eigendom van de vrouw zelf. Alles wat zij of haar kinderen door erfenis verwierven, behoorde haar man toe, ook de bruidsschat die zij bij haar huwelijk meebracht.
  • Ook volgens het Romeinse burgerlijk recht waren de rechten van de vrouw zeer beperkt.

De redenen die de Romeinse wetgeving aangeeft om de rechten van de vrouw in te perken worden nu eens beschreven als ‘de zwakheid van haar sekse’ dan weer als ‘de domheid van haar sekse’. Uit de context blijkt dat het probleem niet lag in de fysieke zwakheid van de vrouw, maar in wat men zag als haar gebrek aan gezond oordeel en haar onvermogen om logisch te redeneren.

  • Vrouwen konden geen openbaar ambt bekleden.
  • Vrouwen konden niet namens zichzelf optreden in rechtszaken, of contracten sluiten, of als getuige optreden, enzovoort.
  • Vrouwen werden op één hoop gegooid met minderjarigen, slaven, veroordeelde misdadigers en doofstommen; d.w.z. met mensen op wier oordeel men niet aankon.

Voor details en verwijzingen, lees:De rechten van vrouwen in het Romeinse recht

3. De kerkvaders beschouwden vrouwen als minder

De traditie van de Romeinen en de hellenisten van die tijd wilde dat er in de maatschappij hogere en lagere vormen van menselijk bestaan waren. Vrouwen waren van nature lager dan mannen. Het hoeft ons niet te verbazen dat dit van grote invloed was op de manier van denken van de kerkvaders.

De lager status van de vrouw werd zonder meer aanvaard.

  • "Volgens de natuur en volgens de wet bevindt de vrouw zich in een ondergeschikte positie ten opzichte van de man" Irenaeus, Fragment nr. 32
  • "Het is onder menselijke wezens natuurlijkerwijze zo geordend dat vrouwen hun echtgenoot dienen en kinderen hun ouders. De rechtvaardiging hiervan ligt in het principe dat het lagere het hogere dient . . . De natuur wil dat het zwakkere brein het sterkere dient. In de verhouding tussen slaven en hun meesters is het dus vanzelfsprekend dat degene die meer verstand heeft ook meer macht heeft." (Augustinus, Vragen betreffende de Heptateuch, Boek I, § 153
  • "Het lijdt ook geen twijfel dat het meer in overeenstemming met de natuur is dat mannen heersen over vrouwen dan vrouwen over mannen. Met dit principe voor ogen zegt de apostel: "De man is het hoofd van de vrouw;" en "Vrouwen, schik u naar uw man." En daarom schrijft de apostel Petrus ook: "Zoals Sara, die gehoorzaam was aan Abraham en hem haar heer noemde"." Augustinus, Over de Begeerte, Boek I, hfst. 10.
  • "De apostel wil dat vrouwen, die klaarblijkelijk minderwaardig zijn, vlekkeloos zijn, opdat de kerk van God zuiver moge zijn" Ambrosiaster, Over 1 Timoteüs 3,11.
  • "Wie anders dan vrouwen kunnen zo iets nu leren? Werkelijk, vrouwen zijn een zwak geslacht, onbetrouwbaar en middelmatig van intelligentie. Opnieuw zien wij hier dat de duivel erin slaagt om vrouwen belachelijke leerstellingen te doen uitbraken zoals hij dat zo juist klaargespeeld heeft met Quintilla, Maxima en Priscilla" Epifanius, Panarion 79, §1.

Een bevestiging van de lagere status van de vrouw vonden velen vaak in het geloof dat alleen de man, en niet de vrouw, geschapen was naar Gods beeld en gelijkenis.

  • "Jij (vrouw) hebt zo maar Gods beeld, de man, vernietigd" Tertullianus, De Cultu Feminarum, boek 1, hfst. 1.
  • "Hoe zou God dan de mannen zo'n gunst onthouden hebben en de vrouwen niet, op grond misschien van een grotere intimiteit, daar de man "Zijn beeld" is, of omdat dat hij zwaarder werk doet? Maar indien aan de man niets verleend is, dan moet zeker niets aan de vrouw verleend worden." Tertullianus, Over de gesluierde Maagden, hfst. 10.
  • "Vrouwen moeten het hoofd bedekt houden omdat ze geen beeld van God zijn. . . Hoe kan iemand beweren dat de vrouw naar Gods gelijkenis is geschapen als ze onloochenbaar onderworpen is aan de macht van de man en geen enkel gezag heeft? Want ze kan niet als leraar optreden, noch als getuige in rechtszaken, ze heeft ook geen burgerrechten en kan ook geen rechter zijn - ze kan dan zeker geen gezag uitoefenen" Ambrosiaster, Over 1 Korinthiërs 14, 34.

De kerkvaders namen ook Aristoteles' zienswijze over dat de vader, als volledig mens, het zaad levert terwijl de moeder slechts de teelaarde is waarin het zaad groeit.

  • "De teelaarde dus, dat wil zeggen de schoot, ontvangt het menselijk geslacht, en ze voedt wat het hare wordt na het ontvangen te hebben, en terwijl ze deze vrucht voedt, en die een lichamelijke vorm geeft, brengt ze de verschillende ledematen tot ontwikkeling." Hieronymus, Brief aan Pammachius.
  • "Zij zonderen zich af met een vrouw en rechtvaardigen hun zondige omhelzingen met verwijzing naar de tekst: ‘De almachtige vader neemt de aarde tot vrouw; hij stort bevruchtende regen op haar neer zodat hij uit haar schoot een nieuwe oogst kan binnenhalen. ’ Hieronymus, Brief 133. Aan Ctesiphon, §3.

Zie ook het uitstekende artikel van Kim Power, "Of godly men and medicine: ancient biology and the Christian Fathers on the nature of woman".

4. Oude ‘kerkelijke verordeningen’ en de lagere status van de vrouw

Het vooroordeel omtrent de lagere status van de vrouw vindt men ook terug in enkele van de voorschriften die in de kerkelijke praktijk voor vrouwen opgesteld waren.

  • "Als de ‘man het hoofd van de vrouw’ is en hij van de aanvang af priester gewijd werd, is het niet juist om de orde van de schepping op te heffen en de voornaamste rol te geven aan een heel ander deel van het lichaam. De vrouw is immers het lichaam van de man, genomen uit zijn zijde, en ze is onderworpen aan hem van wie ze afgescheiden werd om kinderen voort te kunnen brengen. Want Hij zegt: "Hij zal over u heersen." Want het voornaamste deel van de vrouw is de man, omdat hij haar hoofd is. En als wij in de voorafgaande voorschriften hun niet toegestaan hebben om als leraar op te treden, hoe zal iemand hun dan veroorloven, tegen de natuur in, het ambt van priester te vervullen? Want het wijden van vrouwelijke priesters voor de vrouwelijke goden is een van de domme praktijken van het heidense atheïsme, en geen voorschrift van Christus. Want als het doopsel door een vrouw toegediend mocht worden, dan zou de Heer zeker door zijn eigen moeder gedoopt zijn en niet door Johannes; of toen Hij ons uitzond om te gaan dopen, zou Hij zeker ook vrouwen met ons meegestuurd hebben om dat te doen. Maar Hij heeft ons nergens, noch via voorschrift noch schriftelijk, zo iets doorgegeven; want hij kende de orde van de natuur, en wist dat de handeling decent verricht zou worden; hij is immers de Schepper van de natuur en de Wetgever van de voorschriften" Apostolische Constituties, III, nr 9
  • Dezelfde tekst wordt aangehaald in de Statuta Ecclesiae Antiqua hfst. 41, die in de Middeleeuwen heel bekend was.
  • ‘Vrouwen moeten tijdens de goddelijke liturgie zwijgen; zoals de apostel Paulus zegt: "Zij moeten hun mond houden. Het is hun niet toegestaan het woord te nemen; zij moeten ondergeschikt blijven, zoals trouwens de wet voorschrijft. Willen zij iets te weten komen, dan moeten zij er thuis hun man maar naar vragen".’ Concilie van Trullo, canon 70.

5. Ook theologen zijn ervan uitgegaan dat vrouwen minder waard waren

De middeleeuwse theologen die de Griekse filosofie, het Romeinse recht, de leer van de kerkvaders en de kerkelijke richtsnoeren als legitieme bronnen voor hun argumentaties hebben aanvaard, hebben daarmee het vooroordeel betreffende de lagere status van de vrouw meegekregen.

  • "Er zijn drie redenen waarom men zegt dat de man, en niet de vrouw, een beeld van God is. Allereerst: juist zoals er één God is en uit hem alles ontstaan is, zo werd er in het begin één man geschapen uit wie alle andere ontstaan zijn. In dit opzicht bestaat er dus een overeenkomst tussen hem en God, namelijk dat zoals alles voortgekomen is uit die ene God, alle andere mensen uit deze ene man zijn voortgekomen. Ten tweede: juist zoals uit de zijde van Christus toen Hij op het kruis in doodsslaap was, de oorsprong van de kerk vloeide, namelijk water en bloed die de sacramenten van de kerk betekenen waardoor de kerk bestaat en haar oorsprong krijgt en de bruid van Christus wordt, zo werd in het paradijs uit Adams zijde in zijn slaap zijn echtgenote gevormd want er werd een rib bij hem weggehaald waaruit Eva gevormd werd. Ten derde: juist zoals Christus het hoofd van de Kerk is en die bestuurt, zo is de echtgenoot het hoofd van de vrouw en leidt en bestuurt hij haar. Dit zijn de drie redenen waarom men zegt dat de man het beeld van God is en niet de vrouw, en daarom moet de man niet zoals de vrouw een teken van onderworpenheid zijn, maar een teken van vrijheid en superioriteit. Op een vierde wijze, echter, zegt men dat zowel de man als de vrouw beeld van God zijn, wat uitgedrukt wordt in: ‘Laten we de mens maken’ wat wil zeggen ‘laten we hem maken naar ons beeld en onze gelijkenis’ zodat hij door het verstand, door het intellect, door het geheugen, door de geest in staat is te doen wat tot de goddelijke essentie behoort, en dit wordt zowel van de vrouw als van de man gezegd." Huguccio, Summa, C. 33, qu. 5, ch. 13.
  • "Vrouwen kunnen geen enkele publieke verantwoordelijkheid dragen… Vrouwen kunnen geen openbaar ambt bekleden… De natuur heeft vrouwen voortgebracht om kinderen te baren… De man is het beeld van God… De schoot is de grond waarin het zaad groeit…, enz." Johannes Teutonicus, Apparatus, passim.
  • "Vrouwen kunnen geen mannelijke taken vervullen. Dit geldt zelfs voor adellijke vrouwen en abdissen… Achttien redenen waarom vrouwen slechter af zijn dan mannen…" Henrick de Sergusio, Commentaria, I fol. 173r, 204v.
  • "Vrouwen zijn niet geschikt om gewijd te worden, want de wijding is voorbehouden aan volmaakte leden van de kerk, omdat die verleend wordt voor de uitdeling van genade aan anderen. Vrouwen zijn echter geen volmaakte leden van de kerk, dat zijn alleen mannen. ... Daar komt nog bij dat de vrouw geen beeld van God is, dat is alleen de man". Guido de Baysio, Rosarium, c. 27, qu. 1, ch. 23.
  • "Het is passend dat de vrouw geen sleutelmacht bezit want ze is niet geschapen naar Gods beeld, dat is alleen de man, die de heerlijkheid en het beeld van God is. Daarom moet een vrouw onderworpen zijn aan de man en zijn slaaf zijn, en niet omgekeerd" Anthony de Butrio, Commentaria, II, fol. 89r.

Net zoals Aristoteles schreef Thomas van Aquino het onstaan van een vrouwelijk wezen toe aan een gebrek in een bepaald zaadje. Het mannelijk semen is bestemd om een volledig menselijk wezen voort te brengen, een man, maar soms gaat er iets mis en dan wordt er een vrouw geproduceerd. Een vrouw is dus een mas occasionatus, een onvolledige man. Ze wordt ook niet helemaal naar het beeld van God geschapen.

  • "Bekeken vanuit de natura particularis [d.w.z. de activiteit van het mannelijk zaad], is een vrouwelijk wezen onvolkomen en is het onbedoeld tot stand gekomen. Want de actieve kracht van het zaad wil altijd iets voortbrengen dat volkomen aan zichzelf gelijk is, iets mannelijks. Als er dus een vrouwelijk wezen wordt voortgebracht dan moet dat komen doordat het zaad zwak is of omdat de materie [verschaft door de vrouwelijke ouder] ongeschikt is, of door het optreden van een factor van buiten zoals zuidenwinden die de atmosfeer vochtig maken. Maar bekeken vanuit de natura universalis [de Natuur] wordt het vrouwelijk wezen niet toevallig tot stand gebracht maar is het door de Natuur bedoeld om de voortplanting mogelijk te maken. Welnu, de bedoelingen van de Natuur komen van God, die er de bewerker van is. Daarom maakte hij, toen hij de Natuur schiep, niet alleen het mannelijk wezen maar ook het vrouwelijke." Summa Theologiae, 1, qu. 92, art 1, r.
  • "Met betrekking tot waar het bij de betekenis van een beeld allereerst om gaat - dus met betrekking tot de geestelijke aard - vinden we het beeld van God in de man zowel als in de vrouw… Met betrekking tot iets bijkomstigs, is het zo dat het beeld van God in de man te vinden is op een wijze die niet bij de vrouw wordt gevonden. Want de man is de oorsprong en het doel van de vrouw, juist zoals God de oorsprong en het doel van de hele schepping is. Daarom voegt de apostel aan de woorden: ‘De man is het beeld van Gods glorie, maar de vrouw is de glorie van haar man’ de reden daarvan toe (1 Kor. 11,8v.): ‘Want de man komt niet voort uit de vrouw, maar de vrouw uit de man; ook is de man niet geschapen omwille van de vrouw, maar de vrouw omwille van de man." Summa Theologiae I, qu. 93 art. 4 ad 1.
  • "Dus zelfs als men een vrouw alle ceremoniën zou laten ondergaan die bij de priesterwijding horen, dan zou zij toch geen priesterwijding ontvangen, want daar een sacrament een teken is, wordt er bij alle sacramentele handelingen niet zo maar een ontvanger vereist: het gaat om het inhoudelijke van die persoon; zo werd er boven gezegd (32, 2) dat er bij het Heilig Oliesel een zieke moet zijn, om de behoefte aan genezing aan te duiden. Dus, daar het onmogelijk is in het vrouwelijk geslacht iets te vinden dat op een hoge graad van voortreffelijkheid wijst - de vrouw bevindt zich immers in de toestand van onderwerping - is het duidelijk dat zij het sacrament van het priesterschap niet kan ontvangen" Summa Theologiae, Suppl., qu. 39, art 1.

6. Het kerkelijk recht heeft de mindere positie van de vrouw vastgelegd

De vermeende mindere waarde van de vrouw is vooral via het Decretum Gratiani (1140) het kerkelijk recht binnengedrongen. In 1234 werd dit decreet officieel kerkelijk recht, een essentieel deel van het Corpus Iuris Canonici, dat tot 1917 van kracht bleef.

Het Corpus Iuris Canonici, dwz. het kerkelijk recht dat gkold van 1234 tot1917, vatte de wettelijke situatie van vrouwen als volgt samen:

  • "Volgens een principe van het burgerlijk recht kan een vrouw geen openbaar ambt uitoefenen. Volgens kerkelijk recht worden vrouwen ook uitgesloten van alle geestelijke functies en ambten."
  • "Een vrouw kan daarom geen enkele kerkelijke wijding ontvangen. Als ze er een ontvangt dan zal de wijding geen sacramenteel merkteken inprenten . . ."
  • "Geen vrouw, hoe heilig ze ook moge zijn, mag preken of onderricht geven . . ."
  • "Een vrouw is onderworpen aan de macht van haar echtgenoot, de echtgenoot niet aan de macht van de vrouw. De man mag haar straffen. Een vrouw moet haar echtgenoot volgen waar hij zich ook besluit te vestigen."
  • "Een vrouw is tot grotere eerbaarheid/bescheidenheid gehouden dan een man." "Een vrouw krijgt eerder vrijstelling wegens beduchtheid voor iets dan een man. Om ontslag te krijgen van een excommunicatie hoeft ze niet naar Rome te gaan."

L'Abbé André, Droit Canon, Paris 1859, vol. 2, col. 75.

In de Codex Iuris Canonici, het kerkelijk rechtboek dat werd uitgevaardigd in 1917 en van kracht bleef tot 1983, kwamen de volgende canons voor die gebaseerd waren op de vermeende minderwaardigheid van een vrouw:

  • "Een echtgenote die niet wettig van haar echtgenoot is gescheiden, behoudt automatisch het domicilie van haar echtgenoot". Canon 93, § 1.
  • "Alleen [mannelijke] clerici kunnen een kerkelijke wijdings- of jurisdictiemacht en kerkelijke voorrechten en betaling ontvangen", Canon 118.
  • "[Met betrekking tot de broederschappen of godvruchtige verenigingen die opgericht zijn ter bevordering van godsdienstige of charitatieve werken:] Vrouwen kunnen slechts ingeschreven worden in broederschappen ten einde aflaten en geestelijke gunsten te verdienen die aan broeders verleend worden", Canon 709, § 2.
  • "Alleen een gedoopte man kan geldig de heilige wijding ontvangen", Canon 968, § 1.
  • "[Bij zalig en heiligverklaringen] kan iedere gelovige het proces aanhangig maken, hetzij door zichzelf hetzij door een procurator…; vrouwen alleen door een (mannelijke) procurator", Canon 2004, § 1

Het nieuwe Wetboek van Canoniek Recht (1983) bevat enige verbeteringen in de rechtspositie van de vrouw. Er kwam een einde aan de discriminatie naar sekse betreffende het domicilie (can. 104), de plaats waar het huwelijk (can. 1115) of de uitvaart (can. 1177) gevierd moet worden. Verder:

  • Vrouwen kunnen bij de rechtspraak als rechter optreden (can. 1421, § 2).
  • Vrouwen kunnen toegelaten worden om in een kerk te preken (can. 766).
  • Aan vrouwen kan de pastorale zorg over een parochie tijdelijk toevertrouwd worden (can. 517, § 2).

Op andere gebieden bestaat er echter nog altijd discriminatie:

  • "Alleen een gedoopte man ontvangt geldig de heilige wijding", Canon 1024.
  • Dit houdt in uitsluiting van de bestuursmacht in de kerk. "Tot bestuursmacht die krachtens goddelijke instelling in de Kerk bestaat en die ook jurisdictiemacht genoemd wordt, zijn volgens de voorschriften van het recht bekwaam zij [= mannen] die een heilige wijding ontvangen hebben.", Canon 129, § 1.
  • "Alleen clerici [= mannen] kunnen ambten verkrijgen tot uitoefening waarvan wijdingsmacht of kerkelijke bestuursmacht vereist is." Canon 274, § 1.

Besluit

Het is een feit dat vele kerkvaders, kerkelijke juristen, theologen en kerkleiders van mening waren dat vrouwen niet tot priester gewijd konden worden.

Het valt niet te ontkennen dat deze opinie steunde, en nog steunt, op het vooroordeel dat vrouwen minder zijn.

Het is duidelijk dat deze sociale en culturele vooringenomenheid hun oordeel met betrekking tot de geschiktheid van vrouwen voor de priesterwijding ontkrachtte.

Hans Wijngaards

Vertaling: Theo van Schaick fic

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research